‘Ik mag verreweg tevreden zijn’

Atletiek Robert Jan van der Horst

Het havodiploma halen en dan naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Dat was het maatschappelijke pad dat atleet Jesse Fokkenrood (toen 16, nu 19) begin 2019 voor zichzelf had uitgestippeld. Zoals zo vaak liep het anders. Het diploma kwam er, maar de opleiding tot sportleraar niet. Fokkenrood: ‘Omdat ik er achter ben gekomen dat intensief sporten en een fulltime studie moeilijk met elkaar te combineren zijn. Ik studeer nu Sportkunde, een hbo-opleiding. Dat valt onder Sport en Bewegen. Disciplines als leefstijl en marketing worden er onderwezen.’

Zodoende heeft Fokkenrood alle aandacht voor de sport. En dat gaat hartstikke goed. Wat dat betreft ligt hij op schema om zijn eerdere uitgesproken ambities te gaan halen.

 

Topsporters die in onze krant aan het woord komen hebben tenminste één ding gemeen: ze willen de beste worden. Of dat nu op nationaal niveau is, of op het Europese of mondiale podium. Ze kregen in ieder geval alvast één podium. Dat is in onze krant. Soms blijft het daarna korte of lange tijd stil. Hoe gaat het eigenlijk met deze talenten, zoveel jaar na dato? Wat is er van hun wensen of dromen uitgekomen? De Utrechtse Sportkrant zoekt ze weer eens op. In deze derde aflevering van de serie ‘Hoe is het met’ atleet Jesse Fokkenrood, geboren in De Meern, opgegroeid in Nieuwegein en nu woonachtig in Arnhem.

 

De middellange afstandsloper Fokkenrood outdoor – 800m, 1500m en 3000m – indoor en cross (veldlopen) gaat fluitend door het leven. Hij woont inmiddels in Arnhem en is sinds een jaar opgenomen in de nationale selectie, ofwel Team NL Junioren. Het is een bevestiging van zijn kwaliteiten en een beloning voor zijn inspanningen. Op topsportcentrum Papendal werkt hij verder aan zijn sportieve ontwikkeling. ‘Ik train hier onder leiding van Bondscoach Grete Koens met onder meer Tony van Diepen, Diane van Es en Bart van Nunen, drie atleten die afgelopen zomer nog meegedaan hebben aan de Olympische Spelen in Japan. Tony heeft onlangs een huis gekocht in Arnhem en bij hem woon ik nu op kamers.’

 

Progressie

Aan de ogen van het grote publiek onttrokken, heeft Fokkenrood de afgelopen jaren ‘veel progressie gemaakt’, zo zegt hij zelf. Het houdt hem op het spoor zoals hij zich dat in februari 2019 in deze krant had bedacht. ‘Mijn grote doelen zijn om mee te mogen doen met het EK en WK. Op langere termijn hoop ik de Olympische Spelen te halen. Voor dit jaar is ook mijn doel om Nederlands kampioen op de baan te worden en dat ik mee mag doen aan het EK U20.’ De niet onlogische kop boven het artikel van destijds: ‘Jesse Fokkenrood legt de lat hoog’.

Zijn eerste internationale toernooi heeft de voormalige atleet van het Utrechtse U-Track al te pakken. Op 17 juli finishte hij als tiende op de 3000m (outdoor tijdens het EK U20 in Talinn (Estland). En mogelijk ligt er een tweede Europees kampioenschap in het verschiet. Fokkenrood: ‘Begin december loop ik op de cross een kwalificatiemoment voor het EK veldlopen in Dublin. De eerste drie lopers komen in aanmerking voor een ticket naar Ierland. Niet alleen de klassering (de eerste drie) bepaalt wie er wordt uitgezonden. Uiteindelijk is het laatste woord aan de bond en de hoofdcoach wie er worden uitgezonden.’

 

Ambitie

Wie de persoonlijke prestaties van Fokkenrood – inmiddels lid bij het Brabantse Scorpio waar hij traint onder Herman Vrijhof – bekijkt, ziet dat hij nog steeds progressie maakt. Hij wordt steeds sneller. ‘Als ik die lijn weet door te trekken en elk jaar 3 of 3,5 seconde sneller wordt, kom ik vanzelf dichter bij mijn doel. Meedoen aan de Spelen van Parijs (2024) of Los Angeles (2028) zou mooi zijn.’ En dan, wat bedachtzamer maar ook realistisch: ‘Maar het kan ook dat het geen van beiden wordt.’

Nederlands kampioen werd hij ook al. Op 28 november verdedigt hij die titel op de 1500 meter. ‘Ik ben twee jaar achter elkaar eerste geworden, maar de competitie is groot. Er zijn de laatste jaren een paar goede atleten bijgekomen. En ik heb de afgelopen zomer te kampen gehad met een bovenbeenblessure die me zeven weken aan de kant heeft gehouden. Helemaal stilgezeten heb ik overigens niet. Met fietsen heb ik kunnen werken aan mijn uithoudingsvermogen, daarnaast heb ik op kracht en inhoud kunnen trainen.’

 

Inspiratie

De uitspraken, gedaan in februari 2019 in deze krant, zijn dus geen grootspraak gebleven. Althans voor nu. Zijn verblijf op Papendal ziet Fokkenrood als een langetermijnproces en hoopt elk jaar seconden van zijn tijden te kunnen afknabbelen. Dat neemt niet weg dat hij wel eens met een schuine blik gekeken heeft naar de prestaties van Femke Bol, de Amersfoortse atlete die in twee jaar tijd als een komeet omhoog schoot. ‘Fantastisch hoe ze dat heeft gedaan en zo’n ontwikkeling zou ik natuurlijk voor mezelf ook wel hebben gewild. Het is ongelofelijk wat ze heeft gepresteerd met een bronzen medaille op de Spelen in Tokio. Ze is een grote inspiratie voor me.’

Fokkenrood staat aan de vooravond van een nieuw crossseizoen, na bijna twee jaar stilstand op die discipline. ‘De coronapandemie heeft iedereen geraakt, ook de cros. Alles lag eruit, maar daar moet je ook een voordeel uit zien te halen. Zo heb ik een lange periode heel veel kunnen trainen, soms wel 120 kilometer per week. Maar het meest heb ik nog het publiek gemist. Dat vond ik nog het aller moeilijkste, zo sfeerloos. Alsof je een trainingswedstrijdje loopt. Ik ga er juist goed op als ik word aangemoedigd.’

 

Tevreden

Met een goed crossseizoen hoop Fokkenrood de basis te leggen voor een mooi baanseizoen, dat in mei 2022 begint. ‘Ik zal daardoor wat minder indoor lopen. In de cross hoop ik de basis te leggen voor een goed baanseizoen. Het is de bedoeling dat ik me volgend jaar zomer vooral ga richten op de 5.000 meter.’

Zijn ambities zijn, al met al, al die jaren onveranderd gebleven. Fokkenrood ontwikkelt zich naar wens en is tevreden op de plek waar hij nu is. ‘Dat ik op Papendal train, heb ik niet zien aankomen. Ik heb wel eens tegen mijn ouders gezegd dat als die kans zich zou aandienen, ik zou gaan. Dat is gebeurd. Ik train nu in Arnhem met professionals, geweldig. Ik mag verreweg tevreden zijn.’