Geharde tuinderszonen trotseren regen, wind en kou

Sporthistorie Wielrennen Ton de Ruiter

De lente begint zaterdag met Milaan - San Remo, het eerste wielermonument van het seizoen. In april volgen de Ronde van Vlaanderen, Parijs - Roubaix, de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. Zelfs een bijrol van een Utrechtse wielrenner is niet te verwachten. In het verleden is dat anders geweest, vooral dankzij tuinderszonen uit het westen van Utrecht.

De eerste Utrechter vinden we in de uitslag van de Ronde van Vlaanderen van 1925. Het is ijzig koud bij de start op de Korenmarkt in Gent. Jorinus van der Wiel is één van de 53 vertrekkers. Een geboren Utrechter (15-08-1893) die als Rotterdammer op de weg successen boekt.

Driemaal (1915, 1917 en 1918) wordt  Jorinus – roepnaam Rinus – kampioen van Nederland bij de amateurs. In 1921 stapt Van der Wiel over naar de beroepsrenners en wordt in dat jaar kampioen van Nederland bij de profs. In 1925, bij de start van de Ronde van Vlaanderen, is de geboren Utrechter 32 jaar.

Welk lichamelijk leed hem dan al is overkomen is niet bekend, maar in zijn loopbaan treft hem onderweg veel pech: bloedvergiftiging, schedelbreuk, longscheurtje, blindedarmontsteking, leverziekte, Spaanse griep, pleurritus,  longontsteking. In de door de Belg Julien Delbecque gewonnen Ronde van 1925 vinden we de Utrechter terug op de 15e plek.

Hij wordt in dat jaar opnieuw kampioen van Nederland. Ook in 1926 gaat Van der Wiel als eerste over de streep bij de nationale titelstrijd, maar wordt door de jury teruggezet naar de tweede plek ‘omdat onomstotelijk vast is komen te staan dat Van der Wiel in de sprint Klaas van Nek heeft aangegrepen’. Ook de vier broers van Rinus fietsen. De eerste Utrechter in de uitslag van een wielermonument overlijdt in 1960 op 67-jarige leeftijd.

 

Succesjaar

Het jaar van zijn overlijden is voor het Utrechtse wielrennen een succesjaar. Lex van Kreuningen rijdt in Rome bij de

Lex van Kreuningen: gesloopt door de hitte.

Olympische wegwedstrijd aan de leiding. De Utrechtse wielrenner ontsnapt na 20 kilometer. Volgers wijzen op hun voorhoofd, de hitte (40 graden) is enorm. Van Kreuningen wordt na 100 kilometer ingelopen en mist de kracht om mee te springen met de latere winnaar uit Rusland Viktor Kapitanov en de Italiaan Livio Trape.  Zijn gedurfde optreden in de Olympische wegwedstrijd levert hem een contract op bij de Franse ploeg Helyett. Daar rijdt ook de Zuilense tuinderszoon Michel (‘Mies’) Stolker. Na enkele moeizame jaren in het peloton is hij in 1960 in grootse vorm. Nimmer wint een wielrenner uit deze stad een wielerklassieker. Stolker is er dichtbij in Parijs-Tours en eerder in het seizoen in Parijs-Brussel.

Volgens de verslagen in het Utrechts Nieuwsblad ligt hij in gewonnen positie als uit de ploegleiderswagen de opdracht komt te wachten op zijn Franse ploeggenoot André Darrigade. Stolker eindigt als 19e en zijn kopman wordt in de sprint verslagen door Pierre Everaert. Aan die Parijs-Brussel moet Stolker ongetwijfeld denken als hij in oktober 1960 met Jo de Haan wegspringt uit een omvangrijke kopgroep en op weg gaat naar finishplaats Tours. Tegen zijn landgenoot uit Klaaswaal is Stolker in de sprint kansloos. André Darrigade nadert en daarom komt uit de wagen van de ploegleider de mededeling geen kopwerk doen.

In de ‘Biografie van Nederlandse Tourrenners’  vertelt Jo de Haan hoe hij Michel Stolker overhaalt toch zijn werk te doen.

Michel (‘Mies’) Stolker, de beste Utrechtse renner ooit

De betere sprinter maakt hem duidelijk dat hij als tweede 1750 gulden aan prijzengeld in zijn zak kan steken en dat-ie, als Darrigade wint, met niets naar huis gaat. De Haan wint het sprintje met gemak van de naar Breda verhuisde Zuilenaar. Eén en twee in een klassieker, dat is in de Nederlandse wielerhistorie nog niet eerder gebeurd.    Michel Stolker wordt in 1960 ook nog 9e in Luik-Bastenaken-Luik en 4e in de Ronde van Lombardije. Daar verdient hij 6000 gulden extra door op de zwaarste beklimmingen bij de eerste vijf te passeren en op de wielerbaan in Milaan bij de beste vijf te eindigen.

De beste prestatie in de Ronde van Vlaanderen levert Stolker in 1961. Hij maakt deel uit van een kopgroep met  Jo de Haan, Emile Daems, Camille Le Menn, Nino Defillipis en Tommy Simpson. In de slotfase rijden de laatste twee weg. Door de harde wind is het finishdoek weggewaaid. Bij de eindstreep staat een jurylid met een rode vlag. De Italiaan denkt dat hij aan de finish is en wordt nog voorbij gereden door de Brit. Stolker wordt vijfde. In 1962 eindigt de beste Utrechtse wielrenner uit de geschiedenis als 8e in Vlaanderen en als 13e in Parijs-Roubaix. In 1966 eindigt de 32-jarige Stolker als 10e in de eerste Amstel Gold Race.  

 

In tranen

In de Gold Race zijn de meeste top-tien posities te noteren van Stichtse wielrenners.  Gerard Vianen (Kockengen)  eindigt

Johnnie Broers uit Maartensdijk werd in 1985 knap derde in de Amstel Gold Race, maar zijn prestatie kreeg weinig aandacht door de triomf van de huilende Gerrie Knetemann

vier keer bij de beste tien met een vierde plaats als beste klassering. Theo de Rooij (Harmelen) wordt 9e in 1984 en 10e in 1987. De beste klassering komt van Johnny Broers. In 1985 wordt de prof uit Maartensdijk als renner van Skala derde. Een knappe prestatie die weinig aandacht krijgt omdat Gerrie Knetemann na zijn zware val in Dwars door Vlaanderen en maanden van revalidatie solo als winnaar over de streep komt en bij Mart Smeets in tranen uitbarst.

In Parijs-Roubaix van 1985 komt De Rooij, ook al een tuinderszoon uit het westen van de provincie, als eerste uit het vermaarde Bos van Wallers. De coureur van Panasonic heeft weinig zin in de kasseien-klassieker over 265 kilometer maar wordt door ploegleider Peter Post toch opgesteld. Als hij de eerste 130 kilometer de Australische kopman Phil Anderson uit de wind houdt, mag hij van Post half-koers afstappen.

Het heeft de nacht voor de koers gesneeuwd. Het regent op de dag, de stenen liggen er heel slecht bij. In zijn biografie vertelt De Rooij dat de Australiër hem na 15 kilometer zegt mee te springen in een kopgroep die vervolgens snel een ruime voorsprong pakt. ‘De schrik sloeg me om het hart toen ik me realiseerde dat ik over die vuile, natte glibberige stenen moest rijden.’ De Rooij verbaast zichzelf, voelt zich een hoofdrolspeler in een film en kan als enige van de kopgroep aanhaken bij Francesco Moser. Aan het wiel van de Italiaanse specialist op de kasseien houdt de renner uit Harmelen het nog tientallen kilometers vol. Na 230 kilometer is het over. De Rooij stapt in de auto bij twee Zeeuwse wielersupporters die hem naar Roubaix brengen.

Voor het instappen wordt hij nog geïnterviewd door verslaggevers van CBS die hem de hele dag hebben gevolgd. Een reportage die in de Verenigde Staten veel indruk maakt,  zo ervaart de coureur bij latere bezoeken aan het land.

Zijn woorden bij de Amerikaanse tv-zender zijn nog te lezen op Wikipedia:

‘Wat een onzin deze wedstrijd. Het is een grote hoop stront.’ ‘Of ik ooit weer mee ga doen?’  ‘Natuurlijk, het is de mooiste wedstrijd ter wereld.’

 

In 1987 wordt De Rooij – opnieuw in barre omstandigheden – 25e op slechts 6 minuten van zijn winnende ploeggenoot Eric Vanderaerden. Van de 192 starters rijden slechts 47 renners de koers uit. In de jaren negentig en in de nieuwe eeuw zijn er geen ereplaatsen in de klassiekers voor Utrechtse renners. Tuinderzonen kiezen niet meer voor het fietsen.

 


Wil je dit artikel nog eens rustig op papier nalezen? Bestel deze editie