Lars van der Haar en Puck Pieterse spreken hartig woordje mee in wereldbeker

Veldrijden Redactie

Bij de strijd om de wereldbeker veldrijden zijn Lars van der Haar en Puck Pieterse in de toptien geëindigd. De 29-jarige Woudenberger werd na vijf manches achtste, de 18-jarige Amersfoortse legde beslag op de negende plaats. Daarmee deden ze goed mee in het internationale topcircuit.

Corona of niet, de veldrijders konden de afgelopen maanden bijna wekelijks toeleven naar de belangrijkste wedstrijd van het jaar: het WK in Oostende. Ieder weekend was er wel ergens een cross. Alleen de Nederlanders werden gedwongen even rust te nemen. Het NK werd in het tweede weekend van januari afgelast en een andere cross was er niet omdat de Belgen gewoon wel streden om de nationale titels. En daar waren Nederlanders natuurlijk niet welkom.

Van der Haar werd dit seizoen vaak gedwongen tot een inhaalrace. Zo ook in de slotmanche in Overijse. Bij de start kwam hij in het gedrang en vond zichzelf terug in de achterhoede van het veld. Maar zoals altijd gaf hij niet op om zichzelf op de finish terug te vinden op de zesde stek.

Het was de positie waarop hij in de wereldbeker patent leek te hebben, hetgeen wel illustreert hoe constant hij dit seizoen rijdt. In Tabor werd hij vijfde, in Namen, Hulst en Overijse zesde. Alleen Dendermonde was een dissonant, waardoor hij behalve Mathieu van der Poel ook Corné van Kessel in het eindklassement voor zich moet dulden.

Modder of zand, eigenlijk maakt het Van der Haar, veldrijder pur sang, weinig uit. Tenzij het echt te gek wordt zoals in Dendermonde. Daar waren de omstandigheden zo extreem – crossers zakten met fiets en al weg in de blubber – dat hij er halverwege de brui aan gaf.

 

Puck Pieterse

Dat deed Puck Pieterse niet, al was Dendermonde wel haar slechtste resultaat. Na een bliksemstart viel ze ver terug door onder meer problemen met het materiaal en bereikte pas als 23ste vrouw de finish. Nu waren de benen ook niet zo goed, verklaarde ze eerlijk op Instagram.

Ook het resultaat in Overijse, zeventiende, viel wat tegen, zeker in het licht van het resultaat van sommige landgenotes die ze eerder nog had verslagen. Zoals de nummer drie Manon Bakker, door Pieterse geklopt in Namen en in Hulst. De jonge Amersfoortse kende uitschieters in Tabor (zesde) en in Hulst (zevende), terwijl ze zich in de klimcross in Namen ook goed wist te handhaven met een elfde plaats.

In de toptien van de mannen staan vijf Belgen (winnaar Wout van Aert), drie Nederlanders, een Brit en een Zwitser. De toptien van de vrouwen wordt gedomineerd door het sterke Nederlandse smaldeel, onder aanvoering van Lucinda Brand, Ceylin del Carmen Alvarado en Denise Betsema. Buiten zes Nederlandse vrouwen wordt de top gekleurd door een Amerikaanse, Hongaarse, Belgische en Britse.