In het voetspoor van Jan Wouters

Voetbal Ton de Ruiter

In de zomer van 1986 maakt Wouters de overgang van FC Utrecht naar Ajax. De club laat hem probleemloos gaan. De penningmeester is 650.000 gulden rijker en zijn opvolger staat klaar. Op 25 mei 1986 speelt Wouters tegen PSV (1-1) in stadion Galgenwaard zijn laatste wedstrijd voor de FC, anderhalve maand eerder heeft de 17-jarige Rob Alflen als invaller tegen FC Twente zijn debuut gemaakt.

Wouters en Alflen spelen tussen 13 april en 25 mei 1986 zeven wedstrijden samen in het eerste van FC Utrecht. Vijf jaar later zet Wouters een volgende stap. Bayern München wordt zijn nieuwe werkgever en de speler zelf zet Ajax op het spoor van zijn opvolger.

Inderdaad, Rob Alflen. De zoon van worstelaar Loek heeft dan 142 wedstrijden (15 doelpunten) gespeeld voor FC Utrecht.

In 2014 wordt de samenwerking tussen de trainer en FC Utrecht beëindigd. Op de dag van zijn aangekondigde vertrek zegt Wouters dat zijn assistent Rob Alflen klaar is om hem op te volgen als hoofdtrainer.

Wouters (Utrecht, 17 juli 1960) wordt door Johan Cruijff in 1986 naar Ajax gehaald. Voor de balans in het elftal ziet hij de Utrechter als een onmisbare pion. Supporters van Ajax begrijpen de keuze niet maar moeten hun trainer al snel gelijk geven. Wouters speelt tussen 1986 en 1991 151 wedstrijden voor Ajax en scoort 22 keer. Van de 70 interlands speelt hij er 37 in zijn Ajax-periode.

Een aardige anekdote gaat aan zijn transfer vooraf. De FC-middenvelder gaat naar Straatsburg om een contract te tekenen. De Franse club wil hem eerst een testwedstrijd laten spelen. De middenvelder komt net van het strand en de Bulgaar Jeliazkov krijgt de voorkeur. Wouters is woedend: ‘Ik zal laten zien dat het bestuur van Straatsburg mij ten onrechte zo behandeld heeft.’ Hij haalt zijn gelijk: zeventig interlands, Europees kampioen, op handen gedragen bij FC Utrecht, Ajax, Bayern  München en PSV.

En hoe vergaat het RC Straatsburg met Jeliazkov: de club degradeert uit de hoogste afdeling. Johan Cruijff heeft duidelijk meer verstand van voetbal dan de bestuurders van Straatsburg. Alflen, afkomstig van het Utrechtse Sporting’70,  tekent in 1991 een contract voor drie jaar bij Ajax. De penningmeester van FC Utrecht is even miljonair in guldens.

In De Godenzonen schrijft David Endt: ‘Op een dag zal hij zich breed maken wanneer het moet, ballen veroveren en vooropgaan in de strijd. Zijn mouwen zullen altijd opgestroopt zijn. En op een dag zal Rob Alflen foeteren. Foeteren als een Jan Wouters.’ Het komt er niet van. Door blessures kan hij die rol niet waarmaken.

Rob Alflen is dus de zoon van Loek, 19 keer worstelkampioen van Nederland en in 1960 deelnemer aan de Olympische Spelen in Rome. Daar komt de kleine Utrechter (1 meter 56) uit in het vlieggewicht. Een dag voor zijn 27e verjaardag wordt Loek uitgeschakeld in de derde ronde door de latere finalist Ion Cernea.

Alflen komt uit een familie van 13, van wie er zeven worstelen. De inbreng van zoon Rob in de twee landskampioenschappen van Ajax tussen 1991 en 1995 is gering. In het eerste jaar speelt hij 9 wedstrijden, in het tweede 14, in het derde 4 en in zijn laatste contractjaar komt hij aan spelen in het eerste niet toe.

Op zijn erelijst staat wel een Europese finale. Dat ging zo. Dennis Bergkamp meldt zich op 13 mei 1992 ziek af. John van Loen rekent er op dat hij in de tweede finalewedstrijd voor de Europacup 3 tegen AC Torino zijn kans krijgt. Maar nee. Louis van Gaal kiest voor extra middenvelder Rob Alflen. Voor de ene Utrechter gaat een jongensdroom in vervulling, voor de ander rest een invalbeurt van 25 minuten.

Van Loen en Alflen zitten samen op de bank in Turijn waar Ajax met een 2-2 score een stevige basis legt voor de return in Nederland. 0-0 is in Amsterdam voldoende en precies daarom verkiest Van Gaal middenvelder Rob Alflen boven de rossige aanvaller.

AC Torino moet na de 2-2 in eigen huis aanvallen en doet dat die 13e mei vol overgave. Viermaal raken de Italianen paal en lat. De Corrière della Sera kopt: ‘Een avond zonder God’. En doelman Stanley Menzo: ‘Ik zag overal engeltjes op de lat.’ Het blijft 0-0, al hebben Van Loen en Alflen in de slotfase de winnende treffer op de schoen. Alflen is als speler een  Utrechts straatschoffie met flair en bluf. Verdedigend minder dan  Wouters, opbouwend misschien wel beter.

Van zijn vader mag hij niet worstelen: slecht voor knieën en rug. En juist die opspelende rug zorgt dat het niet geworden is wat David Endt gelooft. In vier seizoenen bij Ajax maakt hij vier doelpunten. Alflen maakt een comeback bij Vitesse, speelt nog voor Sparta, Heracles en Cambuur en komt uiteindelijk tot 279 wedstrijden in het betaalde voetbal en 18 Europese duels – waarbij dat ene onvergetelijke op de dag dat John huilt en Rob lacht.


 

Wil je dit artikel nog eens rustig op papier nalezen? Bestel deze editie!