Hoop

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Bekruipt me toch dat narrige Kuiphofgevoel, terwijl er reden is om hoopvol te zijn over het nieuwe coalitieakkoord in de gemeente Utrecht, waar het de sport betreft. Juist daarom. Dat hoopvolle zit in de erkenning dat er een tekort aan accommodaties is, binnen en buiten. De nieuwe coalitie wil ‘een been bijtrekken’. Sterker, er moet een grote stap worden gezet, is even verderop te lezen. Probleem is de schaarse ruimte met de eerdere keuze van het stadsbestuur voor uitbreiding (woningen!) binnen de stadsgrenzen.

Zo groeit het aantal inwoners wel, maar de voorzieningen groeien niet mee. Het nieuwe college moet nu op zoek naar die ruimte (ook voor de sport) en spreekt, je kunt er op wachten, van een ‘enorme uitdaging’. Oftewel; hou er rekening mee dat het niks wordt.

Maar, laten we het bij de hoop houden. Polder Rijnenburg wordt nu toch (deels) ingezet voor woningbouw. Dat biedt ruimte en het biedt zelfs een kans voor de geplaagde roeiers. Er komt nu een onderzoek naar de komst van een roeibaan in de polder, al zal het een jarenlang traject worden.

En zo zitten er meer elementen in het akkoord die hoop bieden. Er komt zelfs extra geld voor een ‘wendbare’ sportbegroting. Hoeveel extra is onduidelijk, zoals het hele akkoord het voorbehoud kent dat in deze onzekere tijden ook niet is te voorspellen hoe het met de stedelijke financiën zal gaan. Dat wendbare in de sportbegroting kan dus ook richting de verdommenis zijn.

Stop, niet zo knorrig. Terug naar de hoop. Tijdens het politiek sportcafé van SportUtrecht in februari – vóór de verkiezingen dus – verweet vooral de PvdA het college van GL, D66 en CU te weinig nieuwe accommodaties te hebben gebouwd. De collegefracties gaven – beetje bedremmeld – toe dat er wel een tandje bij mocht. Met de voeging van PvdA en Student&Starter in het nieuwe college is de sportparagraaf uit het akkoord te lezen als een doorslag van het debat destijds.

Joscha de Vries van SportUtrecht, die aan tafel zat bij de gesprekken over de collegevorming, ziet vele, mooie ambities in het akkoord. Niet alles wat haar organisatie wil zit er in, veel wel. Al houdt ze een slag om de arm over wat het allemaal in de praktijk zal brengen, de start noemt ze veelbelovend.

Ze is hoopvol, zeg maar. Ik doe mee. Hoewel, zo begon het vier jaar geleden ook. Vandaar dat gevoel. Herman Kuiphof zei het in 1974 immers al, met die Duitsers en zo: ‘Zijn we er tóch ingetuind.’