Formule 1 op Zandvoort kent rijke maar ook dodelijke historie

Autosport Sportboek en -film recensie Hans van Ommeren

Sinds Max Verstappen zich heeft ontpopt als een potentiële wereldkampioen is de Formule-1 weer populair in Nederland. Dat vertaalt zich in een terugkeer van Zandvoort als Grand Prix-circuit, al zal dat vanwege het coronavirus mogelijk pas in 2021 zijn. Koen Vergeer uit Bilthoven, schrijver maar bovenal autosportfan, dook in de geschiedenis van het racen door de duinen.

Nog voor de Tweede Wereldoorlog was er in Zandvoort al een autorace op een tijdelijk stratencircuit, maar in 1948 kwam het dan echt van de grond. Dwars door de duinen was een ruim 4 kilometer lang traject aangelegd, onder meer met het puin van door de Duitse bezetter verwoeste hotels en villa’s. Om een racewagen te kunnen besturen moest je een echte mannetjesputter zijn want het waren gevaarlijke monsters op dunne bandjes, die weinig grip op de zanderige baan hadden. Toch werd er met 270 kilometer per uur gescheurd, terwijl er nauwelijks remmen waren en veiligheidsriemen, brandvrije kleding en helmen ontbraken. Het publiek stond gewoon achter prikkeldraad, soms ervoor.

De eerste winnaar was in 1948 prins Bira, een neef van de koning van Siam, het huidige Thailand. Hij ontving een zilveren beker en een bedrag van 500 gulden. In de loop der jaren stapelden dodelijke ongelukken zich op. In 1970 stegen er zwarte rookwolken op in de duinen. Piers Courage bleek van de baan geraakt met fatale gevolgen. Twee jaar later werd het circuit afgekeurd, reden voor een grondige opknapbeurt volgens de toenmalige veiligheidseisen. In 1973 keerde Zandvoort terug op de kalender van de Formule 1. Het werd een drama. Roger Williamson crashte en kwam om in een vuurzee. De brandweer moest bijna de hele baan afleggen om bij de plaats van het ongeval te komen. Tegenwoordig zijn de coureurs veel beter beschermd en komt het nog slechts sporadisch voor dat een ongeval een dodelijke afloop kent.

 

Waaghalzen

Voor Zandvoort viel in 1985 definitief het doek (winnaar Niki Lauda). De Nederlandse Grand Prix had het financieel steeds moeilijker en de overheid stelde geen stuiver meer beschikbaar voor ’zichzelf kreupel of doodrijdende waaghalzen.’ Wat ook meespeelde was dat Nederlanders en de Dutch Grand Prix geen gelukkige relatie vormden. Om een paar coureurs te noemen: Dries van der Lof, Carel Godin de Beaufort, Huub Rothengatter, Michel Bleekemolen, Jos Verstappen en de huidige Dutch GP-directeur Jan Lammers. Bijna nooit hadden ze de beschikking over een topwagen, sterker, ze moesten het doen met een ‘barrel’ die het eind niet haalde.

Met de komst van Max Verstappen en zijn uitdagende rijstijl is de populariteit van de Formule 1 de laatste jaren 180 graden gedraaid. Vergeer heeft al verschillende boeken over de sport geproduceerd, zoals Pole Position, Maxmania en de Formule 1-fanaat. ‘Zandvoort’ leest lekker weg met ook smakelijke details over coureurs. In feite staat de ontwikkeling van het circuit model voor de ontwikkeling binnen de Formule 1. De Bilthovenaar gaat nog even in op de strijd tussen met name Zandvoort en Assen over het verwerven van de Nederlandse GP en zijn voorkeur is duidelijk. ‘De Grand Prix hoort thuis op Zandvoort. Omgekeerd zou het raar zijn als de TT op Zandvoort zou worden gehouden en niet in Assen.’

 

Zandvoort, een kleine geschiedenis van de Grote Prijs van Nederland 1948-2020
Uitgever Atlas Contact
Paperback, 160 pagina’s
EUR 15