‘Ik geef mezelf nog drie jaar om alles eruit te halen’

Atletiek Peter de Jong

In deze laatste aflevering van een serie artikelen over de Utrecht Science Park Marathon, waarvan de Utrechtse Sportkrant mediapartner is, aandacht voor een van de luxe renpaarden, de Utrechter Paul Zwama. Hij gaat nadrukkelijk voor de overwinning op zijn thuisparcours.

Paul Zwama werd bijna dertig jaar geleden geboren in Leens, Groningen. Als jochie deed hij allerlei sporten, van voetbal tot karate. Het maakte hem niet uit, zolang hij maar kon bewegen. ‘Vroeger dacht men dat ik dat ik een vorm van ADHD had, maar zolang ik beweeg ben ik happy.’

Sport was veel leuker dan school. ‘Ik kon niet wachten tot de school uitging en ik lekker kon voetballen.’ Vanaf zijn veertiende is hij behept met het loopvirus. Eerst ging hij met zijn vader lopen. En die wilde hij, als elke puber, er zo snel mogelijk uitlopen. Dat kostte hem twee maanden.

Hardlopen was destijds ook een ontsnapping voor de jonge Zwama, hij werd gepest en tijdens het lopen voelde hij zich bevrijd. Vele jaren later is daarvan geen sprake meer, maar nog steeds voelt hij zich heerlijk als hij loopt. ‘Ik ben het lopen veel dank verschuldigd. Maar ik kan ook slecht tegen mijn verlies, hoor. Ik wil graag de beste zijn. En met het lopen wil ik vooral alles uit mezelf halen.’

Zwama’s grootste succes is het Nederlands kampioenschap op de marathon in Amsterdam in 2014, waar hij ook zijn

Paul Zwama

persoonlijk record liep van 2 uur 21 minuten en 59 seconden. ‘Geweldig. Binnenkomen in het Olympisch Stadion, dat is echt kippenvel. Na afloop heb ik een traantje weggepinkt. Dat zijn de momenten waar ik het voor doe. Dat wil ik graag nog een paar keer overdoen.’

Maar vlak na Amsterdam kwam er een kink in de kabel. Een slepende achillespeesblessure gooide roet in het eten. Niemand kon een juiste diagnose stellen. Zwama probeerde gedurende anderhalf jaar te herstellen met rust, fysiotherapie, shockwave, haptonomie en osteopathie, maar niets hielp.

Uiteindelijk heeft een net afgestudeerde Oostenrijkse arts, Bernhard Speigner, hem van zijn kwetsuur afgeholpen. Vier dagen na de MRI lag Zwama onder het mes, in juli 2016. ‘Mijn achillespees is nu pijnvrij, een heerlijk gevoel. Maar ik moet het goed onderhouden, anders wordt hij stijf. Ik ben door die blessure ook anders gaan lopen. Ik heb nu een hele dominante rechtse haklanding en links een stevige voorvoetlanding.’

 

Parcoursrecord

Zwama is niet bescheiden waar het hem zondag om te doen is. ‘In Utrecht ga ik voor de eerste plek. Door een recente blessure aan mijn soleus (kuitspier, red.) heb ik mijn trainingsarbeid wat aan moeten passen. Een pr is dan ook een brug te ver. Ik ben pas sinds twee weken weer in training. Ik weet nog niet hoe ik de marathon wil lopen, alleen dat ik wil winnen in een parcoursrecord. Dat staat nu op 2 uur 37, dat moet ik kunnen redden. Doordat mijn langste training rond de dertig kilometer schommelt, is het de vraag hoe mijn lichaam zich zal houden voorbij het 35 kilometerpunt, waar het echt zwaar gaat worden.’

Wil hij verklappen waar hij gaat aanvallen? ‘Schrijf maar op, tussen de 30e en 38e kilometer. Als ik er dan nog niet zelf afgelopen ben, haha. Maar ik heb er vertrouwen in, de laatste tempotrainingen gingen goed. En ik heb er ook heel veel zin in, vrienden en familie komen kijken en ik ken ook veel andere lopers in Utrecht.’

 

Tokio

De Olympische Spelen van Tokio in 2020 zijn nog steeds het einddoel van Zwama. ‘Dan word ik 33 en is het mooi geweest. Ik begrijp heel goed dat het moeilijk gaat worden. Ik mis anderhalf jaar training. En bovendien, al zou ik de limiet lopen, dan moet je ook nog bij de top 3 in Nederland zitten. En er zijn genoeg andere lopers die op dit moment harder lopen dan ik. Ik denk dat 2 uur 12 mijn uiteindelijke limiet is.’

Deze zomer wil Zwama zijn pr’s op de kortere afstanden aan gruzelementen lopen en vanuit die opgedane snelheid in het najaar in Berlijn een tijd van 2 uur 18 lopen. ‘En dan kijk ik weer verder. Maar wat het ook wordt, ik ga genieten van het proces. Ik stel altijd hoge doelen en daarom ga ik af en toe onderuit. Dat is helemaal niet erg. Als je daarna maar weer opkrabbelt. Mijn motto? Logic takes you from A to B, imagination takes you anywhere.’

 


Wil je dit artikel nog eens rustig op papier nalezen? Bestel deze editie