Kampong Cricket hoopt op internationale status (1)

Cricket Robert Jan van der Horst

Topcricket naar Utrecht halen. Meer specifiek naar Kampong. Dat is het streven van Floris Jansen (56). De oud-bowler van de succesvolle club in het midden van de jaren negentig – drie landstitels – windt er geen doekjes om. ‘Onze accommodatie wordt steeds beter, voldoet steeds meer aan de internationale eisen.’ Vandaag deel 1 van het interview met Jansen.

Floris Jansen.

Met ‘beter’ wil Jansen, tevens uitbater van uitspanning The Cricket Pavilion aan de Laan van Maarschalkerweerd, maar zeggen dat leden van de internationale cricketbond – International Cricket Council – in de nabije toekomst ook best de kant van Utrecht op mogen kijken waar het de toewijzing van grote internationale wedstrijden betreft.

En dan heeft Jansen het over de absolute wereldtop. Grootmachten als Engeland, India, Pakistan, Nieuw-Zeeland en Australië. Het zijn voornamelijk de voormalige Gemenebestlanden waar cricket populair is. Na voetbal is ‘the king of sports’ wereldwijd zelfs het tweede televisieland. Jansen, relativerend: ‘Als ze in India de televisie aanzetten dan zijn er al één miljard kijkers.’

 

WK Twenty20

Vandaar dat een bezoekje van achttien mindere Europese cricketgoden van 29 augustus tot en met 3 september aan Nederland mogelijk een opmaat was naar meer. Landen als Portugal, België, Duitsland en Frankrijk speelden in ons land een kwalificatietoernooi voor het WK Twenty20, een tak van cricket vol actie en spanning vanwege de korte duur – maximaal 20 overs per team – die steeds meer aan populariteit wint.

De umpires – de scheidsrechters – en officials sturen hun bevindingen en rapporten namelijk door aan de ICC die gevestigd is in Dubai. ‘Daar is veel geld en daar wordt het cricket gerund. Daar komen ook de rapporten binnen. Mooie cijfers over ons veld, onze accommodatie, kunnen ons in de toekomst helpen een hoge waardering te krijgen.’

Over het niveau van de landen aan de kwalificatiereeks laat Jansen zich niet uit. ‘Je kunt niet eens zeggen dat Nederland het peil is ontgroeid. Simpelweg, omdat er in mijn tijd als cricketer in deze landen nog amper cricket werd beoefend. Het was ondenkbaar dat we bijvoorbeeld tegen Portugal speelden. Het is dus goed voor de mondialisering van de sport dat deze kwalificatietoernooien er zijn. En die worden op alle vijf de continenten gehouden.’

 

Globalisering

Als belangrijkste oorzaak voor de globalisering van de sport ziet Jansen de expats die zich overal op de wereld vestigen, het internationale werknemersverkeer. ‘Zo hebben we in Nederland veel Indiërs, Zuid-Afrikanen en Hindoestanen. De samenstelling van teams en clubs is daardoor in de loop der jaren heel anders geworden. Ook vluchtelingen weten hun weg naar de clubs te vinden. Soms krijgen we zelfs een verzoek van Vluchtelingenwerk Nederland om spelers op te nemen, waaraan we dan graag voldoen. Geen betere sport voor integratie dan cricket.’

Hoewel Nederland niet deelnam aan deze kwalificatiereeks mocht ons land deze toch organiseren. ‘Dankzij goed werk van onze eigen bond (KNCB) en omdat we in Europa, na Engeland natuurlijk, als enige land over voldoende – zes – grasaccommodaties beschikken.’ Daarmee wordt bedoeld dat de ondergrond van het slagperk, daar waar de twee wickets staan, van gras is. Ofwel een graswicket. Ook in onder meer Den Haag, Rotterdam en Amsterdam werd dit toernooi gespeeld.

 

Lees hier deel 2 van het interview met Jansen