Geen spelletjesman, wel bridgeliefhebber

Bridge Eddy Steenvoorden

Vianen lijkt het bridgehart van Nederland: met maar liefst 364 leden is de Bridge Club Vianen een van de grootste clubs. ‘We houden steeds rekening met krimp, maar tot mijn verbazing blijven we alsmaar doorgroeien,’ zegt secretaris Hans Hendriks, die als lid van de renovatiecommissie ook druk bezig is met het uitbreiden van het eigen honk. ‘Dan zullen we het wel goed doen.’

Bridgen is populair: met 120.000 leden is de Nederlandse Bridgebond een van de grootste sportbonden van het land. Het is een sport voor krasse knarren, want de gemiddelde leeftijd bedraagt 70 jaar. En Vianen doet daar met 72,6 jaar nog een schepje bovenop. De verklaring ligt voor de hand: ouderen wonen steeds vaker tot op hogere leeftijd zelfstandig, hebben na hun pensioen veel vrije tijd en vullen die graag met prettige bezigheden.

Jongeren daarentegen laten de kaarten links liggen omdat ze hun handen vol hebben aan computer en telefoon. Een tweedeling, dus. Helaas, vindt Hendriks, die met zijn leeftijd keurig op het Vianense gemiddelde zit. ‘Jongeren proberen binnen te halen is trekken aan een dood paard. Dat is jammer, maar ik begrijp het ook wel: wanneer ze hier binnenkomen en alleen maar zeventigers zien zitten, is dat natuurlijk niet aantrekkelijk.’

 

Bridgelessen

Zelf is Hendriks eigenlijk helemaal niet zo’n spelletjesman. Zijn bridgende vrouw was zo eigenwijs hem lang geleden op te geven voor een bridgecursus en als manlief geen zin had, moest hij zelf maar gaan afzeggen. Maar zo ver kwam het niet, want hij was razendsnel verkocht. ‘Ik vond die bridgelessen heel leuk. Het is niet zomaar even een dobbelsteentje gooien. Je moet goed onthouden wat er wordt gezegd. Welke kaarten worden gespeeld. Je traint je hersenen.’

Die lessen liggen nu al lang achter hem en zijn vrouw is inmiddels één keer per week kaartpartner bij de club. ‘Gisteravond speelden we nog en haalden we 59 procent, een keurige score.’ Lacht: ‘Zij is beter dan ik. Ach, je begaat wel eens een stommiteit, maar we slapen er geen minuut minder om.’

Als kersverse pensionado begon hij bardiensten te draaien bij de club, die rond de eeuwwisseling een eigen onderkomen kreeg nadat de zoektocht naar een betaalbare locatie op niets was uitgelopen. ‘Dat is best bijzonder, we moesten geld lenen om het voor elkaar te krijgen. Het bestuur ging akkoord onder de voorwaarde dat we zelf de bar zouden runnen om voor wat extra inkomsten te zorgen. Eigenlijk werden we vanaf dat moment een bedrijfje.’

 

Betrokkenheid

Maar de ‘loonlijst’ telt louter vrijwilligers. Alleen al voor het laten draaien van de bar tijdens de vijf wekelijkse speeldagen en de diverse toernooien zijn er zo’n 200 nodig. ‘Ik vind het ongelooflijk dat dat steeds lukt, het zegt iets over de betrokkenheid van de leden. Maar we hebben ook vrijwilligers nodig voor andere taken, zoals het schoonmaken. Ik heb een zwak voor onze schoonmaakploeg die iedere paar maanden met hun knieën op de grond overal langs gaan. Waar vind je dat nog?’

Tien jaar terug nam Hendriks plaats in het bestuur, een jaar later werd hij secretaris. Per week is hij makkelijk 1 tot 2 dagen in touw voor de club. Lacht weer: ‘Teveel, vindt mijn vrouw. Maar je kan altijd wel iets doen en ik ben iemand die liever zijn handen laat wapperen dan eindeloos gaat zitten koekeloeren naar anderen wanneer er dingen gedaan moeten worden. En ik werk heel graag samen met anderen, dat deed ik ook al als ingenieur in de bouw. Het is gezellig en in je eentje breng je ook minder tot stand.’

 

Visueel gehandicapten

Zo’n gezamenlijke bezigheid is de organisatie van het enige landelijke bridgetoernooi voor visueel gehandicapten, waarvan op 12 oktober de twaalfde editie plaats had. ‘Vrijwilligers halen de deelnemers op van het station en we vinden het leuk om ook een lunch te verzorgen. Het is een bijzonder evenement: de spelers maken gebruik van braillekaarten en tijdens het spelen is er iemand die zegt wat er op tafel wordt gelegd. Ik sta steeds weer perplex van de krachttoer die ze ongetwijfeld moeten leveren.’

Een nieuwe uitdaging is in de maak: uitbreiding van de speellocatie die soms stampvol zit. Trots toont de secretaris op een grote plattegrond aan de muur de toekomst-in-wording. De plannen zijn niet zozeer gemaakt om de toeloop te lijf te kunnen, eerder om het wat comfortabeler te maken voor de huidige gebruikers. ‘We willen bijvoorbeeld meer ruimte per tafel hebben, zodat het gebouw ook voor leden met een rollator toegankelijker wordt.’

En zijn eigen toekomst? Hendriks ziet zichzelf nog een laatste termijn als secretaris functioneren maar dan mag iemand anders het stokje overnemen. ‘Tijd voor fris bloed, zonder mij als bestuurslid draait de club gewoon door, hoor! Ik ga wel andere dingen doen, misschien in een commissie. En ik blijf natuurlijk bridgen. Bridge is gewoon een leuk spelletje waar veel in zit.’