Menno van Ginkel, een leven lang Valleivogels

Voetbal Robert Jan van der Horst

Een leven lang Valleivogels. of juister: een leven lang sv de Valleivogels, zoals de voetbalclub officieel heet. Maar het is vechten tegen de bierkaai, die volksmond. En dus weet ook assistenttrainer Menno van Ginkel (57) niet beter of het is gewoon Valleivogels.

Van Ginkel, geen familie van ex-fc utrecht-prof alex van Ginkel en diens zoon Marco (onder meer Vitesse en PSV en nu Chelsea), is tijdens de derby Valleivogels–vv Renswoude op sportpark de Bree west natuurlijk hét gezicht van de Scherpenzeelse zaterdagclub. ‘Ik heb hier mijn hele jeugd gevoetbald, speelde in het eerste elft al een jaar of tien op het allerhoogste amateurniveau (destijds nog de eerste klasse) tegen clubs als Quick Boys en IJsselmeervogels, heb alle jeugdselecties van Valleivogels getraind, was drie jaar trainer van het tweede elftal, drie jaar hoofdtrainer en ben nu alweer zes jaar assistenttrainer. Eerst vier jaar onder Dennis van der Steen, nu onder Rob van den
Broek.’ En of dat nog niet genoeg is: ‘o ja, ik ben ook nog twee keer interimtrainer geweest.’

 

Imposant

Van Ginkel schat in dat niet veel van de huidige selectiespelers met wie hij werkt weet hebben van dit imposante cv. Het tekent zijn bescheidenheid, ondanks deze staat van dienst waar je ‘u’ tegen zegt. ‘Het maakt mij niet uit wie voorop loopt in de polonaise.’ Voor Van Ginkel (‘ik ben van dezelfde generatie als Alex, heb nog met hem samen in het eerste gespeeld’) echter lijkt het de normaalste zaak van de wereld trouw te blijven aan Valleivogels.

Hij weet dus als geen ander hoe de streekderby Valleivogels – vv Renswoude leeft onder de lokale voetballiefhebber. ‘wat sfeer betreft doen we niet veel voor elkaar onder, maar de ‘Vogels’ hebben een rijkere historie met voetbal op het hoogste amateurniveau en onze club is iets groter. Maar wat Valleivogels voor mij onder meer zo bijzonder maakt, is de donderdagavond. Dan zitten er in de kantine 80 à 100 man en 75% van hen heeft dan op die avond getraind. Geweldige, speciale avonden zijn dat. Daar ben ik trots op.’

 

Ambitieuzer

Toch is er nog een verschil tussen beide clubs, maar om dat genuanceerd in deze kolommen te krijgen, daarvoor moet Van Ginkel zijn woorden zorgvuldig wegen. ‘Voor vv Renswoude zijn de duels met Valleivogels dé wedstrijden van het jaar. dat is iets vanuit het verleden, denk ik. Voor ons is het een wedstrijd, of beter gezegd, zijn het twee wedstrijden, in een seizoen. Maar laat er geen misverstand over bestaan: het zijn wel wedstrijden die we héél graag willen winnen. Voor ons is het echter belangrijker dat we een stapje hoger kunnen zetten. in die zin zijn we ambitieuzer dan vv Renswoude.’

Zo lang mogelijk meedoen om de prijzen, dat is het doel van Valleivogels dit seizoen, weet clubman Van Ginkel. ‘Vorig jaar waren we er vlakbij. op dit moment is het seizoen nog jong, is er nog weinig van de krachtsverhoudingen te zeggen. al lijkt unicum (Lelystad) zich wel heel goed versterkt te hebben. Bovendien zijn er zes nieuwe clubs ingedeeld in onze tweede klasse G (district oost).’ waar het eerste elft al ook gaat, Valleivogels weet zich altijd gesteund door een grote schare supporters. ‘als we naar een uitwedstrijd met de bus gaan, zit die steevast vol. Daarnaast gaat er nog aantal met eigen vervoer. Voor mijn gevoel beschikt Valleivogels over de grootste schare supporters van onze afdeling. dat zegt toch ook iets over de unieke sfeer in deze club.’

 

Op mijn plaats

Hoe groot de ambities van Valleivogels ook mogen zijn, Van Ginkel heeft zijn eigen ambities om ooit nog weer hoofdtrainer te worden opzij geschoven. ‘Ik ben hier op mijn plaats als assistent-trainer en werk heel prettig samen met Rob van den Broek. Ieder met zijn eigen verantwoordelijkheid en inbreng, maar met Van den Broek als eindverantwoordelijke.’

En wie de streekderby van 19 oktober gaat winnen, willen we tenslotte nog weten? Menno van Ginkel, in het dagelijks leven informatieanalist, waagt zich niet aan een voorspelling. ‘De ploeg die het beste met de druk kan omgaan, zo schat ik in.’