Leo Witvliet

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Hij is er zondag niet bij. Leo Witvliet liet altijd zijn gezicht zien bij de Singelloop. De laatste jaren was dat met een wandelstok, gevolg van een val van de trap in 2013.

Die wandelstok noemde hij ‘een lange estafettestok’. Zo was hij. Want behalve een keurig mens, wijs, betrokken en zeer gedreven als het over atletiek ging, was hij

Pim van Esschoten
Pim van Esschoten

ook altijd in voor een goeie grap.

Eind augustus overleed hij, 89 jaar oud.

Utrechter Witvliet werd geboren in Rotterdam waar hij als jochie, spelend op straat in de zomer van 1936, sprintjes trok. ‘Je was Jesse, hè. Zoals kinderen nu Dafne zijn,’ vertelde hij ruim een jaar terug toen ik hem mocht interviewen. Onbedoeld vatte hij zo eigen leven kernachtig samen; van de Olympische legende Jesse Owens tot Dafne Schippers van zijn eigen Hellas.

Hij was er veertig jaar voorzitter (1953-1993), was vanaf de oprichting betrokken bij de VSU, organisator van de EJK atletiek in Utrecht (1983), nadrukkelijk betrokken bij de schoolatletiek en de roemruchte UN Marathon en nog zoveel meer. Met smaak kon hij de mooiste verhalen en anekdotes over alles opdienen. Maar ook kon hij zich oprecht opwinden dat de politiek maar niet het belang van goed gymonderwijs wil inzien. ‘Je ziet de gevolgen bij de schoolatletiek waar kinderen na veertig meter hardlopen neervallen, zo moe…’

Witvliet zette zich in voor breedtesport en jeugd, maar van topprestaties raakte hij toch het meest enthousiast. Vooral als het om atleten van Hellas ging. Van Rob Druppers en Bert van Vlaanderen tot die ene die voor hem boven alles uitstak. Want als het over Dafne Schippers ging, kwam er een twinkeling in zijn ogen. Hij zei zelfs: ‘Ik ben bevoorrecht dat ik aan haar voeten mag liggen.’

Zou de Utrechtse sport een hall of fame kennen, dan kreeg Witvliet daar een mooie plek. Zoals ook Kees Hiele, die twee jaar geleden overleed. Of Nol Kooijmans, een jaar geleden. Markante personen, die zo ontzettend veel voor hun sport, hun club en daarmee de stad Utrecht hebben betekend.

Voor Leo Witvliet was die inzet vanzelfsprekend: ‘Ik ben uit de tijd dat je het gewoon uit liefde deed.’