Fit worden bij Kampong is prioriteit nummer één

Hockey Roberto Cancian

Een hersenschudding houdt Kampong speler Floris de Ridder al een aantal weken van het hockeyveld. ‘Blessures zijn een beetje een rode draad aan het worden’, zegt de 27-jarige De Ridder met een zure lach. Afgelopen seizoen werd hij nog landskampioen met het Utrechtse Kampong, dit seizoen moest hij tot nu toe vooral vanaf de kant toekijken.

De uit Gorinchem afkomstige Floris de Ridder startte zijn hockeyleven bij het plaatselijke GHC Rapid. Daar werd het talent al snel ontdekt waardoor hij zich als veertienjarige jongen bij het eerste team mocht melden. Een jaar later maakte hij de overstap naar Kampong waar hij in de A1 begon. Niet veel later maakte hij ook zijn debuut in het Nederlands team onder 16 jaar. ‘Ik heb zes tot zeven jaar in alle vertegenwoordigende nationale teams gespeeld en bij Kampong maakte ik toen al regelmatig mijn speelminuten in het eerste team.’ Toch verleidde Max Caldas, de huidige bondscoach bij de mannen, hem richting ’t Kopje in Bloemendaal. Op de thuisbasis van deze hockeyclub speelde De Ridder twee jaar om daarna toch weer terug te keren naar het Utrechtse Kampong.

 

Beleving

Floris de Ridder. Foto: Kampong

Dat Kampong zijn club is, daar is Floris de Ridder het wel mee eens. ‘De beleving is zo groot, iedere wedstrijd zit het hier vol, de achterban is zo trouw en groot. Wij hebben jaren naar de successen van de laatste tijd toegewerkt doordat de kern van de groep al lang bij elkaar was. Het was bijna het perfecte scenario en dat we de Europese titel afgelopen jaar net niet pakte was jammer, maar de landstitel was toch weer het voornaamste.’ Die werd afgelopen seizoen voor de tweede keer gepakt door in de finale het beslissende duel tegen Amsterdam met 3-1 te winnen. De cultuur binnen de club die blijft, dat bewaken wij met z’n allen. Dit jaar zijn veel jonge jongens, uit eigen kweek, doorgestroomd en dat gaat boven verwachting goed.’

Met zijn 27 jaar zit hij precies tussen de jonge garde en de spelers die al langer meedraaien op het hoogste niveau. ‘Ik ben niet de brug tussen de twee generaties maar zit er inderdaad wel precies tussenin. De mix is goed en ik kijk er dan ook naar uit om als linksback, de plek waar ik de laatste jaren speel, weer mijn meters te mogen maken en van waarde te mogen zijn.’

 

Van waarde zijn

De Ridder wil op het vernieuwde sportpark van Kampong, het clubgebouw is nieuw en het hoofdveld en de tribune zijn enigszins gedraaid, nieuwe successen boeken. ‘Ik wil van waarde zijn voor het team. Ik loop al een tijdje mee en heb afgelopen jaar bijna alles gespeeld. Nu is het best frustrerend dat ik niets kan betekenen voor het team. In de play-offs heb ik een klap tegen mijn kop gehad en in de training ben ik door een hockeystick ook een keer gestrekt gegaan. Dit seizoen heb ik nog niet gespeeld, ik heb cognitieve klachten maar ik moet het positieve er uit halen’, geeft hij aan.

Zijn blessure doet denken aan die van ploeggenoot Constantijn Jonker die afgelopen seizoen zes weken nauwelijks licht kon verdragen. ‘Het laatste wat ik had verwacht, is dat ik ook een blessure aan mijn hoofd zou krijgen. Constantijn en ik hebben daar veel over gesproken en nu heb ik zelf ook die pijn.’ Floris de Ridder weet dat hij geduld moet opbrengen om vervolgens sterk terug te komen. ‘Ik heb eerder met dit bijltje gehakt. Het vergt een andere denkwijze en dat valt best zwaar. Ik train wel al weer maar ben vooral veel met mezelf bezig. Het team is na het afscheid van Constantijn Jonker en Quirijn Caspers nieuw van samenstelling en daar moet ik ook mijn rol in vinden. Hockey is belangrijk en de gezelligheid ook, maar alles staat nu een beetje stil. Mijn hersens hebben echt voorrang nu.’

 

Nederlands team

Voor iedere speler blijft uitkomen voor je eigen land het hoogst haalbare. Floris de Ridder wil dat ook maar is ook realistisch. ‘Dat houd ik zeker open maar met het Nederlands team ben ik nu niet bezig. Ik ben al eens vlak voor een eindronde geblesseerd geraakt terwijl de kans groot was dat ik er bij zou zitten en nu is het zaak eerst fit te worden. Dan om mijn prestaties op het veld van Kampong te laten zien. Wie weet komt de bondscoach dan in de play-offs wel naar me kijken’, zegt hij met een lach.

Floris de Ridder is naast zijn hockey carrière de motor achter ‘De Ridder Hockey’, van waaruit clinics, trainingen en kampen worden georganiseerd. ‘Dat bedrijfje heb ik met Erik van Wanrooy die Oranje-Zwart (nu Oranje-Rood, red.) uit Eindhoven speelde en nu voor Antwerpen uit komt. ‘Dat is leuk om te doen en dat wil ik de komende jaren ook blijven doen. Hockey is booming, wij zijn er professioneel mee bezig maar willen het wel op een goede manier brengen. Daarbij wil je alles zelf voordoen aan de cursisten en dat is door mijn blessure nu soms lastig. Clinics geven aan kinderen is leuk maar ook faciliteren wij trainers voor bijvoorbeeld internationale hockeyreizen. Daarnaast sluiten wij aan bij clubs in de regio, onder andere in Bunnik, Vianen, Soest en Driebergen. Erik heeft, doordat hij nu in Antwerpen speelt, zo weer contacten in België. Goede trainers bij clubs een clinic laten geven is belangrijk. Op die manier kan je kleinere clubs ook helpen. Een goede trainer kan met een matige training alsnog een goede training geven. Andersom is dat vaak lastig.’ Johan Cruijff had het niet beter kunnen verwoorden.

‘De komende tijd gaan we meer de zaal in en is het voor veel jongens gas terugnemen. Ik blijf aan mijn herstel werken om snel weer binnen de lijnen te staan bij Kampong.’