Judoreus Anton Geesink zag achter steeds meer bomen een vijand

Sportboek en -film recensie Hans van Ommeren

Een schriel ventje, dat was het ‘joch van Mien’. Een scharminkelig doelwit van sterkere jongens die hem graag een pak slaag toedienden. Om te kunnen overleven in de volksbuurt waar hij opgroeide - wijk C in Utrecht - moest Anton Geesink knokken en dat zou hij zijn hele leven blijven doen. Op de judomat en als sportofficial. Kees Kooman schreef een fascinerende biografie over de man, die in 2010 op 76-jarige leeftijd overleed en tot de allergrootsen van de Nederlandse sport gerangschikt mag worden.

Anton Geesink, de man die alles anders deed, is een geactualiseerde remake van het boek dat in 2009 verscheen, De killer in kimono. Kooman steekt zijn bewondering voor de sportman Geesink niet onder stoelen of banken, maar kan niet ontsluieren waarom de judoreus als bestuurder met bijna iedereen ruzie maakte en steeds meer spoken najoeg. Dat kan trouwens bijna niemand. ‘ Het heeft te maken met een diep geworteld minderwaardigheidscomplex,’ luidt een verklaring.

Dat zal gevoed zijn door het besluit van het NOC om hem in 1960 niet als worstelaar op te nemen in de olympische ploeg voor Rome. Geesink zou geen ‘reine’ amateur zijn, hij heeft bijverdiensten, stelt Charles Pahud de Mortange. Het zorgt voor een sluimerende veenbrand bij de metselaarsknecht die ervan overtuigd is dat de man met de driedubbele achternaam hem op grond van zijn afkomst heeft gediskwalificeerd.

 

Fietsend naar Parijs

In de biografie komen veel kennissen en (oorspronkelijke) vrienden uit Utrecht aan het woord. Geschetst wordt hoe de jonge Anton zijn eerste lessen krijgt in de woonkamer van Jan van der Horst. Hij bouwt een blakende conditie op door op straat kilometers af te leggen met een hoepel. Geesink heeft er alles voor over om beter te worden. Op een damesfiets rijdt hij naar Parijs, meer dan 500 km, om te kunnen trainen in een voormalige paardenstal. Want daar zwaait een Japanner de scepter, afkomstig uit de bakermat van het judo.

Geesink zal het land vaak bezoeken en schrijft er in 1964 historie. Met een houdgreep verslaat hij niet alleen zijn tegenstrever in de olympische finale Akio Kaminaga, maar verlamt hij een heel land. Tevens dwingt hij respect af door met een armgebaar dolenthousiaste fans ervan te weerhouden de heilige mat te betreden.

De prestatie is des te knapper wanneer je bedenkt dat Geesink de weg naar de top van de Olympus helemaal zelf heeft moeten ontdekken. Hij beschikte niet over de faciliteiten van de huidige Tokio-gangers, verre van dat. Maar hij was wel een topsporter pur sang, gebruikte elk moment om spieren te trainen en schuwde ook psychologische trucs niet.

 

Corruptie

Na zijn sportcarrière werkt de Utrechtse reus een tijdje in de wereld van catch-as-catch-can, bestrijdt dat het meer show dan sport is en krijgt zelfs wat kleine filmrolletjes. In 1987 haalt IOC-baas Samaranch hem binnen als bestuurslid van de internationale sportkoepel. Dan valt zijn naam in het Duitse weekblad der Spiegel als een van de hoofdzondaars in een omvangrijke corruptiezaak. Het blijkt niet te kloppen. Geesink had weliswaar 5000 gulden ontvangen voor ‘reiskosten’, maar dat bedrag staat in geen verhouding  tot wat andere IOC-bestuursleden hebben geïncasseerd.

Hij krijgt een berisping, maar legt zich daar niet bij neer. Het vormt de rode draad in zijn leven. Is de vechtjas het ergens niet mee eens, wordt zijn waarheid niet als dé waarheid gezien, dan gaat hij er tegenin. Het maakt dat hij steeds meer vrienden van het eerste uur verliest. Maar ook sneuvelen er nogal wat sportbestuurders die het wagen zich tegenover hem op te stellen.

Voortdurend ligt Geesink in de clinch met het NOC, later NOC*NSF. ‘Het is niet eens zozeer de persoon, maar de functie die op hem werkt als een rode lap op een stier,’ stelt een ingewijde. Geesink wordt met de jaren wantrouwiger. Achter steeds meer bomen ontwaart hij een vijand en trekt ook zijn medewerking in aan de biografie van Kooman. Die weigert louter lovende getuigenissen in het boek op te nemen, wil een eerlijk beeld geven van de sportgigant. En daarin slaagt hij met glans.

 


Anton Geesink, de man die alles anders deed.

Auteur: Kees Kooman
Uitgever: Edicola
Paperback, 400 pagina’s, 24,95 euro.