Lars van den Berg zal zijn eerste Giro nooit vergeten

Wielrennen Hans van Ommeren

Als nummer laatst van een compleet aan flarden gerukt peloton kwam Lars van den Berg maandag over de streep in de koninginnenrit van de Giro d’Italia. Een rit die weliswaar onthoofd was - twee bergpassen waren vanwege het extreme weer geschrapt - maar nog altijd ijzig genoeg om grote verschillen te doen ontstaan. Liefst 49 minuten gaf de renner uit De Meern toe op ritwinnaar Egan Bernal. Vandaag - dinsdag - mogen Van den Berg en zijn 151 collega’s bijkomen.

Zelden zullen renners zo naar een rustdag hebben gesnakt als het uitgemergelde peloton in de Ronde van Italië. Beurs gebeukt door kou en enorm veel regen die zich al dagen over de ‘slaven van de weg’ uitstort. Na ampel overleg werd voor de start van de zestiende etappe besloten zowel de Passo Fedaia als de Passo Pordoi door sneeuwval uit het parcours te halen. De rit door de Dolomieten werd zodoende drastisch ingekort, in de slotfase zou alleen de Passo Giau beklommen worden.

Het leidde aanvankelijk tot onbegrip bij veel wielerfans die zich in hun warme huiskamer verheugd hadden op een dag afzien in het kwadraat. Lang treurden ze niet want door de kletsnatte uitputtingsslag mondde de rit toch uit in een epische dag met veel wielerleed.

 

Geen Eddy 2

Een van de slachtoffers was de 21-jarige Remco Evenepoel. De Belg heeft in de korte tijd dat hij fietst – eerst voetbalde hij, onder meer in de jeugd van PSV –  een grote schare fans verworven. Althans, in zijn vaderland. Buiten de landsgrenzen is er een bijna net zo grote groep die zijn ‘maniertjes’ verafschuwt.

Door de Belgische media was Evenepoel al tot de nieuwe Eddy Merckx gebombardeerd nog voor hij iets gepresteerd had in een langdurige etappekoers. Zijn ploeg Deceuninck-Quick-Step ging moeiteloos mee in de euforie. Ondanks een maandenlange revalidatie na een zware val in de Ronde van Lombardije begon Evenepoel stilzwijgend als kopman aan zijn eerste grote ronde.

De ambities van ploeg en renner werden hardop uitgesproken nadat de Portugees Joao Almeida, de revelatie van de Giro vorig najaar, een slechte dag had gekend en op minuten achterstand stond. De roze trui, waarom niet? Remco zou zijn uiterste best doen en België droomde mee. Gaandeweg kwamen er barstjes in het pantser van onkwetsbaarheid dat ‘Eddy 2’ zich, gretig, had laten aanmeten. Naar de top van de Monte Zoncolan kwamen er gaten in het pantser en twee dagen later scheurde het op de Passo Giau finaal in stukken. Evenepoel verloor 24 minuten en kan een plaats in de toptien vergeten. België is ruw ontwaakt uit z’n roze droom.

 

Aanvalslustige Lars

Lars van den Berg heeft zich helemaal niet met een topklassering beziggehouden. Hij rijdt de Giro om te leren en hoopte vooraf af en toe zijn gezicht te kunnen laten zien in een ontsnapping. Die bescheiden opstelling betaalt zich uit, al zou je dat niet zo snel zeggen op grond van het tijdverlies in de laatste etappe. Tweemaal was hij mee in een vroege vlucht. Die eindigde eenmaal voortijdig, maar ook werd een keer de eindstreep gehaald. Misschien kan hij de komende dagen nog een keertje meeglippen.

Het ontbreekt de neo-prof uit De Meen in elk geval niet aan aanvalslust zal ook de ploegleiding van Groupama-FDJ tevreden geconstateerd hebben. Ook al doet het klassement er voor hem niet toe, Van den Berg staat nog steeds keurig in het midden op plaats 72, op ruim twee uur van leider Bernal.

De vijf resterende etappes zijn lastig, zeker die van woensdag met opnieuw een aankomst bergop. Maar de hel hebben de renners nu wel achter de rug.
Wanneer Van den Berg zondag na 3480 kilometers (en 47.000 hoogtemeters) het eindpunt in Milaan bereikt heeft hij ongetwijfeld wat geleerd. Om niet te zeggen, letterlijk een berg aan ervaringen opgedaan.