Kyle liet de voetbal voor wat het was en stapte op de racefiets

Wielrennen Robert Jan van der Horst

Soms wordt hij vergeleken met Mathieu van der Poel. Hij lijkt er zelfs een beetje op, vinden sommigen. ‘Maar ik spiegel me niet aan hem. Ik zou het niet eens durven. Maar hij is wel mijn grote voorbeeld.’ Van der Poel is natuurlijk dé Nederlandse alleskunner op de fiets, maar aan het woord is Kyle Agterberg (19) hét wielertalent uit onze regio.

Kyle Agterberg

Woonachtig in Maartensdijk, maar met een sterke Utrechtse achtergrond. Zijn grootvader is Henny Agterberg, vermaard scheidsrechter bij de voetbalamateurs en afkomstig uit een slagersfamilie. Met onder meer een winkel aan de Bethlehemweg in Pijlsweerd, een Utrechtse volkswijk aan de voet van de Amsterdamsestraatweg. Kyle’s vader Patrick voetbalde bij DWSV, een club zonder pretenties uit de omgeving van de Rode Brug (Ondiep).

 

Talent

En Kyle? Hij liet de voetbal voor wat het was en stapte al op 8-jarige leeftijd op de racefiets. In eerste instantie op de weg. Tot hij ongeveer een jaar later de mountainbike ontdekte. Hij was verkocht en is dat nog. ‘Ik was 9 of 10, dat weet ik niet meer precies, toen ik ging veldrijden. Op mijn eerste NK werd ik vierde, ik bleek talent te hebben.’

Nog geldt Agterberg als een groot talent, maar wanneer houdt dat eigenlijk op? ‘Talent hou je eigenlijk altijd wel een beetje, maar zo tussen je 18e en 23e ben je in de kracht van je leven. Dat zijn de jaren waarin je de meeste progressie maakt. Des te meer talent je hebt, des te sneller ga je vooruit. Wanneer je aan je top bent? Dat is voor ieder mens verschillend, denk ik. Met talent is het net als met een elastiekje, op een gegeven moment is de rek eruit. Tenminste, zo zie ik het.’

Agterberg zet alles opzij om te kunnen slagen in het wielrennen. Gesteund door zijn vader en moeder en twee zussen. ‘Daar heb ik veel aan te danken.’ Hij probeerde elke discipline: de weg, het mountainbiken, het veldrijden en de baan. ‘Dat laatste heb ik één keer geprobeerd, maar dat vond ik helemaal niks. Almaar hetzelfde korte rondje rijden, dat is niets voor mij.’

Hij leeft als een professional, maar is het nog niet. ‘Al voelt dat wel zo, maar dan bedoel ik niet de financiën.’ Eén dag in de week werkt hij bij de lokale Cafetaria Peet (‘waar je lekker eet’). Hij bezorgt vooral. ‘Met de auto, zodat ik zo min mogelijk energie, die ik nodig heb voor het wielrennen, verspil. Verder train ik elke dag, soms wel meerdere keren per dag.’

 

Begeleiding

Omdat het veldrijden of cyclocross, de discipline in het wielrennen die in de eerste en de laatste maanden van het jaar actueel is, zoveel onderdelen bevat, moet ook Agterberg gedifferentieerd trainen. ‘Hardlopen, wegtraining, krachttraining, stayeren, over balkjes springen. Eigenlijk is veldrijden de meest complete tak van het wielrennen. In alles moet ik mezelf verbeteren, maar het meest misschien wel het meest in het hardlopen. Gelukkig krijg ik sinds kort loop- en krachttraining van Frans Thuijs.’ Thuijs overigens was de man die samenwerkte met atlete Ellen van Langen toen zij goud won op de 800 meter tijdens de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona.

Hij was ooit lid van wielervereniging Het Stadion uit Utrecht, maar is dat alweer enkele jaren van De Adelaar in Hilversum. Omdat het daar gezellig is, zegt Agterberg.  Hij traint er tenminste twee keer in de week onder toeziend oog van bondstrainer Remco Kuylenburg. ‘Hij maakt de schema’s, zorgt dat ik op tijd piek.’

En dan is er nog de voeding. Ook dat onderdeel moet niet worden onderschat, weet Agterberg. ‘Daar heeft mijn vader dan weer verstand van. Hij vindt het gewoon leuk om een beetje op internet te zoeken. Nee, niet omdat onze familie een slagersachtergrond heeft. Het interesseert hem gewoon. Kijk, iedereen weet wel dat je een dag voor de wedstrijd geen bord frites moet eten. Dat is niet zo moeilijk. Rijst met kip en veel pasta, om koolhydraten te stapelen. Dat is het grofweg en daar zoekt mijn vader een balans in.’

Aan begeleiding dus geen gebrek voor Belofte/Eliterenner Agterberg die sinds begin dit jaar deel uitmaakt van het Offroad Team Bejan Barkhuis dat, volgens de eigen website, talenten faciliteert en begeleid om zich te ontwikkelen en uit te groeien tot de top van Nederland. ‘Een nieuwe ploeg’, aldus Agterberg. ‘Ook Cas Jansen – een 14-jarig talent uit Hilversum en net als Agterberg lid van De Adelaar – vond er onderdak. ‘Nee, we trainen niet samen, daarvoor lopen onze leeftijden teveel uiteen.’

De resultaten die Agterberg óók op de weg behaalde, dreigen een beetje ondergesneeuwd te raken bij zijn enthousiasme voor het cyclocross-seizoen. Ziet hij het moment naderen dat hij een keus zal moeten tussen de weg en het veld? ‘Ik heb nog geen idee, het gaat me nu vooral om de lol. Ik vind alles leuk, behalve dus de baan. Toen ik 15, 16 jaar was stapte ik over naar de Junioren O19. Ik mocht toen namens Nederland uitkomen op de wereldbeker. Vanaf dat moment heb ik de knop omgezet. Het drong tot me door dat ik écht wel talent moest hebben om op dat niveau uit te komen en besloot om alles op alles te zetten.’

Hij is voorzichtig, wikt en weegt zijn woorden. Misschien hoeft hij ook wel niet te kiezen welke discipline zijn voorkeur heeft, zoals atlete Daphne Schippers ooit de meerkamp verruilde voor de sprint. Een keus ook die alleskunner Mathieu van der Poel ook nog niet heeft genomen. Als dat moment er al komt, dan schuift hij die beslissing het liefst nog even voor zich uit. Al laat zijn ondertoon niets te raden over. ‘Ik denk dat ik op de weg rij om sterker te worden voor het veldrijden.’

 


De scheidsrechter Agterberg

Utrecht – Het was zo rond de jaren ’80 dat het Utrechtse en Stichtse voetbal gezegend was met een aantal uitstekende scheidsrechters. De exponenten daarvan waren Herman Servaas, Leo van Zanten, Rob van den Broek, Floor Baas en Henny Huyting. En uiteraard Henny Agterberg. Allen toparbiters bij de amateurs.

Coiffeur Servaas, die een nering bestierde aan de Adelaarstraat in Utrecht, was wellicht de minst bescheiden leidsman van het korps. Van hem is de slogan ‘Doordeweeks uw kapper, op zondag uw scheidsrechter’.

Agterberg was zonder twijfel het meest bescheiden van deze lichting. Haaks daarop stond zijn populariteit bij de spelers. Agterberg was wars van het uitdelen van officiële waarschuwingen, de tegenwoordige gele kaarten.

Daarnaast leidde slager Agterberg destijds de meeste finales op het roemruchte Thorbecketoernooi. Dat was in de voorbereiding op de velden van DOS en Holland in Ondiep de tweedaagse wapenschouw van de Utrechtse amateurclubs. Het toernooi aan de Thorbeckelaan trok op beide speeldagen soms duizenden toeschouwers.

Om die finale, vaak tussen ploegen die welhaast op hun laatste benen liepen, te fluiten, moest je wel wat kunnen. Desondanks heeft de slogan ‘Doordeweeks uw slager en op zondag uw scheidsrechter’ nooit zijn winkel gesierd.