Maarten van Garderen investeert vooral in zichzelf

Volleybal Roberto Cancian

Maarten van Garderen verdient zijn brood met volleyballen in het sportgekke Italië. Hoewel de 2 meter lange passer/loper uit Renswoude het geschopt heeft tot international moet hij nog steeds vooral in zichzelf investeren. Een tweeluik over de weg vol hobbels die hij heeft moeten bewandelen om de top te bereiken en zijn ambities.

Wekenlang trok volleybalprof Maarten van Garderen met het Nederlands team op ten tijde van het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) en het daaropvolgende Europees kampioenschap. Toch werd zeker niet alles voor hem geregeld. ‘Je zou dat denken’, zegt hij, ‘omdat ik zowel met Beachvolleybal Nederland, we werden vierde op het WK, als met het Nederlands volleybalteam (8e op WK) een prestatie leverde die genoeg was voor een A-status. Maar in financieel opzicht heb ik weinig kunnen profiteren van die successen.’

Een verklaring daarvoor is dat het Nederlandse sportbeleid vergeven is van de regeltjes. ‘Een eerste regel waar ik mee te maken had is dat je geen recht hebt op een salaris of vergoeding wanneer je club een salaris verstrekt. Daar voldeed ik dus al niet aan. Ten tweede zouden wij als Nederlands volleybalteam, ondanks die achtste plaats vorig jaar op het WK, volgens het NOC*NSF geen potentiële olympische kandidaat zijn. Ondanks berichtgeving in de media dat we ervoor in aanmerking kwamen, hebben we die A-status daarom dus nooit gekregen.’

 

Geen financiële ondersteuning

Voor de zogeheten Lange Mannen zou de A-status onder meer financiële ondersteuning vanuit de sportkoepel betekenen. Ook kunnen ze dan aanspraak maken op betere trainingsvoorzieningen, medische begeleiding, een leaseauto en verzekeringen. ‘Gedurende de zeven jaar bij het nationaal team heb ik nog nooit enige financiële ondersteuning gehad vanuit de bond. Zij hebben wel tijd in mij geïnvesteerd zodat ik naar trainingen en wedstrijden kon gaan, maar niet zozeer geld.’

Van Garderen heeft al vele broodheren gehad. ‘Ik heb natuurlijk in veel landen gespeeld en bij veel clubs. En in de zomers onder de Nederlandse volleybalbond. Er is naast een reiskostenvergoeding wel één en ander geregeld op Papendal waar we trainen. In de tijd dat we met het Nederlands team het OKT en EK speelden konden we daar ook blijven slapen.’

 

Richting ‘de laars’

Het liefst verblijft Van Garderen echter gewoon in zijn geboortedorp Renswoude. Wanneer hij daar alweer even niet geweest is, dan gaat de familie richting ‘de laars’.  ‘Wij zijn liefhebbers en gaan het liefst een wedstrijd kijken wanneer Maarten speelt’, geeft broer Bart aan. ‘Wij zijn allemaal sportgek en willen het beste uit onszelf halen’, vult vader Evert aan.

De liefde voor het spelletje kreeg de international dus vanuit huis mee. ‘Ik had vroeger geen intentie om te gaan volleyballen, met mijn vrienden voetballen vond ik leuker. Toen mijn beste vriendje ging volleyballen ben ik dat ook maar gaan doen. Ik was twaalf of dertien jaar en pa had mensen nodig.’

Bij deze Evert van Garderen stroomt het volleybalbloed ook door de aderen. Hij begon in zijn tijd op de middelbare school met volleyballen bij Renswouw in Renswoude. Na zijn actieve carrière werd hij coach, een taak die hij komend seizoen ook zal vervullen bij de tweede divisionist. Moeder Van Garderen, zus van oud-international Henk-Jan Held, komt ook uit een volleybalfamilie en Maartens broer Bart speelde tot afgelopen seizoen bij Dynamo in Apeldoorn nadat hij op zijn achtste jaar al met volleyballen was begonnen bij Renswouw. Hij keerde deze zomer met een aantal oudgedienden terug bij Renswouw. Een stap die Maarten van Garderen graag nog even wil uitstellen.

 

Lees hier deel twee van het interview met Maarten van Garderen.