Het standbeeld bij Galgenwaard

Sporthistorie Voetbal Hans van Echtelt

Als ik tegenwoordig een thuiswedstrijd van FC Utrecht bezoek, loop ik vaak langs het standbeeld van het kampioensteam van DOS. Ik kan alle namen met gemak noemen, maar bij die ene aparte afbeelding blijf ik steevast wat langer stil staan. Die van Ton van der Linden, de voetballer die me zoveel voetbalplezier heeft gebracht vanaf mijn prilste jeugd.

Waar moet ik mijn terugblik beginnen? Misschien wel toen ik in 1957 als jochie van veertien op de fiets naar het stadion wilde gaan, zo’n twintig kilometer vanaf mijn dorp. En ergens, tussen Odijk en Bunnik, onderweg naar de topper DOS – SC Enschede hoorde ik van een voorbijganger dat Tonny grieperig was en die middag niet zou spelen.

Waarop ik meteen terugreed naar huis. Zonder Van der Linden was het voor mij de moeite niet waard, DOS verloor die middag dan ook met 0-2.

Een maand later zat ik wel in De Goffert, waar de beslissingswedstrijd DOS – SC Enschede om de titel werd gespeeld, en zag hoe Ton, die toen gelukkig weer hersteld was, in de verlenging de winnende scoorde. Een onvergetelijk moment, DOS voor het eerst kampioen van Nederland.

De afgelopen dagen hebben de kranten vol gestaan van zijn prestaties, zowel bij DOS als het Nederlands elftal. Ik heb er zelf ook plakboeken vol van die ik de laatste jaren meenam naar het verzorgingshuis waar Ton noodgedwongen was opgenomen. Hoe moeilijk het ook steeds was om tot een gesprek te komen, via de voetbalfoto’s kwamen er allerlei mooie herinneringen bij ons omhoog waar hij ook smakelijke opmerkingen maakte.

Bij het belangrijkste doelpunt uit zijn loopbaan zei hij geregeld: ‘Ach, Hans, ik moest toevallig die kant op en zag niemand vrij staan, toen schoot ik half struikelend maar op doel. Trouwens, het was die middag hartstikke heet en ik was blij dat die lange Van de Wint in dat doel de bal liet gaan. Konden we tenminste eindelijk wat water gaan drinken in de kleedkamer.’

Dat typeerde Van der Linden, zijn relativering en onderkoelde humor waar ik erg van kon genieten.

Maar dat hij verstand van voetbal had, bleek ook uit zijn scoutingarbeid voor FC Utrecht, de club die een zaal naar hem had vernoemd. Samen met Nol de Ruiter en Ab Kabalt was Van der Linden de ontdekker van Dirk Kuijt, die hij enkele keren bij Quick Boys in Katwijk aan het werk had gezien.

Hoewel Kuijt een totaal andere speler was dan de technisch begaafde en sierlijke voetballer Van der Linden, benadrukte Ton dat deze jonge, doortastende speler door FC Utrecht echt in huis gehaald moest worden.

FC Utrecht zal hopelijk aandacht geven aan zijn overlijden wanneer de competitie weer in gang is gezet. Voor mij persoonlijk zou het mooi zijn wanneer rond zijn geboortedatum (29 november 1932), als hij 85 jaar geworden zou zijn, een moment gevonden wordt voor een massaal eerbetoon in stadion Galgenwaard.

En dan denk ik aan 10 december wanneer FC Utrecht in Galgenwaard tegen Feyenoord aantreedt. Want juist voetbalicoon Ton van der Linden verdient zijn eerbetoon in een uitverkocht stadion. Ik zal dan op Vak P zitten, misschien dan omgedoopt tot Ton van der Linden-tribune.