Marijke van der Pas, de Grande Dame van het Utrechtse bridge (2)

Bridge Robert Jan van der Horst

Ze mag gerust de Grand Dame van het Utrechtse bridge worden genoemd. Marijke van der Pas (69) stopte 15 jaar geleden met topbridge, een complete verzameling WK-medailles rijker. Ze raakte geen kaart meer aan. ‘Ik mis het geen seconde.’ Maar ze kan het iedereen aanraden. ‘Het is uitdagend en je kunt op elke leeftijd beginnen.’ Deel 2 van een tweeluik.

Marijke van der Pas was als bridgester vooral een liefhebster. Te vergelijken met de legendarische Utrechtse voetbaltrainer Daan van Beek, die ook wel de ontdekker van Wim (De Kromme) van Hanegem werd genoemd. De schoonheid van het spel was voor Van Beek belangrijker dan het resultaat. ‘Dat herken ik wel. Belangrijker was voor mij of ik goed of lekker had gespeeld, de uitslag vond ik van ondergeschikt belang.’

 

‘Lekker en goed spelen was

belangrijker dan de uitslag’

 

De liefde voor het spel verflauwt nooit, ondanks dat Van der Pas, voormalig werkneemster van de Nederlandse Bridge Bond en schrijfster van bridgerubrieken voor diverse media, er nu zo’n 15 jaar geleden afstand van heeft genomen en dus in al die tijd geen kaart meer heeft aangeraakt. ‘Bridge is geweldig uitdagend, ik kan iedereen adviseren het te gaan doen. Je kunt er op elke leeftijd aan beginnen; het is op ieders niveau leuk. En sociaal. Vooral als je met een groepje speelt. Je stimuleert elkaar, je komt nieuwe mensen tegen. Maar je raakt er ook moeilijk van los. Laatst had ik een verjaardag, dan kom ik weer alle bridgers tegen met wie ik vroeger heb gespeeld. We zijn vriendinnen geworden. Dat is het fijne geweest aan de sport en na drie minuten is het al: wat zou je op dit spel hebben geboden of hoe zou je dit hebben tegengespeeld?’

Bridge laat je niet los, wil Van der Pas maar zeggen. ‘Elk spel is weer een puzzeltje. De biedtechniek is weer anders dan de speeltechniek, daarnaast zijn er zaken als statistieken en kansberekening.’

Ze grijpt daarbij terug naar haar eigen ervaringen. ‘De eerste manche die je maakt, je eerste slem, zo opwindend. In het begin vind je het al een hele prestatie als je op clubavonden bij de eerste tien eindigt. Vervolgens wil je bij de eerste drie komen en uiteindelijk clubkampioen worden. Zo leg je de lat telkens hoger. Ik heb nog ergens een onbeduidend vaantje liggen uit mijn eerste jaren als bridgester. Ik heb het bewaard, was dus trots op die prestatie. Er komt een hoop lelijkheid en rommel je huis in die je er niet in wilt hebben. Een prijzenkast heb ik niet, ik heb de meeste prijzen weggegooid…Uiteindelijk heb ik het zilver heb gehouden en de WK- en EK-medailles liggen in een la. Die mocht ik van Jaap (Trouwborst, haar levenspartner, red.) niet wegdoen.’

Van der Pas raadt nieuwkomers niet aan om zomaar in het wilde weg te beginnen. ‘Tenzij je een autodidact bent en aan twee instructieboekjes genoeg hebt.’ Lid worden van een club, dat zou ze iedereen adviseren. Bovendien helpt een kaartachtergrond. ‘Bridge is duizendmaal leuker dan klaverjassen, maar als je dat hebt gedaan weet je tenminste dat je niet mag verzaken, je leert tellen en je weet wat snijden is.’

 

Doorbijten

Blijft staan het dilemma van de beginnende huis-tuin-en-keukenbridger. Thuis bridge leren of toch maar op een club? ‘Dat laatste betekent soms doorbijten. Maar je moet toch vertrouwd raken met de spelregels en met de bridgeregels, de etiquette aan de bridgetafel. Bridge heeft me veel opgeleverd. De 5, 6 leukste mensen heb ik aan de bridgetafel leren kennen. Er zijn tegenwoordig bridgereizen, die zijn razend populair. Je kunt ook als alleenstaande mee. Overdag worden er tripjes georganiseerd, ’s avonds wordt er gekaart. Je doet contacten op, misschien leer je er wel iemand kennen die net zo graag wandelt als jij.’

Toch heeft de sport het niet makkelijk, beseft Van der Pas. ‘Er wordt tegenwoordig zoveel georganiseerd voor ouderen. Ook het credo van de NBB ‘fitness for the mind’, is niet per definitie het hare. ‘Ik geloof er niet zo in dat bridge de geest scherp houdt. Het is relatief. Ik geloof veel meer in het sociale karakter van het bridge, maar als ik dan toch mag adviseren: zoek in ieder geval wel een partner die net zo fanatiek is als jij.’

Hoe ziet ze dan haar eigen hersengymnastiek in de strijd tegen dementie en alzheimer, juist nu ze zelf een dagje ouder wordt? Ze lijkt zich er geen zorgen om te maken. ‘We zijn net terug van drie weken vakantie in Duitsland waar we erg veel hebben gewandeld. Ik doe tweemaal per week aan pilates en ik geniet van een tennistoernooi als Wimbledon. Ik heb zelfs stukken van het WK voetbal gezien. En voor schaatsen moet alles wijken. Ik moest een keer een heupoperatie ondergaan, maar die heb ik uitgesteld tot na de Winterspelen van Sotsji in 2014, het jaar dat we zoveel schaatsmedailles wonnen. Misschien dat het niet toevallig is dat ik een liefhebber ben van individuele sporten.’

 

Dit artikel maakt onderdeel uit van een reeks artikelen over Bridge, tevens terug te lezen in de papieren Utrechtse Sportkrant van 13 juli 2018.

Lees hier deel 1 van het interview met Marijke van der Pas