IJCU: alles weer op een rijtje, nu nog groeien

De vrijwilliger Eddy Steenvoorden

De hartslag van schaatsliefhebbers gaat in december automatisch omhoog, ook al weigert de temperatuur nog omlaag te gaan. Maar voor de ijshockeyers van IJCU begon de ‘winter’ al in oktober. Ze werken zich in het zweet op het ijs van de Vechtsebanen. Laten de puck vliegen. Dromen van succes, van een toekomst waarin het Utrechtse ijshockey weer schittert zoals vroeger.

Dat doet in ieder geval Marco van Doorn, voorzitter, secretaris, penningmeester, ledenadministrateur én Zwarte Draakspeler. Dit team is na de Dolphins het tweede seniorenteam van IJCU en komt uit in de vijfde divisie.

Maar eerst even een korte, melancholieke blik op het verleden. IJshockey was een grote sport in Utrecht, begin jaren negentig. Maar liefst twee keer een landstitel voor IJCU. Volle tribunes. Tevreden supporters. En een absolute superster: Tonny Collard. En nu? IJCU kan financieel nét het hoofd boven water houden, speelt in de derde divisie en kan niet in alle leeftijdscategorieën van de jeugd een team op de been brengen. ‘Het is inderdaad lastig,’ zegt Marco. ‘Je hebt eigenlijk succes nodig om te kunnen groeien en tegelijk is groeien een voorwaarde voor succes. Het is het verhaal van de kip en het ei.’

 

Optimistisch

Maar Marco is optimistisch. De afgelopen jaren is er weer vooruitgang geboekt, heeft de club in ieder geval intern de zaken aardig voor elkaar. Toen hij een kleine vier jaar terug als bestuurlijke duizendpoot begon was het administratief een zooitje. En er heerste nogal wat onvrede binnen de club, volgens Marco vooral door een gebrek aan bestuurlijke openheid. ‘Ik zag het vooral als mijn taak daaraan te werken. Is iemand het ergens niet mee eens? Kom naar me toe en dan praten we erover. En in gesprekken moet je realistisch zijn, geen dingen zeggen die je niet waar kan maken.’

De rust keerde terug, zegt hij. En dan is een club runnen ook weer niet bijster ingewikkeld. ‘Je hoeft er geen raketgeleerde voor te zijn: er komt zoveel geld binnen en er gaat zoveel geld uit, dat bepaalt je mogelijkheden.’

 

Financieel klem

Maar zelf rustig aan doen is een ander verhaal. Wekelijks is hij makkelijk 1 à 2 dagen in touw voor IJCU. Drukte aan het begin van het seizoen. Aan het eind. Gesprekken met sponsors. Met mogelijke sponsors. Met vrijwilligers. De bond. Ouders. En financieel is de ruimte, voorzichtig uitgedrukt, nog steeds beperkt. Belangrijkste reden: een ijshuur van jaarlijks tussen de zestig- en zeventigduizend euro. Dat betekent: een torenhoge contributie van 800 euro. Dat betekent: minimale speelruimte. ‘We zitten inderdaad behoorlijk klem. Een voorbeeld? Het team van onder 19 trok zich een paar jaar geleden terug. Verliezen terwijl ze op een laag niveau spelen vinden ze niet leuk, dan gaan ze liever andere dingen doen. We zouden geld kunnen besparen door het ijs dat zij gebruikten niet meer te huren, maar ja, als je dan nieuwe leden krijgt kun je ze weer niet kwijt.’

Hoe kom je uit die houdgreep? Je probeert sponsors warm te krijgen voor een bijdrage, onder meer door het inzetten van het veteranenteam Utrecht Vintage met oude coryfeeën, inclusief Tonny Collard. En je organiseert activiteiten om te laten zien hoe geweldig ijshockey is. ‘De mooiste sport van de wereld. Je moet de concentratie van een hersenchirurg hebben, de snelheid van een jaguar en het uithoudingsvermogen van een marathonloper. Qua intensiteit en snelheid is ijshockey het best te vergelijken met zaalvoetbal, jonge spelertjes leren we daarom ook dat vaak wisselen noodzakelijk is. Je kan maximaal een paar minuten helemaal voluit gaan.’

 

Niet eenvoudig

Maar hoe geweldig ook, kinderen lopen de deur nog niet plat. Ook omdat ijshockey niet bepaald de eenvoudigste sport is. Voor een twaalfjarige die niet goed kan schaatsen is het al moeilijk om ook nog eens de controle over stick en puck te krijgen. Marco weet waar hij het over heeft: als kind woonde hij zowat op de schaatsbaan, maar pas sinds een jaar of vijf speelt hij bij de Zwarte Draken van IJCU in de vijfde divisie. ‘Zijinstromers komen moeilijk mee. Je moet eigenlijk heel jong beginnen, maar dan kiezen ouders voor hun kinderen liever voor een sport als voetbal met meer mogelijkheden. Wij hebben in de leeftijdscategorieën onder 8, 10, 12 en 14 jaar steeds maar één team, dus niveauverschillen bemoeilijken het samen spelen.’

 

Ledenwerving

Belangstelling is er desondanks wel. Wanneer IJCU meedoet aan een open dag doet de club niet onder voor andere schaatsdisciplines, ziet Marco. ‘Utrecht Vintage heeft vorig seizoen enorm geholpen met de ledenwerving en we hebben ons gepresenteerd op scholen en ijsbaantjes. Die inspanningen hebben resultaat gehad, maar we zijn er nog lang niet.’

Uiteindelijk wil Marco in alle leeftijdscategorieën teams hebben, dus ook onder 16 en 19. En IJCU moet opklimmen naar de eerste divisie. ‘Rust hebben we bereikt, groeien is onze nieuwe uitdaging. Daar werken we met alle vrijwilligers keihard voor. Als voorzitter blijf ik het leuk vinden om met deze ambitie de boel te laten draaien. En intussen blijf ik stiekem hopen op een team zoals in de gloriedagen van Tonny Collard, zodat Utrecht weer op de ijshockeykaart van Nederland komt.’