De padelbaan van Racketcentrum Houten.

Meer rally’s, minder vaak ballen rapen

Padel Utrechtse sportverenigingen Peter de Jong

Padel? Hoe spreek je dat eigenlijk uit Pá-del, Pé-del, Pù-del of gewoon peddel? Volgens Peter Bruijsters, de huidige nummer 1 op de ranking der padellaars en tevens pr-functionaris van de Nederlandse Padelbond, spreekt je het uit als pà-del (met de klemtoon op del). Dat u het weet.

Padel is aan een explosieve opmars bezig in Nederland. In 2014 waren er nog maar acht clubs, dit jaar zijn dat er dertig en de verwachting is dat dit aantal in 2017 verdubbeld. Volgens Bruijsters telt Nederland momenteel circa 10.000 spelers, deels leden van de Padelbond, deels spelers die af en toe een baan huren, het zogenaamde ‘pay and play’.

Wat is padel eigenlijk? Kort gezegd is het een kruising tussen tennis en squash. Het wordt in Nederland gespeeld op kunstgras in een open glazen kooi, op een veld van 20 bij 10 meter, de hoogte is minimaal 6 meter. In het midden hangt een net. Net als bij tennis is het de bedoeling de bal op het veld van de tegenstander binnen de lijnen te slaan, zodanig dat deze de bal niet terug kan slaan, dan wel dat de bal twee keer heeft gestuiterd op het veld van de tegenstander.

Het verschil met tennis is dat de wanden rond het veld ook meedoen. Dankzij de muur krijg de speler een extra kans om te scoren, en om de bal in het spel te houden. De slaande partij mag de bal slaan via zijn eigen wand, de ontvangende partij mag de bal eerst tegen de wand laten stuiten en daarna pas slaan, zolang de bal niet twee keer heeft gestuiterd. In Nederland wordt de sport buiten gespeeld, behalve in Rijswijk, daar zijn indoorbanen.

 

Laagdrempelig

Padel komt oorspronkelijk uit Acapulco, Mexico. Een rijke Mexicaan had niet genoeg plaats voor een tennisbaan op zijn haciënda. Hij legde een kleinere baan aan en bouwde er een muur omheen. Een net in het midden, een klein houten racket plus een bal, en padel was geboren. Later waaide de sport over naar Argentinië en Spanje. In Spanje is het inmiddels de tweede sport van het land, groter dan tennis, met vier miljoen beoefenaren. Daar spelen ook de profs, die soms wel tonnen per jaar verdienen.

Wat is er eigenlijk leuk aan padel? Bruijsters: ‘Het is een hele laagdrempelige sport, binnen 5 minuten heb je het eigenlijk onder de knie. De opslag is eenvoudig, onderhands. En het is een sociale sport, voor jong en oud, man en vrouw. Je speelt twee tegen twee en doordat je de wanden kunt gebruiken, heb je ook lekker lange rally’s.’

‘De gemiddelde partij is desondanks na een uurtje afgelopen’, vervolgt Bruijsters, ‘doorgaans sneller dan bij tennis, want de baan is kleiner, waardoor je veel minder tijd kwijt met ballenrapen. Het is door de glazen wanden een echte kijksport. Bij de profs zitten de stadions dan ook vol. Dit jaar is er voor het eerst in Nederland een seniorencompetitie gespeeld. Geslachtsvrij. Ja dat is uniek, dat wil zeggen dat teams zelf mogen weten of ze een man of vrouw opstellen. De huidige padelpopulatie bestaat voornamelijk nog uit senioren, maar we willen heel graag met een jeugdcompetitie starten.’