Gemeente staat voor de grootste opgave voor de komende jaren

Beleid Pim van Esschoten

Het Utrecht van de toekomst ligt op de tekentafel. De stad neemt deze maanden ingrijpende beslissingen over haar toekomst; over de ruimtelijke ordening, over de groei van het aantal inwoners van 350.000 nu naar 450.000 in 2040 en dat vooral binnen de bestaande stad. Het gevecht om de toch al beperkte ruimte is losgebarsten. En dat gaat hoe dan ook gevolgen hebben voor de sport. Toch gaat de onlangs verschenen Sportagenda van CU-wethouder Maarten van Ooijen (30) nauwelijks in op die Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040.

-Biedt die Sportagenda in dat krachtenspel wel genoeg tegenwicht?

Van Ooijen: ‘Daar is de Sportagenda niet voor gemaakt. Was dat wel zo, dan was het inderdaad te dun. Pak je die RSU 2040 er zelf bij, zie je dat we zeer actief hebben meegedacht vanuit de sport. Bij de vorige RSU, die zich richtte op het jaar 2030, kwam het woord sport niet of nauwelijks voor. Dat had er ook mee te maken dat die RSU zich vooral richtte op mobiliteit en wonen. Als je kijkt wat er nu ligt, die voor 2040 dus, is er een breed perspectief geschetst hoe een gezonde, sterke ontwikkeling eruit moet komen te zien. En daar ben ik echt trots op. Het college heeft dat been de afgelopen jaren bijgehaald.’

‘Ruim een jaar geleden,’ vervolgt hij, ‘hebben we een tussenstap gemaakt en vastgelegd welke voorzieningen nodig zijn per gebouwde woning. Daarin is sport het meest manifeste deel omdat het ook de meeste ruimte vraagt. In de RSU is dat nu letterlijk uitgewerkt naar hoeveel velden, hallen, gebieden we in gedachten hebben. Is het genoeg? The proof of the pudding is in the eating, maar we hebben een grote stap gezet. Ik waak er voor; dit is mijn belangrijkste opdracht geweest. Hoe zorg je dat de sport meegroeit met de stad? En soms kan dat zelfs een kans zijn, zoals de ontwikkeling in Zuilen. In het gebied worden woningen toegevoegd, samen met de gemeente Stichtse Vecht, maar de sportaccommodatie krijgt ook een enorme facelift. Dat is een kans geworden voor Elinkwijk. Een vereniging met een heel lange historie die nu haar toekomst opnieuw aan het uitvinden is. Er kan daar écht weer een vonkje overslaan, zoals lang geleden.’

 

-Als Zuilen een goed voorbeeld is, is Merwedekanaalzone dan het verkeerde?

‘Ik kan twee dingen over Merwede zeggen. We gaan op die plek met zijn verdichte woningbouw toch een sporthal bouwen. Dat wordt een architectonische uitdaging en we weten ook nog niet hoe de hal er precies komt, maar dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws – zo noem ik het maar gewoon – is dat er voor veldsport geen ruimte is. Dat moet buiten het plangebied worden opgelost. Uitgaande van de tienduizend nieuwe huishoudens in Merwede en nog eens duizenden op een steenworp afstand bij de Jaarbeurs, moet ik een concrete plek kunnen aanwijzen. Ik was graag al zover geweest, maar dat is niet zo.’

 

-De oplossing wordt op sportpark Nieuw Welgelegen gezocht?

‘Zwaluwen Utrecht heeft heel mooie schetsen gemaakt voor hun sportpark van de toekomst. Die zorgen ook voor veel discussie, want in die plannen is geen plek meer voor honk- en softbal. Toch kun je meer maken van het gebied. In de loop van de komende tien jaar moet daar iets gaan gebeuren. Ik was graag al verder geweest, want als we die veldsport niet nu gaan inpassen in dat gebeid zijn we straks te laat. Dan missen we de boot.’

‘Eigenlijk is een vreemde U-bocht die we maken, door buiten het plangebied de oplossing te zoeken. En de vraag is of het voldoende is. Dat blijft by far de belangrijkste opdracht, ook een volgende sportwethouder zou het zo moeten zien. Want die vraag gaat de komende jaren niet weg in deze stad. Ga maar een rondje langs de velden maken, vraag het na bij verschillende verenigingen; dit is het gesprek.’

 

-Want de RSU spreekt van 100.000 extra inwoners, met voorzieningen op tien minuten ‘fietsen of lopen’ en de ambitie volgens de Sportagenda dat méér mensen gaan sporten. En dat alles binnen de bestaande stad?

‘Zo is het.’

 

-Waar is die ruimte dan nog te vinden, als het nu al dikwijls te weinig is?

‘De RSU doet daar aanwijzingen voor. In het Gagelpark bijvoorbeeld moeten we misschien een heel nieuwe accommodatie realiseren. Nieuwe Welgelegen is zo’n plek, het zuidelijkste stukje van Hoograven. En wat gaan we met polder Rijnenburg doen? Kun je dat gebied als sportaccommodatie inzetten, nog los van de huizenbouw? Ik zeg er ook bij dat je een ontwikkeling ziet waarbij sportaccommodaties en openbare ruimten meer een eenheid worden.’

 

-Dat is een autonome ontwikkeling, met al die sportondernemers en hun bootcamps en hardloopclubjes in de parken, toch?

‘Ik zou het graag willen faciliteren. Met groene ommetjes, hardlooproutes. Denk ook aan urban sports, zoals op het Jaarbeursplein. Ook de behoefte daaraan kent een sterke groei. Ik woon zelf op het Kanaleneiland, waar op verschillende plekken ruimte wordt gemaakt voor urban sports. De urban dance ground van Petra Pluimers bijvoorbeeld, maar ook die toestellen onder de Prins Clausbrug. Zo creëren we nieuwe hotspots, want we kunnen niet allemaal naar het Griftpark of Wilhelminapark.’

‘Bij de georganiseerde sport maken we gebruik van de Mulier Rapportage, waarmee we precies kunnen aan zien komen wanneer er een nieuwe sporthal of -veld moet komen. Best bizar, maar bij die anders-georganiseerde sporten bestaat zo’n norm niet. We hebben eigenlijk geen idee wanneer we in de openbare ruimte moeten investeren, hoe die behoefte ligt. We doen gewoon. Hier een toestel, daar iets met bmx. We moeten toe naar iets van een norm, een van de zaken ook uit de Sportagenda.’

 

-Zei u zojuist dat er in Rijnenburg een roeibaan wordt aangelegd, los van de vraag of er woningbouw komt?

‘Nee, nee… Het gaat om diverse sporten, niet specifiek het roeien.’

 

-Waar blijft de oplossing?

‘Het is superingewikkeld. Ik wil benadrukken dat soms de indruk bestaat dat als je woningenbouw realiseert in polder Rijnenburg dat je er een gratis roeibaan bijkrijgt. Dat is niet zo. Natuurlijk, een deel van de kosten kun je wegstrepen omdat die roeibaan als waterberging wordt ingezet. We hebben het laten onderzoeken, maar dan nog moeten er tientallen miljoenen bij. Nog afgezien van de exploitatiekosten.’

 

‘We zijn in dat onderzoek nog een stap verder gegaan. We hebben gekeken naar wat we zo ongeveer aan andere sporten kwijt zijn en hebben zo vijf miljoen euro op tafel neergelegd. Stel nu dat we die Rubicon oversteken, gaan andere partijen dan mee? De provincie misschien, het waterschap, universiteit? Maar die verlokking heeft niet gewerkt. En dat is waar we nu staan. De roeibaan is ingetekend in Rijnenburg, volgens de RSU 2040. Het is een optie, maar het kan nog jaren duren voor het geld er is.’

Maarten van Ooijen: ‘We hebben er als overheid baat bij dat grote en kleine clubjes overeind blijven‘. Foto: Robert Oosterbroek

-Ondertussen wordt de situatie op het Merwedekanaal steeds nijpender. Meer woningen langs het kanaal, meer recreatie op het water en minder ruimte voor roeiers. Het gaat een keer fout?

‘Is er een oplossing? We houden bij alle ontwikkelingen zoveel mogelijk rekening met de roeiers, maar we kunnen niet alleen aan de roeiers denken. Ik ben de waakhond, zeg ik maar even. Maar roeien is niet het enige belang. De bruggen die er nu worden gebouwd, maken we zoals de roeiers dat het liefst hebben.’

 

-In het najaar deed Has Bakker (D66)tijdens het Politiek Sportcafé van SportUtrecht een oproep aan u om deze zomer met een aanvalsplan te komen om mensen en masse weer aan het sporten te krijgen. Terugwinnen dus wat door COVID-19 verloren is gegaan. Staat het aanvalsplan al in de stijgers?

‘Laten we eerst de boel achterin dicht houden voor we aan aanvallen gaan denken. De dreiging voor de sport is fors en daarover maak ik me echt zorgen. We moeten zeker vooruit denken, maar eerst die clubs overeind zien te houden. Want verliezen we nu iets in de infrastructuur van de sport, zijn we het voor jaren kwijt. En het komt niet zomaar terug. Je ziet een soort apathie ontstaan in de samenleving. De vraag is clubs of ondernemers hun leden behouden. Behouden ze hun trainers, kader en al het andere dat nodig is om die verenigingen mooi, sterk en vruchtbaar te houden? Worden er schulden aangegaan en wat betekent dat voor de lange termijn?’

 

-Hercules gaf bij datzelfde Sportcafé al aan dat het een keer zal zijn terug te vinden in de hoogte van de contributie?

‘Dat is niet uitgesloten. Ik kan dat niet zo goed overzien, maar zie dat de financiële druk toeneemt. De overheid heeft maatregelen genomen. Er is een landelijk pakket waar we lokaal wat aan hebben toegevoegd. Daarover kun je stoer doen, maar het blijft een slechts een appeltje voor de dorst. De impact van corona is zo groot, daarover zullen we nog lang spreken. Ik doe hierbij graag een oproep aan sportaanbieders die twijfelen of ze zich tot de gemeente moeten wenden gezien hun financiële positie; meld je bij ons. Ook al heb je geen relatie met de gemeente. We hebben er als overheid baat bij dat die clubjes overeind blijven.’

 

-En dat aanvalsplan?

‘Er zit zoveel energie en potentie in de stad, dat hoeven we als gemeente niet uit te lokken. Wat we wel kunnen doen – daar denken we nu over na – is of we overkappingen kunnen maken, zodat indoorsporten in de buitenlucht kunnen plaatsvinden. Zo kunnen we toch meer mogelijk maken.’