Het moet nu maar eens meezitten voor jubilaris VIOD

Voetbal Robert Jan van der Horst

Morgen, op 1 december, is het tiende lustrum van VIOD (Vooruitgang Is Ons Doel) een feit. ‘Niet gek, 50 jaar’, klinkt het nuchter uit de mond van voorzitter Leen Heus. Desondanks wordt het halve eeuwfeest bij de zaterdag vierdeklasser pas op 10 of 11 juni 2022 gevierd. ‘We hebben traditioneel aan het eind van het jaar een oliebollentoernooi en twee feesten zo kort op elkaar, is wellicht overkill, iets teveel van het goede.’

Nog steeds doet de Tienhovense voetbalvereniging de naam Vooruitgang Is Ons Doel alle eer aan. Tenminste, als het nu eens mee wil zitten. Daar wil Heus, met zijn 29 jaar waarschijnlijk één van de jongste voetbalvoorzitters (‘ik was er inderdaad vroeg bij’) van onze regio, best zijn schouders onder zetten. Hij zorgde als opvolger van Albert-Jan den Ouden – overigens nog steeds bestuurslid – mede voor een behoorlijke verjonging. ‘Het is een eer om voorzitter van deze mooie club te mogen zijn.’

 

Leden

Toch lijkt de glans er een beetje af bij VIOD, dat in 2017 nog 220 leden telde. In 2019 verheugde de dorpsclub zich nog op een toestroom van zo’n veertig voetballers en voetbalsters, maar die tijd is voorbij, constateert Heus met spijt in z’n stem. ‘Corona en demografische ontwikkelingen spelen ons parten. We liggen in een prachtig en aantrekkelijk gebied, maar we zien dat vooral ouderen hier hun huis kopen.’

Het zijn vaak pensionado’s en die hebben, weet Heus, geen kinderen die willen voetballen. ‘Gezien de ontwikkelingen op de overspannen huizenmarkt trekken jonge gezinnen vaak naar nieuwbouwwijken. Zie OSM ’75 uit Maarssenbroek (volgens de ANWB-routeplanner tien kilometer verderop), daar hebben ze zelfs een ledenstop. Ik zie de ontwikkeling die wij doormaken ook bij andere dorpsclubs. Zo heeft DOB uit Nigtevecht dit seizoen geen eerste elftal meer.’

 

Jeugd

Vooral het gebrek aan aanwas van jeugdspelers tikt aardig aan bij VIOD. Heus: ‘Zo hadden we in een bepaalde leeftijdscategorie maar één elftal en toen een aantal jongens opzegden, hebben we vervolgens de overige negen spelertjes teleur moeten stellen. We konden ze niet plaatsen. En het is de vraag of ze terugkomen als er wél plek is. Grotere verenigingen hebben daar natuurlijk minder last van. Die kunnen het opvangen als er spelers wegvallen.’

Gelukkig kan VIOD bogen op enthousiaste vrijwilligers. Maar die willen ook wel eens resultaat zien van hun inspanningen. Middels een nieuw onderkomen bijvoorbeeld. Heus: ‘Al in 2009 stond er in de krant dat er een nieuw dorpshuis, waarin de kantine van VIOD is gehuisvest, gebouwd zou worden. In september van dit jaar had het klaar moeten zijn, maar de eerste paal moet nog de grond in. Het wordt nu eind 2022 opgeleverd, zo is ons beloofd. Als het klaar is, wordt het prachtig. Met een mooi terras waar vandaan je over de velden kijkt. We verwachten er veel van, het komt de uitstraling van de club ten goede en dat zorgt dan misschien weer voor meer leven in de brouwerij.’

 

Hoopvol

Tot die tijd is het behelpen, al zegt Heus dat niet met zoveel woorden. ‘Ondanks de nieuwbouwplannen zijn we toch maar aan de slag gegaan om hier en daar een likje verf aan te brengen, dingen op te knappen of te repareren. Zodat het enigszins toonbaar blijft. We kijken nu tegen noodkleedkamers aan die in 2009 zijn geplaatst en aan vervanging toe zijn. We hopen echt over één of twee jaar een frisse start te maken en dat we onze gasten kunnen ontvangen in behoorlijke kleedruimten.’

Voor voorzitter Leen Heus bestaat er maar één club en dat is VIOD, laat daar geen twijfel over bestaan. ‘Al mijn vrienden spelen hier. Ik voetbal sinds m’n elfde bij de club en was vijftien jaar toen ik jeugdtrainer werd. Dit seizoen ben ik keeper in het eerste elftal. Dat zal ik wel even vol moeten houden. Nu is jongens O10 ons enige jeugdelftal. Eer die spelertjes door kunnen stromen naar de senioren zijn we acht jaar verder. Gelukkig gaat het goed met het vrouwenvoetbal. Daar ben ik zeer tevreden mee. Dat is in ieder geval een positieve ontwikkeling. Al met al kijken we hoopvol naar de toekomst.’