Lopen om geld in te zamelen

Atletiek Peter de Jong

In aanloop van de Utrecht Science Park Marathon van 19 maart belicht de Utrechtse Sportkrant, mediapartner van het evenement, diverse aspecten van de loop. Dit keer aandacht voor Carien Rienstra (44), zij werd gediagnostiseerd met triple negatieve borstkanker. Desondanks loopt ze in Team KWF de 10 kilometer.

Marathon

Kanker. Een woord dat mensen niet graag in de mond nemen en dat je zeker niet snel leest in de kolommen van een sportkrant. Een ziekte waar iedereen wel mee te maken heeft (gehad) in zijn of haar omgeving.

Jaarlijks krijgen meer dan 100.000 mensen kanker. Na huidkanker en darmkanker is borstkanker de meest voorkomende vorm van kanker, met ruim 14.000 nieuwe gevallen. De Utrecht Science Park Marathon (USP) van dit jaar staat in het teken van de strijd tegen borstkanker, met name de triple negatieve borstkanker.

Patrick Derksen van het UMC Utrecht doet onderzoek naar uitzaaiing van kankercellen bij deze agressieve vorm van borstkanker. ‘Het zou fantastisch zijn als deze groep patiënten een beter vooruitzicht kan worden geboden.’

Het Koningin Wilhelminafonds (KWF Kankerbestrijding) ondersteunt dit onderzoek financieel. Deelnemers aan de USP-marathon kunnen dit goede doel ondersteunen door te rennen onder de vlag van Team KWF. In ruil voor een mooi shirt, trainingen en een speciaal supportteam langs de kant van de weg, halen de lopers geld op voor het goede doel.

Carien Rienstra, 44 jaar, woonplaats Bussum, makelaar van professie, getrouwd en moeder van twee jongens van zes en negen, is één van de loopsters van het Team KWF. Een vrolijke en energieke verschijning die moeiteloos haar woorden vindt. We ontmoeten elkaar in een uitspanning aan de Beethovenstraat in Amsterdam, om de hoek bij haar fysiotherapeut. Daar wordt ze behandeld voor iets heel anders dan de gevreesde ziekte. Scheenbeenvliesontsteking, een typische hardloopblessure.

Bij Rienstra sloeg het noodlot twee jaar geleden toe. Ze voelde zich al een tijd niet lekker, was om de haverklap ziek. Op een morgen ontdekte ze een ‘dingetje’ in haar borst. Ze schrok ervan en gelijk ondernam ze actie. De volgende morgen zat ze bij de huisarts. Die vertrouwde het niet en drie dagen later kon ze in het Tergooi Ziekenhuis terecht.

Maar Rienstra wilde niet langer wachten, ze kon de gedachte niet verdragen dat er kanker in haar lijf zat zonder dat zij daar iets tegen kon doen. Al googelend kwam ze terecht bij het Alexander Monro Ziekenhuis in Bilthoven. Daar kon ze direct terecht en drie uur later had ze de uitslag: triple negatieve borstkanker met uitzaaiing naar twee lymfklieren. Toen begonnen de chemokuren, zes van drie weken. ‘Een zwarte week, een grijze week waarin je uit bed kon en een witte week waarin ik weer een beetje kon fietsen.’

Het resultaat was gelukkig gunstig, de tumor was weg. ‘Ik ben nu volledig in remissie, zoals dat heet. Bij mijn type borstkanker zeggen de artsen pas na zeven jaar dat de ziekte vrijwel zeker niet meer terugkomt.’

Een borstbesparende operatie volgde, waarbij volgens een nieuwe methode een flap uit het schouderblad in haar borst werd gebracht en, preventief, de lymfklieren uit een arm en oksel werden verwijderd. Voor het geval dát. Zes weken na de operatie volgden 21 bestralingen. ‘Dat viel mee. Als je chemo hebt gehad valt alles mee.’

Sporten heeft ze ook gedaan tijdens de behandeling. ‘Het ziekenhuis ried me aan om iedere dag te wandelen. Dat heb ik ook gedaan, alleen tijdens de chemo’s duurde het twee uur voordat ik gedoucht en wel onder aan de trap stond. Dan liep ik met mijn vader tot de hoek van de straat en weer terug. Mijn vader was mijn wandelmaatje. Als ik naar het ziekenhuis reed voor de chemo was ik zo jaloers op al die hardlopende mensen langs de weg.

Ik heb nog geprobeerd naar de sportschool te gaan, maar dat was te hoog gegrepen. Wel ben ik nog op skivakantie geweest tussen de chemo’s door, maar ik kwam niet verder dan een ochtendje skiën. Na alle behandelingen dacht ik ook dat hardlopen me niet meer zou gaan lukken. Maar ik ben toch weer begonnen.’

Op de KWF-site las Rienstra over het onderzoek naar triple negatieve borstkanker. ‘Ik las dat je via Team KWF geld daarvoor kon inzamelen door mee te doen aan de marathon van Utrecht. Dat kon ik natuurlijk niet laten lopen. Ik kan nog geen hele of halve marathon aan, maar tien kilometer red ik.

Vorig jaar februari ben ik begonnen bij een loopgroepje, in augustus kon ik tien kilometer lopen. Later ben ik lid geworden van atletiekvereniging Tempo in Bussum, daar loop ik nu drie keer per week tien kilometer, in mijn eigen tempo. Vorige maand liep ik mijn eerste cross door het bos. Wie had dat gedacht? En straks loop ik voor het eerst in Utrecht, voor het goede doel.’

Heeft ze nog een boodschap? ‘Jazeker. Doe altijd zelfonderzoek aan de borst op afwijkingen en ga gelijk naar de dokter. Dat kan een hoop narigheid voorkomen. Verder moet iedereen het natuurlijk zelf weten hoe hij wil leven, maar ik eet nu gezond, biologisch, veel minder vlees. Ik was echt een cola light-addict, maar dat drink ik niet meer. Ik leef meer in het heden, geniet meer.

Thuis hebben we een wensenpot. Die heb ik laatst geopend. Een van de wensen uit mijn ziekteperiode was dat ik hoopte ooit weer te kunnen hardlopen. Dan besef je weer even waar je vandaan komt. En we hebben ook een ‘mooiemomentenpot’, daarin stop ik briefjes als ‘wauw, ik kan alweer een kilometer rennen.’

‘De periode dat ik behandeld werd had ik natuurlijk nooit willen meemaken, maar is tegelijkertijd een van de mooiste tijden in mijn leven geweest. Je leeft in een heel klein wereldje, maar heel intens. Ik werd helemaal blij als ik mijn kinderen zag spelen, mijn gezin is er ook veel hechter van geworden.’

 


Lees hier ook over de andere artikelen in de reeks Utrecht Science Park Marathon.


Wil je dit artikel nog eens rustig op papier nalezen? Bestel deze editie!