Kees Hiele: ‘Sport is handelen in de marge’ (2)

Basketball Honkbal/Softbal Pim van Esschoten

Eind jaren vijftig van de vorige eeuw was Kees Hiele een van de betere achtervangers van het land, misschien wel de beste. Maar wie destijds honkbal zei, zei Haarlem. Bij Oranje vormden ze een kliek en van Hiele wilden ze niks weten. Tot Ron Fraser de nieuwe bondscoach werd en Hiele selecteerde voor het EK in Barcelona in 1960. Oranje greep de titel, Hiele speelde er slechts twee duels en zag hoe ook Fraser werd ingepakt door de Haarlemse jongens en gaf er nadien de brui aan.

Zo gooide hij bij Oranje de kont tegen de krib, bij UVV gaf hij enkele jaren later vrijwillig zijn rol als catcher op voor Ricky Kersout. Omdat de Antilliaan in zijn ogen simpelweg beter was.

 

Dit is deel 2 van het artikel over de voetafdruk die Kees Hiele
op de Utrechtse sport heeft achter gelaten.
Lees hier deel 1. 

 

Hiele was al met iets nieuws bezig, met zijn Utrechtse versie van de Babe Ruth Little League, met wijkteams die honkbalden in de stadsparken. Het werd een groot succes, de toeschouwers stroomden toe of hingen over de balustrade van de balkons. Het bleek daadwerkelijk de kweekvijver die Hiele voor ogen had. Latere toppers als Jos Kervers, Wim en Peter van der Ster en Hennie Jenken sloegen bij het straathonkbal hun eerste ballen in de bosjes.

Zo was Kees Hiele in 1964 een buurtsportcoach avant la lettre. Zijn tijd ver vooruit, zelfs iets té ver vooruit. Hij vond sponsors à 200 gulden per teams die luisterden naar namen als UN Hitters, Blijenberg Bliksems, de Geesink Dwergen (‘de lange’ was in de Utrechtse wijk Hoograven buurman van Hiele). En dat was in die tijd absoluut verboden, zeker omdat het om kinderen ging. Bovendien begon het straathonkbal op een wilde bond te lijken. Het mocht niet meer en als Hiele door zou gaan wachtte hem een levenslange schorsing, dreigde de honkbalbond. Met Hieles succesformule deed ze overigens niks.

 

Basketbal

Eind jaren ’60 wilde hij iets maken van de basketbaltak, de UVV Daggers, waar zijn jongste broer Adriaan actief was. Eerder al had hij ook basketballers van de basis in Soesterberg gehaald voor SVE, dat in 1967 landskampioen werd. Nu had hij het idee om de Daggers te laten sponsoren door marktkooplui. UVV weigerde, Hiele verdween bij zijn club en ging honkballen bij BSC Utrecht dat geen veld had en er een vond aan de Graadt van Roggenweg. Niks gevraagd, gewoon over het hek geklommen, keet versiert als kleedruimte en dat was dat. Defensie (eigenaar van het terrein) liet hem begaan.

Uit zijn sponsoridee ontstond later de nieuwe basketbalclub BC Markt. Als medewerker van de Dienst Marktwezen had hij zo zijn contacten in die wereld, waar hij zich ook uitleefde met zijn voortdurende stroom aan ideeën. En hij kreeg de kooplieden mee in zijn streven met BC Markt in de eredivisie te spelen.

 

Witte chantage

Toen OSG Hendrik van der Vlist de oude barakken op het Kanaleneiland inruilde voor een nieuw gebouw (1973), kraakte Hiele de twee verlaten, houten gymzalen van die school aan de Lomanlaan. Zijn Amerikaanse spelers woonden in de kleedkamers en konden er de hele dag trainen. Andere kleedkamers werden een kantine, goed voor de inkomsten. Vele sportclubs vonden er onderdak, ook honkbalclubs voor de wintertraining. De gemeente eiste een huurbedrag die Hiele weigerde te betalen. Bouwbedrijf Wilma wilde de grond echter in bezit krijgen, maar Hiele ging niet weg voor hij elders een eigen hal mochten bouwen. ‘Witte chantage,’ zei hij in 1998 tegen het UN. Dat lukte hem ook nog, met de eerste versie van sporthal Welgelegen (1993). Tussentijds werden twee (geleende) blaashallen aan de Admiraal Helfrichlaan geplaatst, met toestemming van de gemeente. Alleen een clubhuis ontbrak nog en daarvoor werd café De Toren aan de Balijelaan gepacht. Zonder vergunning.

Met zijn ‘1000 loten loterij’ (honderd gulden per lot) vergaarde hij een startkapitaaltje voor de nieuwe hal en bovendien kon hij lenen bij de bank en kreeg zelfs een subsidie van de gemeente. De hal zat al gauw propvol en werd ook ontdekt door de jeugd uit de wijk. Hiele zette de deur open voor die kinderen, ook als ze geen geld hadden. ‘Welgelegen’ stond ook bekend in die jaren om de (vaak meerdaagse) bruiloftsfeesten. Wederom zonder vergunning, maar dat zag de gemeente door de vingers. Jaren later zou sportwethouder Hans Spekman zeggen: ‘Regels zijn er voor mensen en ik zag geen noodzaak om in te grijpen omdat bij Kees niet alles volgens de regels ging.’

Gevraagd naar zijn drijfveren, zei Hiele in 1998 tegen het UN: ‘Ik weet het niet. Ik sta daar nooit bij stil, blijf gewoon bezig.’ Hij deed het voor de momenten dat hij zijn hal binnenliep die vol zat met zaalvoetballertjes uit de wijk. Of als de honkballers van Jong Oranje in de wintermaanden trainden in zijn hal. Dan genoot hij intens: ‘Dat is met niets te vergelijken.’

 

Inspiratie

Met zijn particuliere sporthal was Hiele wederom zijn tijd vooruit geweest. Sterker, zijn ‘open’ hal bleek een inspiratie voor lokale politici. Terwijl in de jaren ’90 toch al het tij keerde en het maatschappelijk belang van sport werd gezien, kwamen de raadsleden Hans Spekman (PvdA) en Jan van Zanen (VVD) geregeld bij Hiele over de vloer. Als wethouders zorgden de twee vanaf 2001 voor een grote omslag in het Utrechts sportbeleid. En dat was begonnen bij Hiele, zo zei Spekman in 2012 tegen het VSU Sportjournaal. ‘Vrije geesten als Kees wisten andere partijen, die niet traditioneel in de sport zaten, te binden. Dwarsliggers als Kees zijn nodig, mensen die het aandurven tegen grenzen aan te lopen. Zo doorbreek je ook grenzen.’

Het kan verkeren. De ritselaar was salonfähig geworden. Toch was de vos zijn streken niet verloren. Bij de presentatie van De Geest van

Kees in mei 2009, kort voor de opening van het Nieuw Welgelegen, vertelde schrijfster Anneke van Huisseling over haar eerste ontmoeting met Hiele. ‘Kom maar naar de bouwkeet bij Welgelegen,’ had hij gezegd. Ze pakten koffie en blikjes fris. Van Huisseling dacht dat Hiele het zo had geregeld met de bouwfirma. Tot haar duidelijk werd dat Hiele niks had geregeld, hij was gewoon naar binnen gelopen.

 

Geest

Kees Hiele. Foto: Jan van Ewijk

De geest van Kees zit voor altijd in het Utrechtse honkbal en basketbal en zat in die oude sportzaal Welgelegen. Zou dat ook gaan gebeuren in dat nieuwe, grote, multifunctionele Nieuw Welgelegen, waarvoor hijzelf nog zijn eerste ideeën met potlood op papier had geschetst. Zijn geest? Hiele zei: ‘De wijk moet erin, daar gaat het om.’

Kees Hiele overleed in mei 2014, een dag voor Jan Kars. Beiden bijna 84 jaar. Drie jaar eerder waren aan het hek van het outfield van UVV’s nieuwe sportpark De Paperclip hun oude rugnummers (Hiele 2, Kars 12) opgehangen, geheel in de Amerikaanse traditie om oude clubiconen te eren.