Hoe handhaaft een turnclub zich in roerige tijden? Een bestuurdersperspectief

Beleid Turnen Roberto Cancian

De (Nederlandse) topturnwereld heeft zeer roerige tijden gehad. Vanuit meerdere plekken in het land kwamen meldingen en signalen van grensoverschrijdend gedrag; er zou sprake zijn van intimidatie, en zelfs ‘Spartaanse praktijken’. Binnen en buiten de turnwereld werd geschokt gereageerd, met als gevolg dat ook de niet-topturners en kleinere verenigingen, waar dit alles mogelijk niet speelde, gedwongen werden naar de eigen trainers te kijken en omgang met hun turners te adresseren.

In de tijd dat de Turnbond KNGU orde op zaken probeerde te stellen, was er tevens een niet-aflatende media-aandacht. Bovendien verscheen in september 2019 de film Turn! die voor veel beroering zorgde. De Utrechtse regisseur Esther Pardijs toont het regime waaraan topsportkinderen zich moeten onderwerpen. Ook de worstelingen en dilemma’s van hun tobbende ouders komen uitvoerig aan bod. Het laat zien dat iedereen verantwoordelijk is voor het plezier en welzijn van het jonge sportende kind: van ouders, trainers, coaches, clubbestuurders tot aan de sportbond.

Anno 2021 is de noodzaak tot openheid ook doorgedrongen tot andere sporten en bonden en staat het bespreken en waarborgen van een veilig sportklimaat op de agenda bij grote en kleine sportverenigingen. Zo ook bij turnvereniging Turn4U in Utrecht. Hoe hebben zij zich weten te handhaven en wat is er veranderd de afgelopen tijd? In een eerste reactie geeft voorzitter Albert van Beek aan ‘Wat er in het topturnen allemaal is misgegaan in het verleden en heden, daar hebben wij weinig weet van want het speelt niet concreet bij ons’. Ondanks dat er geen meldingen bij de club zijn binnen gekomen of leden zijn weg gegaan, is hij is zich uiteraard wel zeer bewust van de situatie en onderkent het belang van transparantie.

 

Sportklimaat

Van Beek schuift samen met Thijs Wagenaar, van YAAP Sportpsychologie, aan in de sporthal van Turn4U aan de Grebbeberglaan. ‘Wij kunnen alleen aangeven wat wij zelf doen om een veilig sportklimaat te creëren. Daarom zijn wij samen met waterpoloclub UZSC en de sportpsychologen van YAAP, met subsidie vanuit SportUtrecht, bezig met het traject ‘Plezier in Presteren’, om een positief sportklimaat neer te zetten.

Op de vraag wat er volgens voorzitter Albert van Beek aan de hand is in de turnwereld, denkt hij even na. ‘Ik kijk er enerzijds van een afstand naar, maar anderzijds ook met een bestuurdersbril. Je moet in de spiegel kijken met de gedachte van ‘het zal toch ook niet bij ons zijn?’ Er is aan de ouders van de turnsters gevraagd wat zij vinden dat er bij ons speelt. Wij hebben geen panikerende ouders gezien. Wel doen wij er alles aan om te zorgen dat het sportklimaat altijd bespreekbaar moet zijn.’

 

Plezier in presteren moet bij Turn4U voorop staan

 

Op de vraag hoe het bestuurdersperspectief is in deze roerige tijd, geeft Albert van Beek aan alert te zijn. ‘Het doet de sport geen goed al die berichten, laat dat duidelijk zijn. Binnen de club wordt er op verschillende niveaus getraind, mijn eigen dochter traint bijvoorbeeld 13,5 uur in de week, de topsporters zelfs meer dan 20 uur in de week. Er zijn gesprekken gevoerd met de kinderen over hoe ze er mee om gaan en of ze het nog leuk vinden. Het turnen is een individuele sport, veel turnsters zijn jong. Sommigen kunnen heel goed zeggen wat ze willen maar anderen trekken zich terug. Ze gaan in het algemeen makkelijk mee in wat de trainer zegt.’

Thijs Wagenaar neemt het woord. ‘De aanleiding om als YAAP mee te doen aan het traject Plezier in Presteren was dat er veel naar buiten komt in de turnwereld. Onderlinge concurrentie, hard trainen en willen presteren is er altijd in de topsport. Wij kunnen grensoverschrijdende gedragingen in de gaten houden en monitoren. Als vereniging moet je er niet zomaar vanuit gaan dat er bij jouw vereniging niets gebeurt. Hoe zorgen we ervoor dat er een veilig sportklimaat is waar er geen plek is voor afwijkend gedrag. Bij andere sporten heb ik ook gezien dat er vanuit de ouders veel druk kan worden gelegd op hun kind. Wij willen geen pleisters plakken maar kijken wat we anders kunnen doen in het systeem zodat het plezier in de sport altijd voorop staat.’

 

Eigen top

‘Ieder turnt naar zijn of haar eigen top’ is de slogan binnen onze vereniging’, geeft Albert van Beek aan. Een slogan waarmee het in 2018 aangetreden bestuur een verdiepingsslag wil maken. ‘Plezier en presteren bij elkaar brengen, dat is in de grote linie ook aanwezig. Bij Turn4U werken we met de driehoek; ouders, trainers en sporters. Als vereniging willen wij open en transparant zijn. In het coronajaar hebben we bij de drie groepen geïnventariseerd hoe zij willen omgaan met ‘Plezier in Presteren’. Daar zijn geen verrassende of afwijkende antwoorden uitgekomen.

Dat er altijd incidenten kunnen zijn, dat ontkent Van Beek niet. ‘Er is altijd wel iets maar wat er speelde bij die andere sporters, die daarmee in het nieuws kwamen, dat staat toch verder van je af.’ Op de vraag of Thijs Wagenaar namens YAAP signalen heeft opgevangen, geeft hij aan dat zij die niet hebben gezien of gehoord.  ‘Turnsters op jonge leeftijd weten vaak minder goed wat wel of niet goed voor ze is. Het is belangrijk dat trainers dit weten, want de drang om te presteren is er. Wanneer kinderen al van jongs af aan veel trainen, weten ze niet beter dan hoe het altijd is gegaan. Als de trainer dan zegt dat iets ongehoords erbij hoort, is het moeilijk daar tegenin te gaan’, zegt Wagenaar. Daar haakt Van Beek op in; ‘het is goed dat bij Turn4U in een open zaal en ruimte geturnd wordt met meerdere trainers en dat ouders vanaf de tribune kunnen kijken.’

 

Signaleren

De maatregelen en vooral afspraken die binnen Turn4U zijn gemaakt, hebben vooral te maken met signaleren. ‘Vanaf de zijkant kijken wij mee en zijn wij waakzaam. Die antenne moet en zal er altijd zijn. Zonder plezier is het nou eenmaal onmogelijk om duurzaam te presteren’, besluit Van Beek. Daar is Thijs Wagenaar het volmondig mee eens. ‘Bij YAAP sportpsychologie geloven wij dat ieder talent in de sportwereld recht heeft op plezier. Plezier in wat je doet en plezier in het presteren. Dat betekent niet dat je niet hard hoeft te werken of alles altijd maar leuk moet zijn. Niemand komt verder door stil te staan. Trainen, afzien en tegenslag horen erbij. Je kunt niet je beste zelf zijn zonder obstakels te overwinnen en jezelf te kennen. Dit zorgt, soms pas achteraf, voor een glimlach, voldoening of blijdschap. Plezier en presteren kan zeker hand in hand.’

Ook bij voetbalclub Sporting ’70 wordt gewerkt aan een positief sportklimaat. Lees morgen meer over de aanpak van deze club op deze website.