‘Geen ijscomplex kan draaien zonder subsidies’

Schaatsen Robert Jan van der Horst

Eén van drie hoofdpijndossiers werd het door de diverse sportwethouders van de stad Utrecht genoemd: De Vechtsebanen, het sport- en schaatscentrum aan de Mississippidreef. FC Utrecht en de zwembaden waren de andere twee. Ondanks de 400.000 sporters en vele extra evenementen per jaar, werd er in de wijk Overvecht-Noord altijd een beroep gedaan op subsidies. ‘Het was niet kostendekkend te krijgen’, zeggen voormalig ijsmeester Henk Bongenaar en ex-directeur Peter Smit. 50 jaar geleden gingen de ijshal en de ijsbaan open en zag de Stichting IJsbaan Utrecht het levenslicht.

Henk Bongenaar begin jaren zeventig in de machinekamer van De
Vechtsebanen. Foto: archief Henk Bongenaar

Hij zegde de grote vaart vaarwel en solliciteerde naar de functie ‘werktuigkundige ijsmeester’. ‘Ik was pas getrouwd, 27 jaar, en werkte op de grote vaart. Ik was net een jaar weggeweest en toen zag ik die vacature in de krant staan. Daar heb ik op gesolliciteerd.’

Mooier is het voor de in Tuinwijk geboren Henk Bongenaar niet. Het avontuurlijke, vrije leven op zee (‘een goede leerschool’) ruilde hij in voor een regulier bestaan, zo leek het. Maar niets bleek minder waar. Het ruime sop maakte plaats voor de krapte van de begroting. En altijd weer was het bedelen om subsidies bij de gemeente of werd er een beroep gedaan op zijn inventiviteit. Saai was het nooit. Vechten tegen de bierkaai, dat weer wel.

Kosten besparen en innoveren, dat ging Bongenaar (‘simpelweg: op een schip moest ik zorgen voor de gehele technische installaties, dat was bij De Vechtsebanen niet anders’) geweldig af. Hij ontwikkelde een systeem waardoor de afvalwarmte van de gasmotoren en de koelmachines benut werden voor de ijshal en later ook voor het racketcentrum dat in 1983 werd geopend. ‘Die kennis had ik inderdaad meegenomen vanuit de grote vaart, maar ik moest er nog wel een aantal instanties warm voor zien te krijgen. De investering voor de restwarmte verdiende zich in drie jaar terug en bespaarde ons zo’n 160.000 gulden (zo’n 70.000 euro) per jaar. Voor zulke innovaties overigens waren subsidies geen probleem. Later heb ik ook nog dankzij enkele vondsten elektriciteit kunnen ‘terug leveren’ aan het Gemeentelijk Energie Bedrijf, waardoor de jaarlijkse nota fors omlaag ging.’

 

Fijne man

Bongenaar trad op 1 augustus 1970 in dienst. Na een heus sollicitatiegesprek bij ijsbaandirecteur Harm van der Leegte, vorig jaar op 88-jarige leeftijd overleden. ‘We konden goed met elkaar door een deur. En ook privé ontmoetten we elkaar een paar keer per jaar. Fijne man, die later nog volledig onterecht in een kwaad daglicht is gesteld. Ja, daar had ik moeite mee. Zelfs nu nog. Het heeft me geraakt. Grote koppen in de krant. Het was 1985. Van der Leegte zou zijn huis hebben laten verbouwen op kosten van De Vechtsebanen. Stel je voor dat je kinderen de volgende dag naar school gaan en ja vader staat op deze wijze in de krant.’

Twee ex-werknemers betichtten Van der Leegte van fraude. Amper veertien dagen later werd hij, na een accountantsrapport, van alle blaam gezuiverd. Bongenaar: ‘Maar toen was het kwaad al geschied. Besloten werd om de twee ‘daders’ niet aan te klagen wegens smaad. Een foute beslissing in mijn ogen.’ En daar was het – toen nog- zelfstandige Utrechtse Nieuwsblad het helemaal eens. ‘Kans onbenut’, was de kop boven een redactioneel commentaar, gewijd aan deze kwestie.

Een arbeidzaam leven in een map. Mevrouw Bongenaar was zeer betrokken bij het werk van haar man en hield een knipsel- en fotoarchief van De Vechtsbanen (‘die naam werd pas in 1983 bedacht, door Lies Swane. Hij was de secretaris van het bestuur’) bij. Het geeft een mooi beeld van de ontwikkeling van de – destijds – kale ijsbaan en ijshal op een al even kaal en guur deel van Overvecht, de nieuwbouwwijk die begin jaren zestig werd gebouwd.

 

Geld bij

Een schaatscomplex (kosten bijna zeven miljoen gulden) grenzend aan een ’s avonds verlaten bedrijventerrein dat onder een slecht gesternte van start ging. Nog voor de opening op 24 oktober 1970 door Prins Claus – ‘beloond’ met een abonnement voor het leven – werd verricht, was er al een tekort van een half miljoen. Een prijsverhoging van een kwartje op een los kaartje en tien gulden op een jaarabonnement moesten mede het gat helpen dichten. Bongenaar: ‘Het was niet altijd prettig werken. Elk jaar moest er geld bij. De ene keer wat meer dan de andere, maar dat betekende ook dat er nooit geld was om te investeren of te reserveren. We moesten altijd ons hand ophouden. Al moet ik wel zeggen dat, ondanks de jaarlijkse tekorten, De Vechtsebanen het minst verliesgevend was van alle ijsbanen in Nederland.’

Daar droegen de evenementen die Van der Leegte en Bongenaar naar De Vechtsebanen haalden zeker aan bij. Een greep: de basketballers van de Harlem Globe Trotters, Holiday On Ice, een WK stijldansen, pasar malams, een Pipi Langkous-dag, wedstrijden catch as catch can (een vorm van worstelen) geïnitieerd door de inmiddels overleden Utrechtse judoreus Anton Geesink, familiebeurzen, popconcerten en diverse festivals. Het was er allemaal te doen onder de bezielende leiding van Van der Leegte en Bongenaar.

Nog is Henk Bongenaar wekelijks op De Vechtsebanen te vinden en is hij welkom in het prettig verwarmde kantoortje van de ijsmeesters dat tegen de maagdelijk witte ijsvloer van de hal aan schurkt. ‘Elke donderdag help ik als vrijwilliger de gehandicaptensport hier op de baan. Heel dankbaar werk. Maar ja, door het coronavirus ligt dat nu helaas stil.’

De in IJsselstein woonachtige Bongenaar stopte in 2004 met werken. Terugkijkend zeg ik: we hebben rottijden meegemaakt, maar ik heb het ook heel erg naar mijn zin gehad.’


Morgen in deel twee over het jubilerende Vechtsebanen: Plannen te over voor de Vechtsebanen.