Kees Hiele, pionier met ondeugende trekjes (1)

Basketball Honkbal/Softbal Pim van Esschoten

Zijn knieën wilden eigenlijk niet meer, zoals ook zijn dikke, kromme vingers het gevolg waren van zijn jaren als catcher, dikwijls in weer en wind kou. De tijd had zijn gelaat getekend, maar zijn ogen toonden nog altijd die jongensachtige ondeugd. Want bij alles wat Kees Hiele voor de Utrechtse sport had gedaan, er zat altijd wel een ondeugende kant aan. Regels of wetten werden opgerekt of achteloos terzijde geschoven.

De Geest van Kees, uitgegeven door de gemeente Utrecht in 2009.

Hij pikte oude lantaarnpalen voor de bouw van een backstop, kraakte twee gymzalen, betaalde Amerikaanse basketballers bij BC Markt volgens de methode ‘hand op de knip en afbluffen’, zoals hij het zelf zei, jatte jarenlang honkbalspullen bij een oude legerdump, opende een sportcafé zonder vergunning en vond sponsoren voor het straathonkbal in een tijd dat dat beslist niet mocht. Toch was hij aan het einde van zijn leven koninklijk onderscheiden en in het bezit van de sportpenning van de stad Utrecht. Omdat er geen cent eigen belang bij zat. Omdat hij de jeugd aan het sporten kreeg.

Kees Hiele was van alles een beetje. Drammer, sjacheraar, ritselaar, altijd vol ideeën en vaak een chaoot. In het boekje De Geest van Kees, uitgegeven door de gemeente Utrecht in 2009, vertelde zijn jongste zoon Kees over een telefoontje van het Utrechts Nieuwsblad, waarvoor hij jarenlang honkbalverslagen schreef; hij bleek al een jaar geen declaratie te hebben ingediend. Gewoon vergeten. Zelf vond hij rommelaar of ritselaar ‘te negatief klinken’, zei hij tegen het UN in 1998. Maar ook: ‘Sport is handelen in de marge. Hoeveel mensen zijn er niet in verzopen? Misschien wel omdat ze te eerlijk waren.’

 

Honkbal

In de maanden na de bevrijding stonden de sportvelden aan de Thorbeckelaan vol met legertenten van de Royal Canadian Hussars. Kees Hiele lag er languit in het zomergras vol bewondering te kijken als ze gingen honkballen. Als lid van UVV vroeg hij of ook daar een honkbalafdeling kon worden opgericht, zoals bij veel andere voetbalclubs. De vereniging van keurige middenstanders deed in de zomermaanden echter aan cricket en dat lawaaiige honkbal paste UVV niet. Hiele stapte over naar DOS en nam in zijn kielzog een groep medestanders mee, waarna UVV in 1948 bijdraaide.

Na de verhuizing van ‘de benenkluif’ langs het Inundatiekanaal naar het nieuwe sportpark De Hoge Weide in 1955 legden de spelers eigenhandig een heus honkbalveld aan. Tribunes en dug outs werden gebouwd met betonblokken van Bredero, waar Hiele destijds werkte. En de backstop, het hekwerk achter de thuisplaat, werd gebouwd met telefoonpalen die hij ergens had ‘gevonden’.

Gepikt dus. Hoe moest het anders? Geld hadden ze niet, sportsubsidies bestonden niet of nauwelijks, en dus werd er van alles bijeen geritseld. Op het veld deden ze het met oud spul van de Canadezen, werd het nodige gejat bij de legerdump in Benschop en vanaf de komst van de Amerikanen op luchtmachtbasis op Soesterberg in 1954 werd ook daar een handeltje opgezet. Met spullen én spelers. Kees Hiele was er inmiddels kind aan huis, kreeg tips als er nieuw personeel was gearriveerd dat kon honkballen. Er zaten heel goede tussen, maar even talrijk zijn de hilarische verhalen van de yanks die half beschonken in het veld verschenen na een avondje stappen in Amsterdam. Hiele moest ze dan op de basis uit hun bed sleuren.

 

Aanvoerder

Vaker dan eens zei hij later dat hij het allemaal echt niet in zijn eentje had gedaan, dat iedereen de handen uit de mouwen stak. ‘Maar Kees was wel de aanvoerder,’ zei Jan Kars, die net als Hiele tot de pioniers bij UVV moet worden gerekend. Van zijn vele ideeën werd Kars wel eens moe. Zoals de twee ook wel botsten over de spelers die Hiele van de basis plukte. ‘Kees overlegde niks, we hebben knallende ruzie gehad over die yanks van hem.’

Ze waren fanatiek, wilden hogerop en UVV kreeg de reputatie van een ongeregeld zootje. Ooit stapte bondsvoorzitter Doet Beets zelfs de kleedkamer in om het team op hun ‘onbeschaafde’ gedrag aan te spreken. De yanks van Hiele versterkten dat imago alleen maar en leidde tot trammelant met de bond, omdat andere clubs de Amerikaanse inbreng oneerlijk vonden. Ondertussen stroomde het publiek met duizenden naar De Hoge Weide, trokken ook uitduels van UVV veel volk en weinig jaren later haalden ook andere clubs spelers uit de VS.


In deel 2 van de Voetafdruk van Kees Hiele: Hiele was al met iets nieuws bezig, met zijn Utrechtse versie van de Babe Ruth Little League, de kweekvijver, UVV Daggers en de nieuwe sporthal Welgelegen.