Hugo Haak vorige week vrijdag in actie op de Alkmaarse piste tijdens de kwalificatie voor het sprinttoernooi. Hij raffelde de 200 meter met vliegende start af als derde (10,402 seconden).

‘Ik wilde er helemaal mee stoppen’

Wielrennen Rick van Manen

Donderdag 11 augustus: Medaille ophalen in het Rio Olympic Velodrome. Het stond net niet letterlijk in de agenda van Hugo Haak, maar dat de 25-jarige baanwielrenner uit Vianen die dag met de Nederlandse teamsprinters op het podium zou staan, daarvan was hij overtuigd. Alleen de kleur van de medaille stond nog niet vast. Het liep allemaal anders. Haak werd thuis gelaten en zag hoe een onthoofde sprintploeg op de Olympische Spelen door het ijs zakte. 2016 zal voor Hugo Haak de boeken in gaan als het zwartste jaar uit zijn leven.

‘Een motie van wantrouwen’, zo voelt het voor Hugo Haak, als Theo Bos en Roy van den Berg van bondscoach René Wolff  de kans krijgen zich te bewijzen. De twee willen een comeback maken op de baan en hebben zich een plaats in de sprintploeg op de Olympische Spelen als doel gesteld.

De teamsprint is op dat moment een zekerheidje in het Nederlandse baanwielrennen. Een geoliede machine, bestaande uit Jeffrey Hoogland, Nils ’t Hoenderdaal, Matthijs Büchli en Hugo Haak, die net goud heeft gewonnen op het Europees kampioenschap. Het is bovenal een vriendenploeg.

‘Van den Berg viel al snel af, maar we zagen dat Bos een andere behandeling kreeg. De snelste renners op de wereldbeker in Hong Kong zouden naar het WK gaan. Theo reed niet goed, maar mocht toch.’

Bos stelt de bondscoach niet teleur op het wereldpodium. Op de 1 kilometer tijdrit wordt hij tweede. ‘Theo maakte eigenlijk geen aanspraak op die medaille. Voor ons was toen wel duidelijk dat hij het Olympische traject in zou gaan, maar angst dat het invloed zou hebben op onze plek in de teamsprint hadden we niet.

Op het WK haalden we in onze vertrouwde samenstelling zilver. Voor ons stond toen vast dat we in Rio met z’n vieren de teamsprint zouden rijden. Alleen hebben we dat nooit uitgesproken richting Wolff. We vonden het ook wel logisch dat het snelste team zou gaan.’

De beslissing valt half juli op de wielerbaan van Roubaix. Vijf baanwielrenners strijden om vier plaatsen op de teamsprint in Rio de Janeiro. De individuele tests een paar dagen eerder in Alkmaar gaan goed voor Haak. Hij is de snelste in de rol van slotrenner.

Maar de twee dagen in Roubaix zijn doorslaggevend en daar gaat het een stuk minder. ‘Ik zag de tijden en wist meteen, dit is niet snel genoeg.’ Wolff roept Haak …


Bent u geïnteresseerd om dit hele artikel te lezen en meer schitterende foto’s van fotograaf Jan Kruijdenberg te zien bij dit artikel? Dat kan.
U kunt een losse uitgave van de krant waarin dit artikel gepubliceerd is bestellen

Nadat wij uw gegevens ontvangen en verwerkt hebben, wordt het artikel zo spoedig mogelijk aan u verstuurd.