Kick van keepen in het water

Waterpolo Peter de Jong

Zondag 12 maart is het in waterpoloënd Nederland al UZSC wat de klok slaat. Het vlaggenschip van zowel de mannen als vrouwen speelt de nationale bekerfinale in Den Haag. Een unieke prestatie voor de Utrechtse Zwemclub-Star-Combinatie.

De vrouwen haalden dit seizoen in de Eredivisie al hun eerste prijs binnen, de Supercup ten koste van ZVL uit Leiden, de regerend landskampioen. In de competitie doet UZSC mee om de bovenste plaatsen, maar nu eerst de bekerfinale. Een vooruitblik met een van de internationals van het team, goalie Laura Aarts. Zij brak door in de nationale ploeg bij het WK in Kazan van 2015 en is sindsdien niet meer uit de oranje basiszeven weg te slaan.

Als meisje was Aarts, afkomstig uit Beuningen, aanvankelijk een voetbalkeeper. Maar op een keer deed ze mee aan een waterpolowedstrijdje en was verkocht. Eerst speelde ze bij Aqua-Novio in Nijmegen, later bij de Polar Bears en sinds drie jaar ligt ze in het doel van UZSC. Twintig lentes nog maar.

Ze traint full time in Zeist bij Oranje, dat wil zeggen: maandag drie keer, dinsdag twee keer, donderdag drie keer, vrijdag twee keer. En op woensdag- en vrijdagavond traint ze nog eens bij de club, UZSC in zwembad Krommerijn. Op zaterdag zijn er de competitieverplichtingen. ‘Het is mijn hobby, ik doe het met plezier. We moeten gewoon veel trainen om beter te worden.’

Keepers bij waterpolo hebben, net als bij handbal, iets weg van een schietschijf als je kijkt naar de snelheid waarmee op doel wordt gegooid. Vindt Aarts dat niet vervelend? ‘Nee hoor. Ik krijg regelmatig een bal op mijn hoofd. Maar keepen geeft mij een enorme kick. Zo snel mogelijk reageren op de schietende mensen om een doelpunt te voorkomen.

In de trainingen heb ik vaak zat een bal op mijn hoofd gehad. Je bent inderdaad een schietschijf maar ik kies ervoor om daar te gaan liggen. Van zo’n bal op je hoofd word je hard, zeg ik altijd. Ik heb elke vinger al eens gekneusd, gelukkig niet gebroken. Dan doe je er een tapeje omheen en na twee weken is het weer voorbij.’

Waterpolo wordt wel eens de zwaarste sport ter wereld genoemd. Conditie is belangrijk, de topwedstrijden worden vaak beslist in de laatste periode. Aarts: ‘Voor een keeper ligt het iets anders omdat ik niet te maken heb met fysiek contact. Het is een zware sport, maar ontzettend goed voor een mens om te doen.

In het veld is er wel contact. Maar trappen of slaan mag niet en gebeurt ook bijna niet. Als iemand wil wegzwemmen, gebeurt het wel eens dat een speelster zich afzet tegen een tegenstandster om sneller weg te komen. Maar het ziet er vaak veel erger uit dan dat het is in het water. In het water gaat alles veel trager, dus alles komt minder hard aan.’

Om de hele wedstrijd in het doel te liggen en op te veren bij schoten doet Aarts veel krachttraining voor de benen. ‘Bij keepers zijn de benen belangrijk. Met het Nederlands team doen we drie keer in de week krachttraining. In het water werken we met loodballen, die je dan een tijdje boven je hoofd moet houden. Als keeper lig ik de hele wedstrijd voor mijn doel, te fietsen-benen, watertrappelen.

En een keeper moet goede reflexen hebben. Van sommige spelers ken je de voorkeurshoeken, je kunt ook een beetje aan de lichaamstaal zien waar de speelster gaat schieten, maar ik reageer voornamelijk op de bal.’

Zondag is dus de bekerfinale tegen DONK uit Gouda. Samen met ZVL uit Leiden en datzelfde DONK vormt UZSC de top van het vrouwenwaterpolo. Afgelopen weekend versloegen de Utrechtsen Polar Bears uit Ede, vierde in de competitie, met ruime cijfers.

Na twee periodes stond UZSC al met 8-1 voor, eindstand 11-4. ‘Een goeie voorbereiding op de bekerfinale van aanstaande zondag’, vindt Aarts. ‘Polar Bears is een gevaarlijke outsider in de competitie, ze hebben een paar weken geleden nog gewonnen van Donk. Als wij zo spelen als tegen Polar Bears, kunnen we voor het eerst in de historie van de club de beker te winnen. We hebben dit jaar een ontzettend goed team. Donk is verslaanbaar.’

Deze zomer is het WK in Boedapest. Ziet ze kansen? ‘We zijn van plan om daar prijzen te pakken. We gaan voor het podium. Amerika is ijzersterk, als regerend wereld- en Olympisch kampioen. Ze zijn superfit. Maar wij zijn ook goed en de mogelijkheid om van ze te winnen is er zeker. Daar trainen we hard voor.

Maar houd ook rekening met de Europese landen. Behalve Nederland heb je Spanje, Italië, Rusland, Griekenland en Hongarije die ook voor de prijzen gaan. En vergeet Australië niet.

Het niveau ligt heel dicht bij elkaar. Het wordt spannend in Boedapest. In de toekomst zou ik heel graag in het buitenland willen spelen. Heel goed voor mijn ervaring en ontwikkeling. Een voorkeur heb ik niet echt, maar Hongarije vind ik een heel mooi waterpololand. Daar is waterpolo wat hier het voetbal is, het is er razend populair. Of misschien is er plek in Italië. We gaan het zien na het WK.’


Wil je dit artikel nog eens rustig op papier nalezen? Bestel deze editie!