‘Man, skeeleren is een supergave sport’

Inlineskating/skating/rolschaatsen Redactie

Verbeten koppies aan de start, die na het startschot proberen zo krachtig mogelijk weg te komen en hun ritme te vinden. Links, rechts, links, rechts. Dan meteen de eerste bocht in, naar links. Richting het centrum van Achterveld en daarna langs de woonhuizen van het dorp op de noordoostelijke grens van Utrecht. Op 24 en 25 juni werd de plaats met circa 2.000 inwoners bezet door ’s lands beste inlineskaters. De sporters namen het tegen elkaar op tijdens de Daikin NK Inlineskaten op de weg.

In Achterveld ging de parcours over iets meer dan een kilometer, met vijf linkse en twee rechtse bochten erin en over een strook van honderd meter klinkers. Daar waar auto’s normaliter 30 kilometer per uur mogen rijden, zoefden de skaters met circa 50 kilometer per uur door het dorp. Tijdens de eerste dag zouden de sprinters de zogenaamde ‘one lap’ rijden; een rondje van 380 meter door het centrum van Achterveld. In de avond stond de puntenkoers op het programma, waarbij punten te verdienen zijn door bij het passeren van de streep bij de eerste twee rijders te zitten. De inlineskater met de meeste punten aan het eind van de wedstrijd, wint de koers. Op zaterdag werd de marathon -42 kilometer- verreden. Vooraf waren bij de mannen Rémon Kwant (op de korte afstand) en Crispijn Ariëns, Eemdijk inwoner Bart Hoolwerf en Gary Hekman (op de marathon) als favorieten voor de eindoverwinning bestempeld. Bij de vrouwen respectievelijk Fleur Huls of Lianne van Loon en Elisa Dul of Marijke Groenwoud.

De NK inlineskaten weg- en marathon werd gehouden onder auspiciën van de Nederlandse Schaatsbond KNSB, maar zoon van lokale inlineskate-winkel uitbater Arno Mijnten organiseerde de boel (als stage voor zijn studie) met de hulp van een leger van circa 160 vrijwilligers. Ook in 2015 streek het peloton neer in het dorp in de Gelderse Vallei.

In 2021 gooide het weer nog roet in het eten. De marathon kon toen vanwege slecht weer niet worden uitgereden tijdens het NK in Rotterdam. Het peloton sprintte af, maar er kwam geen uitslag. Na spoedberaad viel het besluit om het NK geheel over te rijden. De wedstrijd werd voor de mannen nogmaals georganiseerd op de Nedereindse Berg in Utrecht. Marthijn Mulder sprintte aan het eind van de race weg, terwijl titelhouder Gary Hekman en Bart Hoolwerf uit Eemdijk hem probeerden te passeren. Hekman was de kopgroep te snel af en won zijn zesde marathontitel. Hoolwerf kwam vorig jaar als tweede over de meet.

De race

Terug naar Achterveld. Op het onderdeel one lap maakte Rémon Kwant de verwachtingen waar. De rijder uit HeerenveenHee, die aan Skeelervereniging Staphorst verbonden is, skeelerde de 380 meter het snelste. Glenn Nijenhuis en Rick Schipper maakten het podium compleet. Bij de vrouwen kwam Fleur Huls als eerste over de meet. Lianne van Loon (rijdster van het KNSB Talent Team Midden-Oost) en Marieke de Vries werden respectievelijk tweede en derde.

De puntenkoers werd een kolfje naar de hand van lokale held Bart Hoolwerf. De Eemdijker leek vleugels te hebben op het parcours in Achterveld; hij soleerde naar zijn derde nationale titel in deze skeelerdiscipline. De Belgische Bart Swings was -logischerwijs- niet aanwezig bij het NK en Hoolwerf maakte goed gebruik van de afwezigheid van zijn rivaal. Na afloop liet hij weten: ‘Zodra Swings meedoet, pas je automatisch je wedstrijd aan aan hem. Dat vind ik niet de fijnste races om te rijden omdat je voortdurend met iemand anders bezig bent. Daarbij komt: een moment niet opletten, je bent Bart uit het oog verloren en hij is weg. Geen Swings erbij betekent meer kans. Mij biedt het dan de gelegenheid voor eigen kans te gaan, lekker aan te vallen, wat me erg bevalt. Maar Bart is wereldklasse. Ik denk wel dat ik door steeds tegen hem te rijden, met zijn aanzet en versnellingen beter ben geworden. Trouwens goed dat hij een Belg is en geen Nederlander, anders zouden het saaie uitslagen worden op een NK.’ Nummer twee op de puntenkoers werd Kay Schipper, gevolgd door Marc Middelkoop uit Culemborg. Evert Hoolwerf werd in deze race 14e en good-old Gary hekman 12e. Amersfoorter Seth Verbeek wist een 19e plek te behalen. Bij de vrouwen bestond het podium uit Marijke Groenewoud, Fleur Veen en Bente Kerkhoff. Demi Benschop (uit Montfoort) werd 13e en Demi Huiden (uit Amersfoort) 31ste.  

In het Amsterdamse Vondelpark werd een dag later de NK 100 meter verreden. Bij de mannen ging de overwinning naar Stefan Westenbroek en bij de vrouwen was Marit van Beijnum de sterkste.

Marathon

De marathon had ook dit jaar, net als in Rotterdam in 2021, veel last van het weer. Er vloeide nogal wat bloed op het doorweekte parcours van de marathon – door de fikse regenbuien waren veel valpartijen te noteren, met nogal wat verwondingen tot gevolg. De gelouterde Fries Jorrit Bergsma zag dat al aankomen en had voor de wedstrijd, net als in Rotterdam, al besloten zijn skeelers niet onder te binden. Via de bond liet de 36-jarige schaatser weten: ‘Met dit weer ben ik echt kansloos tegen mannen als Hekman. Bovendien is de kans op valpartijen veel te groot en dat risico wil ik niet nemen. Ik word betaald om van de winter goed te schaatsen. Het zou leuk zijn geweest hier mee te doen, maar ik pas ervoor. Onderweg naar Achterveld heb ik in de auto Buienradar voortdurend in de gaten gehouden. Elk uur werden de vooruitzichten gewijzigd. Ik hoopte dat de buien zouden overwaaien en het parcours droog zou komen te liggen. Maar ik ben hier tegen beter weten in gearriveerd. Ik had kunnen starten, maar wat als ik in de hekken lig en geblesseerd zou raken? Dat zou ik mezelf niet kunnen vergeven.’

Marijke Groenewoud en Ronald Haasjes werden de Nederlandse kampioenen op de 42 kilometer. Bij de Daikin NK bleven zij hun opponenten ruimschoots voor. Marijke Groenewoud, winnares van olympisch schaatsbrons, won voor een felle Lianne van Loon (tweede) en Beau Wagemaker (derde). Bij de mannen was Ronald Haasjes uit Staphorst ongrijpbaar. Hij deelde het podium met zijn Reggeborgh ploeggenoten Bart Hoolwerf en Gary Hekman, die er hiermee niet in slaagde om zijn zevende landskampioenschap binnen te slepen en op gelijke hoogte te komen met Arjan Smit.

Kiezen

Na afloop van het NK liet Hoolwerf weten dat hij graag naar het EK in Italië zou gaan, dat van 4 tot 10 september gehouden zal worden. ‘Zonde dat het toernooi zo laat in de zomer valt. Als het eind juli begin augustus zou zijn, had ik het nog kunnen inpassen in mijn schema richting de winter. Nu zou ik ook nog kunnen meedoen, maar dan zou het onmogelijk zijn te pieken in L’Aquila. Dat moeten we met de ploeg doen op de schaatsbaan, in de marathons en op de mass starts. Maar man, skeeleren is een supergave sport. Ik ben ermee opgegroeid. Het leuke is dat dit een zomersport is en schaatsen in de winter gebeurt. Dat betekent dat ik niet hoef te kiezen.’

Niet iedereen is die mening toegedaan; sommigen zien de skeeler- en schaatswereld liever geheel gescheiden. Hoolwerf: ‘Maar een echte langebaantrainer heeft nog nooit een zomer meegedraaid met een skeelerteam, dus ik denk dat er te weinig kennis is bij die mensen om daadwerkelijk te kunnen zeggen dat het slecht is voor je schaatsen. Ik heb vorig jaar een heel jaar puur op het schaatsen gemikt en misschien was ik wel wat beter, maar ik blijf erbij: het kan samen. Mannen uit de marathon of de langebaan, die heeft de skeelersport echt nodig. Ik vind het onzin te stellen dat als je schaatser wilt worden, moet stoppen met skeeleren. Doe wat je wilt, als je er maar profijt van hebt voor de wintermaanden.’