Jubilerend IJCU Dragons laat zich zien aan het publiek

IJshockey Robert Jan van der Horst

Niet alleen voetbalclub FC Utrecht bestaat in 2020 (per 1 juli) 50 jaar. Ook in Noord-Utrecht wordt eenzelfde jubileum gevierd, al is het daarvoor nét iets te vroeg. Reden, in elk geval, voor een bescheiden feestje van IJshockey Club Utrecht, ook gezien de huidige corona-maatregelen. Op 24 oktober 1970 wierp de Utrechtse sportjournalist, radio en tv commentator Frans Henrichs de eerste puck. Dat was in een volgepakte ijshal van De Vechtsebanen. Onder toeziend oog van initiator voor deze kunstijsbaan Henrichs, ook wel Mister IJshockey genoemd, verloor – toen nog - UYC met 3-1 van Den Bosch.

Dat schreeuwt 50 jaar later om een revanche, bedachten enkele leden. En die komt er ook, op 20 september om 14.00 uur als de veteranen van beide clubs op het ijs staan: Vintage Utrecht tegen Vintage Den Bosch. Toppers en minder bekende spelers binden zondag 20 september de schaatsen om: onder meer Willem en Jan van der Kraak, Kees Slagmolen, Ruud Molenaar, John Willemse (sinds de oprichting lid), Dennis Lodewijks, Bruce Whiteside, René Jansen en Harry Martens. Tonny Collard (knieblessure) is wel aanwezig, maar komt niet in actie.

Ook aanwezig is Fred de Wit. Hoewel inmiddels 84 jaar – en mede-grondlegger van de eerste hoofdmacht van UYC – staat de goalie nog regelmatig op het ijs. ‘Maar ik durf dat voor deze wedstrijd niet aan. Vandaar dat ik in de bench sta als coach. Ik pik mijn wedstrijdjes toch wel mee.’ Juist in de periode dat De Vechtsebanen de voltooiing naderde, verhuisde De Wit van Den Haag naar Driebergen om als fotograaf te gaan werken bij de Rijkspolitie – Porsche-eenheid – Driebergen. ‘Ik heb de treinkapingen in Wijster (1975) en De Punt (1977) gefotografeerd, de ontvoering van Freddy Heineken en talloze verkeersongelukken. Ik heb heel wat ellende gezien.’

 

Uitlaatklep

Sport was dus een geweldige uitlaatklep voor De Wit die in zijn actieve carrière voor de nationale ploeg op vijf wereldkampioenschappen uitkwam: Lausanne (Zwitserland, 1961), Stockholm (Zweden, 1963), Wenen (Oostenrijk, 1964), Skopje (Joegoslavië, 1965) en Galati (Roemenië, 1966). Het was dus ook niet vreemd dat de geboren Hagenaar en sportjournalist Frans Henrichs, die het ijshockey overal in de wereld volgde, elkaar kenden. Dat kwam goed uit bij de samenstelling voor de selectie, die in 1970 uitkwam in de Eerste Divisie, destijds het hoogste niveau in Nederland. ‘Er was natuurlijk helemaal niets in Utrecht. Ja, er waren Utrechtse jongens als Tonny Collard en John Willemse. Die trainden in Amsterdam, maar waren nog te jong.’

En dus gingen Henrichs, De Wit en ook ijsbaandirecteur Van der Leegte aan de slag. De Wit benaderde ijshockeyers uit Den Haag en Amsterdam, tot genoegen van Van der Leegte. Door de populariteit van de sport in Utrecht stroomde niet alleen de ijshal vol bij de thuiswedstrijden, maar deed ook de horeca van De Vechtsebanen goede zaken. De Wit: ‘De spelers kwamen voor een onkostenvergoeding.’

Aanvankelijk verdedigde De Wit het doel van UYC Boldoot, zoals de formatie in de eerste jaren heette. Maar toen de coach al na een paar wedstrijden aan de kant werd geschoven en het eerste team toch al over drie goalies beschikte, nam De Wit diens plaats in. De politiefotograaf stond ook nog aan het roer in de wellicht meest spraakmakende periode uit de Utrechtse ijshockeygeschiedenis, de Hunters. Een sigarettenmerk als hoofdsponsor, kom daar nog maar eens om vandaag de dag. Een prachtige periode was het desondanks, weet De Wit. ‘Met uitstekende spelers als Carry Beekink, George Hermsen, Theo van Kuik, Tonny Collard, Ivan Kocanda (speler/coach) en Larry van Wieren. De Vechtsebanen puilde uit.’

 

De oudste

Na zijn carrière als coach werd De Wit weer actief als goalie. Zo actief zelfs, dat hij op 12 januari 2014 op de leeftijd van 78 jaar en 86 dagen een wereldrecord vestigde: de oudste ijshockeyspeler ter wereld. De in Wijk bij Duurstede woonachtige De Wit moest daarvoor een hele wedstrijd keepen in een door de Nederlandse IJshockey Bond vastgestelde wedstrijd. Door aan die voorwaarde te voldoen in het Derde Divisieduel Nijmegen – Eindhoven verwierf De Wit zich een plaats in het Guiness Book of Records. ‘Ik heb wel het certificaat van die prestatie, maar heb het nooit in het Guiness Book zelf afgedrukt gezien.’

En nog speelt of traint hij wel eens mee met Vintage Utrecht. ‘Maar de wedstrijd van zondag 20 september tegen Vintage Den Bosch laat ik aan me voorbij gaan. Ik coach de ploeg liever op die dag.’