Martijn Tusveld is na Alpe d’Huez memorabele koersdag rijker

Wielrennen Hans van Ommeren

De Hollandse Berg, Martijn Tusveld weet nu ook hoe die is. De 28-jarige Tourdebutant uit Utrecht moest zich door een haag van mensen worstelen om donderdag als 42ste de top van de Alpe d’Huez te bereiken. Op ruim 16.07 van Tom Pidcock die zijn grootste overwinning in zijn nog prille loopbaan als wegrenner boekte. Vooral in bocht 7 van de in totaal 21 haarspeldbochten die de mythische col rijk is, was de oranje wielergekte als vanouds zichtbaar.

Tusveld reed al drie keer de Vuelta en twee keer de Giro, maar nog nooit de allergrootste ronde, de Tour de France. Dit jaar is hij er bij namens Team DSM om kopman Romain Bardet te ondersteunen. In startplaats Kopenhagen kon hij meteen zijn borst natmaken in de door regen geteisterde openingstijdrit. Ogenschijnlijk onverstoorbaar deed hij zijn verhaal voor de camera van de NOS. ‘De laatste vijf kilometer waren er listige bochten. Er lag verf, supporters hadden daar aanmoedigingen op de weg gezet. Dat waren de gladste plekken en in die regen was dat best wel link.’

De Utrechter had de Zwitser Stefan Bisseger, een van de favorieten voor de ritzege, tweemaal zien vallen en wist dat hjij op zijn tellen moest passen. Op het moment dat hij geinterviewd werd was het opnieuw raak. De Fransman Christophe Laporte die op dat moment de snelste tijd gerealiseerd had, ging hard onderuit.

Wat was hem onderweg het meest opgevallen? ‘Een hele hoop herrie, zeker in het tweede deel ging het publiek enorm te keer. Dat was wel heel bijzonder. Ik had tot nu toe niet echt het Tourgevoel, maar als je dan de drukte hier ziet begint het best wel een beetje te kriebelen.’

Hectiek

Het peloton bleef ook de dagen daarna op Deense bodem in de greep van de hectiek. Tusveld raakte in de tweede etappe op zo’n veertig kilometer van de finish betrokken bij een valpartij. Met schaafwonden aan zijn rug kwam hij over de finish. Opnieuw tegen de NOS: ‘Het was een heel nerveuze dag en de valpartij was typisch voor de Tour. Iedereen rijdt zo dicht op elkaar. Ik moest in de remmen en remde op tijd, maar van achteren werd ik aangereden. Daardoor klapte ik over mijn stuur. Maar gelukkig heb ik er niet te veel last en kan ik gewoon door.’ Hij kon er om lachen. ‘Het echte Tourgevoel heb ik nu wel te pakken.’

De Utrechter ondervond aan den lijve dat in de Tour de finale eerder begint dan in de Giro en de Vuelta. Met als gevolg dat het dringen en duwen ook eerder begint. ‘Het hoort erbij, hè. Iedereen wil positie innemen.’

Na een paar mindere dagen, misschien toch de nasleep van de val, voelde Martijn Tusveld zich weer beter worden, klaar om een keertje mee te springen. Maar het valt niet mee om in een spervuur van demarrages in een kansrijke vlucht te geraken. Daarvoor heb je ook geluk nodig.

Inmiddels heeft de Tourdebutant, die volgens de laatste berichten nog twee jaar bij DSM zal blijven, de Alpenreuzen ook leren kennen. De Télégraphe, de Galibier en de meedogenloze Col du Granon waarop Tadej Pogacar zijn gele trui kwijtraakte. Tusveld kwam woensdag na een nu al historische etappe als vijftigste binnen op 27 minuten van winnaar Jonas Vingegaard.

Een dag later was er minder vuurwerk op de Alpe d’Huez. Romain Bardet  had het lastig maar hield de schade beperkt. Zijn Utrechtse ploeggenoot Martijn Tusveld is vooral een memorabele koersdag rijker.