In de kleedkamer van OSM wordt al over de derby tegen Maarssen gesproken

Voetbal Robert Jan van der Horst

Zolang hij nog niet op zondag wakker wordt met het idee dat hij tachtig jaar is, gaat Ramon Stofmeel (42) gewoon door met voetballen. Of de wedstrijd van 9 maart tegen vv Maarssen voor speler van OSM ’75 zijn laatste derby wordt, laat hij echter in het midden. Gekscherend: ‘Waarschijnlijk wel, maar als het op voetballen aankomt, ben ik niet altijd te vertrouwen.’ Gek van het spelletje, zeggen mensen wel eens. Dat gaat voor Stofmeel zeker op.

‘Ik doe elk seizoen mee aan de voorbereiding en dan kijk ik hoe ik er fysiek voor sta. Vervolgens vraag ik aan de trainer en aan de spelersgroep: willen jullie nog wel met zo’n oude man voetballen? Als dat zo is, plak ik er nog een jaartje aan vast. Niet altijd tot plezier van mijn meisje, moet ik zeggen. Ik heb namelijk wel eens vaker beloofd om te stoppen, maar daar ben ik steeds op teruggekomen. Het levert me dan een ruzietje of drie, vier per jaar op, dat moet dan maar.’

 

Hoofdklasse

Stofmeel is op de regionale voetbalvelden geen onbekende. Hij begon bij OSM ’75 en trok vervolgens langs clubs als Elinkwijk, Hercules, SO Soest, vv Maarssen om uiteindelijk weer terug te keren op het oude nest. ‘Bij Elinkwijk redde ik het net niet om in het eerste te komen, mede door een blessure die me een jaar heeft gekost. Ik heb er altijd naar gestreefd om zo hoog mogelijk te spelen. Dat was destijds de Hoofdklasse. Via een omweg ben ik daar toch gekomen. Toen ik voor Hercules uitkwam, vertrok daar op enig moment trainer Ruud Vork naar SO Soest, dat toen op het hoogste niveau speelde. Hij vroeg of ik mee ging en dat heb ik gedaan, waardoor ik mijn ideaal toch nog heb kunnen waarmaken.’

Het is helder dat Stofmeel, die twee voetballende zoons heeft, in de herfst – eerder in de winter – van zijn carrière is aanbeland. Maar ondanks zijn leeftijd, lijkt zijn energievoorraad onuitputtelijk. Zeker in ogenschouw nemend dat hij ook nog jeugdtrainer van twee elftallen is bij OSM ’75 en dat hij enkele jaren geleden een eigen klussenbedrijf is begonnen. ‘Pas nog had ik een opdracht in Deventer, elke ochtend om kwart over zes op. Dat is wel pittig, ja. Maar als ik dan weer op het trainingsveld sta, merk ik dat ik toch nog zó graag voetbal.’

De derby dan: vv Maarssen – OSM ‘75. Stofmeel kijkt er naar uit. En hij niet alleen. ‘Er wordt bij ons in de kleedkamer al over gesproken. Dat is een goed teken. De ‘heenwedstrijd’ verloren we met 3-2, de winnende treffer viel in de 94e minuut. Daar waren we goed ziek van, maar het was toch een signaal aan onze tegenstander dat we het ze lastig kunnen maken. En ook op 9 maart zullen we onze huid zo duur mogelijk verkopen. Kijk, ik gun vv Maarssen het allerbeste en van mij mogen ze kampioen worden. Maar het liefst niet door de punten die ze tegen ons hebben gehaald.’

Omdat hij voor beide clubs speelde, kent hij hun culturen. ‘OSM is eigenlijk nog een vrij jonge vereniging, we bestaan pas 43 jaar. Pas nu zie dat bij OSM een generatie ouderen komt die zo langzamerhand met pensioen gaat en de tijd hebben iets voor de club te doen, zoals onderhoud en bardiensten. Dat is een goede ontwikkeling, die mensen zijn betrokken bij de club. Daarmee kun je vooruit. VV Maarssen bestaat al bijna een eeuw, maar toch zijn er recent veel spelers van buitenaf gekomen. Die zijn toch minder betrokken bij de club. Ik hoop voor vv Maarssen dat ze geleerd hebben van het verleden en dat de club niet in elkaar stort als er spelers vertrekken of sponsors opstappen.’

 

Ongelijke strijd

Het is zwart/wit (vv Maarssen tegen geel/blauw (OSM ‘75) op sportpark Daalseweide. En op basis van de stand op voorhand een ongelijke strijd. Op basis van ambitie eveneens. Zo belegde de thuisclub in de wintersop een heus trainingskamp over de grenzen, doet het serieus mee om de titel in de derde klasse C (Dirstict West 1) van het zaterdagvoetbal en is al bezig om een belangrijk deel van de selectie voor volgend seizoen vast te leggen. OSM ’75 kabbelt zonder degradatiezorgen mee onderin de middenmoot. Alleen al op basis van routine (‘Bij vv Maarssen is de gemiddelde leeftijd 28, 29 jaar’, schat Stofmeel in) zouden de bezoekers (gemiddelde leeftijd selectie 20, 21 jaar) geen problemen mogen hebben met OSM ’75. ‘Als vv Maarssen doet wat het moet doen, verliezen we. Ze hebben een geweldige afstemming in de selectie tussen oud en jong. Maar het is vaker gezegd: derby’s zijn wedstrijden op zich.’

Veel heeft Stofmeel zien veranderen in het amateurvoetbal. Het is niet beter of slechter, dat zal hij niet zeggen. Wel is de benadering van het spel in de loop der jaren anders geworden, vindt hij. ‘De jonge jongens voetballen zoals ze het op de Playstation zien: een hakkie of een stiffie. Maar een bal gewoon via de grond naar een vrijstaande medespeler passen, zoals vroeger gebeurde, is blijkbaar wat lastiger.’

 

Belangstelling

Maar wat de routinier misschien nog wel het meeste mist, is tegenwoordig het gebrek aan belangstelling van de ouders. ‘Van de jongere spelers zie ik zelden een vader of moeder langs de lijn. Dat is bij mij gelukkig wel anders. Mijn vader is mijn grootste fan. Als hij er een keer niet is, dan weet ik dat. Hoef ik ook niet naar hem te zoeken. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat mijn vader zomaar een wedstrijd van me overslaat.’

Toch, zo beseft Stofmeel, zal er aan zijn loopbaan in een standaardelftal een eind komen. Al probeert hij dat moment nog even uit te stellen. Door zich goed te verzorgen bijvoorbeeld. ‘Ik probeer op tijd mijn rust te pakken, leg preventief zakjes ijs op mijn knie of enkel. Is ook wel nodig, want ik ben in totaal vijf keer geopereerd aan die gewrichten. Wat extra aandacht kan dus geen kwaad.’

Maar als hij dan toch stopt met prestatief voetbal? Ramon Stofmeel aarzelt geen moment, daar heeft hij al over nagedacht: ‘Dan ga ik bij de veteranen spelen. Bij verenigingen als UVV of Hercules. Daar heb ik al eens meegespeeld, ze komen uit in een speciale competitie waaraan alleen traditierijke meedoen. Nee, niet bij OSM ’75 dus. De club doet wel mee aan een 35+-competitie, maar daar spelen ze zeven tegen zeven. Dat is niets voor mij.’

Als dat maar niet ruzie nummer vijf wordt in Huize Stofmeel.