Joke van Klaveren, een gedreven aanjaagster van turntalent

Turnen Robert Jan van der Horst

Recht door zee was ze. Stak haar mening niet onder stoelen of banken. Joke van Klaveren, onvermoeibare strijdster voor het Utrechtse topturnen en de op een zijspoor gezette initiatiefneemster voor turnhal Welgelegen. Ze liet een stevige voetafdruk achter in de Utrechtse sport en is om die reden onderdeel van onze serie over bestuurders en doeners die vaak hun tijd vooruit waren, maar soms juist precies op tijd. Ze organiseerden, kwamen met ideeën die voor vernieuwing en verandering zorgden.

Zelden zal een sinterklaasgeschenk in de Utrechtse turnwereld met zoveel liefde zijn uitgepakt als op 5 december 1939, de geboortedag van Joke van Klaveren. Landskampioenschappen schonk ze haar vereniging DOO/K&V waar ze 50 jaar als trainer actief was. Tevens stond ze aan de basis van topsportaccommodatie Turnhal Welgelegen aan de Grebbeberglaan. Maar de opening daarvan in 2011 kwam voor Van Klaveren te laat.

En dan nog, het is de vraag of Van Klaveren blij zou zijn geweest met de uiteindelijke komst van deze hal. Want dat deze gedeeld zou moeten worden met de grootste talenten van de drie andere turnverenigingen (Sport Vereent, Fraternitas en Longa), ondergebracht in Turn4U, dat was nu ook weer niet de bedoeling. Die hal behoorde exclusief toe aan DOO/K&V, althans volgens Van Klaveren.

 

Mening

Zo ervoer ook DOO/K&V -voorzitter Johan Neu, wiens bestuurlijke carrière bijna parallel liep aan die van Van Klaveren. ‘We wensten haar die hal. Joke vond dat DOO/K&V de enige turnvereniging in Utrecht was die op topniveau actief was. We hebben toen ingezet om het haar te gunnen, maar daar had de gemeente geen oog voor. Joke was zeer teleurgesteld. Even later haalde ze in een kranteninterview uit naar de ambtenaren van de gemeente Utrecht. Dat kun je natuurlijk beter niet doen. Ik heb Joke toen gezegd dat het verstandiger was dat ze niet meer bij de vergaderingen van de bouwcommissie aanwezig zou zijn.’

Van Klaveren zag met lede ogen toe hoe DOO/K&V langzaam maar zeker de toppositie in het Nederlandse vrouwenturnen prijs moest geven. In december 1995 beklaagde ze zich nog maar eens in het toen nog zelfstandige Utrechts Nieuwsblad tegenover de onlangs overleden sportverslaggever Jacques van Willigenburg. Ondanks een zojuist behaalde zilveren medaille in het Nederlands kampioenschap van de B-afdeling. ‘Ik baal van hier tot Tokio.’

Van Klaveren moest machteloos toezien hoe háár DOO/K&V steeds verder achterop raakte bij de nationale top. Belangrijkste reden: de gebrekkige omstandigheden waaronder de vrouwen moesten trainen. Ze liet optekenen: ‘Nadat we in 1986 voor de laatste keer kampioen werden, kregen steeds meer vereniging in Nederland een eigen turnhal. Wij moeten het nog steeds doen met een achtergebleven gymnastiekzaaltje in de Reitdiepstraat.’

‘We hebben wel een eigen onderkomen in Overvecht’, vervolgde Van Klaveren in 1995 in het Utrechts Nieuwsblad, ‘maar dat wordt afgebroken voor nieuwbouw. Omdat wij vier keer in de week in een ouderwets zaaltje moeten trainen, halen andere verenigingen ons in. En dan durft de gemeentelijke sportdienst – destijds de Dienst Sport en Recreatie – in Sporthal Catharijne nog een spandoek op te hangen met de tekst ‘Utrecht Sportstad’. Ik had dat ding eigenhandig naar beneden willen trekken.’

 

Lens

Joke van Klaveren benutte haar vakanties voor het maken van turnreizen. Zoals in 1984 naar de Olympisch Spelen in Los Angeles. Bij die gelegenheid bezocht ze ook Disney World.

De Utrechtse Gymnastiek- en Turnvereniging Door Oefening Ontwikkeling (DOO) werd in op 23 mei 1896 opgericht en fuseerde in januari 1994 met Kracht en Vlugheid. DOO bracht grote namen voort, onder wie de turnster Lenie Lens. Het Utrechtse talent – inmiddels 91 – nam deel aan de Olympische Spelen van 1948 (Londen) en 1952 (Helsinki). Nog voor de tijd van Joke van Klaveren, maar een groepsfoto van DOO waarop Lens van Van Klaveren te zien zijn, prijkt in het persoonlijke archief van Van Klaveren.

Van Klaveren zelf begon op 15-jarige leeftijd met turnen, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, maar was geen hoogvlieger. ‘Ze kon het niet goed’, weet Jolanda van der Elst uit de overlevering. ‘Joke is zich toen, ondanks haar jonge leeftijd, gaan toeleggen op les geven. Ze heeft alle diploma’s gehaald en mocht op het hoogste niveau training geven. Op de vloer en voor haar pupillen wilde ze ‘Juf Joke’ worden genoemd. Sprak je haar niet op de juiste wijze aan dan kon je rekenen op een uitbrander.’

Naar mening van Van der Elst had Van Klaveren veel meer kunnen bereiken dan alleen maar DOO/K&V. ‘Ik weet bijna zeker dat ze wel eens is gevraagd door de Bond, maar daar had ze geen interesse voor. Joke van Klaveren wás DOO/K&V. Ze sloeg geen vergadering over. En ook in de fusie met K&V heeft ze een belangrijke rol gespeeld. Door het samengaan van de twee clubs (‘niet uit luxe’) kon het topturnen in Utrecht worden behouden.’ Landelijk bekend waren onder meer de jaarlijkse Steenwedstrijden, uiteraard een initiatief van Van Klaveren die met haar overlijden in 2009 ophielden te bestaan.

 

Makkelijk

Met de inzichten van nu, zou ex-voorzitter Neu de rol van Van Klaveren in de club wat minder prominent hebben gemaakt. ‘Ik sta er wat ambivalent tegenover. Joke kreeg namelijk een kleine vergoeding voor haar werkzaamheden. Je kon het niet eens een salaris noemen. Achteraf denk ik dat het niet goed was een werknemer in het bestuur te hebben. Aan de andere kant was de aanwezigheid van Joke, voor mij als voorzitter, ook wel makkelijk. Als er iets moest gebeuren dan deed zij dat. En het gebeurde goed, daar kon je van op aan. Dat maakte het voor mij weer makkelijker, toch?’

Verjaardagen bestonden voor Van Klaveren niet. Verenigingssecretaris Van der Elst: ‘Het was voor haar niet denkbaar dat je training afzegde voor een feestje. Ze was voor haar pupillen veeleisend. Streng zelfs. De training was er om te trainen, niet om grapjes uit te halen. Dan kon ze hard zijn tegen meisjes die zich niet volledig inzetten. Of het pedagogisch verantwoord was? Toen dachten we daar anders over. Mijn dochter heeft ook nog onder Joke getraind, maar in deze tijd zouden wij, de ouders, dat niet meer accepteren. Maar ze had ook een ‘zachte’ kant, al toonde ze die niet heel vaak. Zo heeft ze jaren haar zieke moeder in huis genomen en voor haar gezorgd, tot aan haar dood. Ze was gek met haar nichtjes en haar twee katten Ze kon ook heel attent zijn; als turnsters jarig waren dan kregen ze van haar een presentje.’

 

Onbewogen

Joke van Klaveren wás DOO/K&V. En vaak had ze op technisch gebied nog gelijk ook. ‘Als Joke de selectie bekend maakte voor een wedstrijd of een toernooi, dan waren we het wel eens niet met haar eens. Het gebeurde vervolgens bijna altijd dat we na een goed resultaat moesten bekennen dat Joke het toch weer goed had gezien. Uiterlijk bleef ze onbewogen onder goede resultaten, maar inwendig moet ze blij en trots zijn geweest. Ik heb het overigens heel bijzonder gevonden dat, ondanks haar eigen beperkte turncapaciteiten, ze zo’n geweldig oog had voor talent. Joke was technisch heel goed, heeft ook internationale wedstrijden gejureerd.’

Van de mens achter Van Klaveren, opgegroeid in een gezin met drie zussen, kreeg Van der Elst een beter beeld toen ze éen keer bij haar op bezoek ging. Een bijzonderheid. ‘Want ze liet eigenlijk nooit mensen toe. Ze woonde in een bovenwoning aan de Rijnlaan in Utrecht-Zuid. Toen ik binnen kwam, wist ik niet wat ik zag. De eettafel lag vol met papieren van DOO/K&V, een waar archief. Een zijkamertje hing vol met medailles en vaantjes die door haar turnsters waren gewonnen. En van al haar vakanties had ze plakboeken bij gehouden, alles keurig gerubriceerd. Daar sprak voor mij toch wel haar betrokkenheid, haar trots uit.’

 

Ambitieus en grappig

Van Klaveren was in het dagelijks leven secretaresse bij de Nederlandse Spoorwegen. ‘Maatschappelijk gezien was ze geen hoogvlieger’, aldus wetenschapper Neu (psychologie), tevens docent en decaan aan de Hogeschool Utrecht. ‘Vanwege die achtergrond ben ik destijds gevraag om zitting te nemen in de bouwcommissie van de nieuwe turnhal op Welgelegen en maakte dus de media-uitglijder van Van Klaveren van dichtbij mee. Op het gebied van turnen was Joke niet de meest zachte. Ze trainde met een militaristische discipline. Haar gedrevenheid en enthousiasme waren ongekend. Het  meest kenmerkende van haar was dat zij extreem ambitieus was. Het kan altijd nog beter, was haar motto. Alles moest immer 100% perfect zijn. Dit leidde ertoe dat ze altijd commentaar had op wat fout gegaan was en niet op wat er allemaal goed gegaan was. Dat leidde nogal eens tot wrevel leidde bij deze of gene.’

Als er barrières waren, trok ze ten strijde. Neu: ‘Woest werd de vijand genomen. Je was voor haar of tegen haar. In de organisatie van wedstrijden was ze punctueel, perfectionistisch.’ Van der Elst: ‘Al had ik wel het idee dat ze de laatste vijf jaar van haar leven wat milder is geworden.’

Humor had ze wel, zo ervoer Van der Elst op een trainingskamp in Duitsland. ‘We zaten aan het ontbijt en ineens zagen we Joke voor een raam liggen. Dit is zo’n mooie vensterbank, dat ik hier maar de hele dag blijf liggen, zei ze. We hebben ons kapot gelachen.’

 

Leven voor turnen

Joke van Klaveren leefde voor het turnen. Elk jaar nam ze vier weken vakantie en bezocht dan alle grote toernooien over de hele wereld. Van haar eigen geld. ‘EK’s, WK’s en Olympische Spelen, overal ging ze naar toe’, weten Van der Elst en Neu zich te herinneren. ‘En als je aan haar vroeg hoe het was geweest, was steevast haar antwoord dat de organisatie toch wel beter had gekund.’

De opening van haar droomwens, turnhal Welgelegen, het in 2011 geopende domein van – nu – Turn4U, heeft Van Klaveren niet mogen meemaken. Van der Elst: ‘Dat is haar gelukkig bespaard gebleven. Ze zou nooit topturners van DOO/K&V hebben afgestaan aan een gezamenlijk project als Turn4U, waar alleen de besten van de Utrechtse clubs mogen trainen. Bij de opening was DOO/K&V het aanspreekpunt voor de gemeente. Wij moesten onder meer de trainingsuren verdelen. Het werd roddel en achterklap, een nare periode. Na twee jaar hebben we ons teruggetrokken. Een moeilijk besluit, omdat we niet wisten waar we terecht konden.’

Uiteindelijk vond de vereniging aan de Martin Ovenweg op Zuilen een oude fabriekshal die de leden omtoverden tot een eigen turnhal. Van der Elst: ‘Uit eerbetoon en ter herinnering aan de inzet van Joke hebben we een speciale Joke van Klaverenwand ingericht. Dat heeft ze verdiend. Net als de aandacht die de Utrechtse Sportkrant nu besteedt aan Joke. DOO/K&V en het Utrechtse turnen zijn haar veel dank verschuldigd. Ze was een gedreven aanjaagster van turntalent.’

 

Niet eervol

Het liefst was Joke van Klaveren in het harnas gestorven, denkt Johan Neu. ‘Een rollator? Daar moest ze niet aan denken.’ Maar een eervol afscheid van DOO/K&V werd haar niet gegund. Op 23 september 2008 nog werd ze voor haar verdiensten onderscheiden met de Sportpenning van de stad Utrecht. Amper een week later werd haar de toegang tot de turnlocaties ontzegd. Op 27 september verliet ze de club. Gedesillusioneerd. Met een pennenstreek werden vijftig jaar inzet voor DOO/V&K en het Utrechtse turnen doorgehaald.

Andere tijden, andere inzichten. Neu en Van der Elst: ‘Een nieuw bestuur vond haar aanpak en de trainingsmethodes van Joke van Klaveren niet meer van deze tijd, waar we ons wel iets bij konden voorstellen. Van de ene op de andere dag mocht ze de hal niet meer in. Joke was tot op het bot beledigd. Maar pedagogiek was nu eenmaal niet haar sterkste kant. Van misbruik of ongewenste handelingen overigens, waarover nu in de turnsport zoveel wordt gesproken, was bij Joke nooit sprake.’

Van Klaveren kon de maatregel van het nieuwe bestuur niet accepteren. Uit rancune stapte ze over naar een club buiten de stad. Lang heeft ze daar niet gefunctioneerd. Begin 2009 werd bij haar kanker geconstateerd, uitgezaaid door haar hele lichaam. De ziekte greep snel om zich heen. De laatste weken van haar leven werd ze verzorgd in een hospice in Vleuten. ‘Zelfs daar hield ze tot het laatste moment de regie over haar eigen leven en had ze alle zaken tot in de puntjes geregeld. Ze had zelfs een nieuw adres voor haar katten geregeld.’