Kampong Cricket hoopt op internationale status (2)

Cricket Robert Jan van der Horst

Topcricket naar Utrecht halen. Meer specifiek naar Kampong. Dat is het streven van Floris Jansen (56). De oud-bowler van de succesvolle club in het midden van de jaren negentig – drie landstitels – windt er geen doekjes om. ‘Onze accommodatie wordt steeds beter, voldoet steeds meer aan de internationale eisen.’ Vandaag het tweede en laatste deel van het interview met Jansen.

Niet alleen de ICC (International Cricket Council) en de deelnemende landen hebben baat bij de globalisering. Ook Kampong plukt er de vruchten van. Niet alleen waar het aantallen spelers en leden betreft, weet Jansen. ‘Ja, het gaat goed met de club. Ook in het kader. Wij hebben bijvoorbeeld drie mensen met een Indische achtergrond in het bestuur. Dat loopt prima. Laatst kwamen hier een Zuid-Afrikaans gezin. Ze wilden hun zoon – 14 jaar – laten cricketen. Graag. Wanner hij dan kon beginnen. Voorlopig niet, want ons seizoen – op 31 augustus namen de voetballers hun intrek op de velden die ooit van de Domeinen (Defensie) waren – is net afgelopen. Dat begrijpen ze dan niet zo goed. In Zuid-Afrika kun je namelijk zowat het hele jaar cricketen. Hier van mei tot en met augustus, zo’n beetje.’

 

ICC

Met steun van onder meer voormalig sportwethouder Paulus Jansen van Utrecht (‘hij heeft ons geholpen met het groter maken van het veld’) komt Kampong steeds dichter bij het doel om zich te kunnen kandideren voor grote eendaagse wedstrijden, de zogenaamde ODI’s (One Day Internationals). Jansen speelde er in 1996 zelf twee van, tegen Engeland en Pakistan, en kwam daarnaast ruim 90 keer (‘volgens mij een stuk of 98’) uit in ‘gewone’ interlands voor Oranje.

De tijd dringt voor Jansen en Kampong. Vandaar dat ze hopen op een snelle beslissing van de ICC voor toekenning van de hoogste status voor de accommodatie. ‘In 2020 gaat er een ODI-competitie van start tussen de dertien sterkste landen van de wereld. Nederland heeft er zich al voor geplaatst en het zou natuurlijk fantastisch zijn als we één of twee wedstrijden naar Utrecht kunnen halen.’

Het is uiteindelijk aan de Koninklijke Nederlandse Cricket Bond (KNCB) om die status aan te vragen bij de ICC. ‘Als de leden van de internationale bond komen kijken, vliegen ze businessclass en overnachten ze in 5-sterrenhotels. Dat gaat natuurlijk in de papieren lopen. Als die mannen dan toch een keer in Engeland zijn – waar het hoofdkantoor van Europese cricketbond is gevestigd – kunnen ze misschien een keer over komen. Als we creatief met onze middelen kunnen omgaan, kunnen we nog een eind komen.’

 

Lees hier het eerste deel van het interview met Floris Jansen die tevens uitbater van uitspanning The Cricket Pavilion aan de Laan van Maarschalkerweerd is