Karateka Sujecki dichtbij WJK-brons in turbulent Chili

Karate Roberto Cancian

De Utrechtse karateka Floris Sujecki is afgelopen donderdag vijfde geworden op het WK tot 21 jaar in de Chileense hoofdstad Santiago. Hij verloor na een zeer sterk parcours uiteindelijk de bronzen finale in de klasse tot 63 kilogram van de Tunesiër Rayane Tlili Ahmed. Eerder op de dag plaatste het 15-jarige talent uit Leidsche Rijn - verbonden aan de Amsterdamse Karateschool Fightin’ Nabil - zich voor de halve finale.

Dit deed hij na sterke overwinningen op de Zuid-Afrikaan Belfi (2-0), de Montenegrijn Danilovic (3-2), de Indonesiër Aryantara (3-1) en de Australiër Skewes (4-0). Na een bloedstollende halve finale was het de Let Artūrs Stepanovs die uiteindelijk de weg naar de finale blokkeerde.

Volgens bondscoach Virgil Fisser en clubcoach Nabil Ou-Aissa was Floris tijdens dit kampioenschap dichterbij de finale dan het brons. ‘Tegen de Let lagen echt kansen om door te pakken, de tank was alleen leeg bij Floris. In de bronzen finale liet hij zich vrij vlot in de partij verrassen door de Tunesiër. Die draaide het daarna slim uit ondanks diverse pogingen van Floris om het tij te keren. Niettemin een grandioos debuut als international met een top 5 notering op een WJK’, aldus de coaches, die ook in de maanden voorafgaand aan het kampioenschap nauw contact onderhielden over de voorbereidingen van Sujecki.

 

Noodtoestand en avondklok

In de Chileense hoofdstad Santiago was het gedurende het WJK karate behoorlijk onrustig vanwege massale protesten tegen het regeringsbeleid van president Sebastián Piñera. Die protesten liepen uit op rellen en plunderingen. Daarbij vielen zelfs doden. De noodtoestand werd in de Chileense hoofdstad afgekondigd en ook stelde het leger een avondklok in.

Voor Floris en zijn teamgenoten van het nationale team was het een zeer uitzonderlijke en turbulente situatie. Sujecki: ‘De omstandigheden rond het kampioenschap waren verre van ideaal. We hebben omwille van veiligheid eigenlijk vooral binnen in het hotel gezeten met de Nederlandse ploeg. Ik had weliswaar een spelcomputer mee om de tijd te doden, maar daar heb je op een gegeven moment ook wel genoeg van. Buiten kwamen we eigenlijk alleen in groepsverband om te eten tussen 14 en 16 uur, inkopen te doen of even te trainen in de buitenlucht en op de wedstrijddag was er natuurlijk de rit van en naar de sporthal. We zijn één keer na het eten door demonstranten teruggebracht naar het hotel, dat zal ik nooit meer vergeten. Maar, nu het kampioenschap achter de rug is, wil ik maar één ding: zo snel mogelijk naar huis.’