Met Basta spaart Marco van Basten vooral zichzelf niet

Sportboek en -film recensie Hans van Ommeren

Het is 1995. Marco van Basten moet midden in de nacht naar het toilet. Een reis van enkele meters, maar een ware beproeving voor de man die in 1988 en 1992 gekroond werd tot de beste voetballer van de wereld. ‘Ik kruip over de tegels. Op mijn handen en knieën. Ik moet pissen. Als een rund. Maar zodra ik te snel wil is het bijna niet te houden. De overloop onder zeiken is het laatste wat ik wil.’ De toon is gezet in Basta, de autobiografie van Marco van Basten die genomineerd is voor de NS Publieksprijs 2020 (uitreiking op 18 november).

De voetballer uit Utrecht die de wereldtop haalde, maar al op 30-jarige leeftijd – nadat hij twee jaar al niet meer gespeeld had – een punt achter zijn carrière moest zetten door een kapotte enkel. Die enkel is er ook de oorzaak van dat hij niet gewoon naar de badkamer loopt, maar moet kruipen. Wanneer die enkel ook maar iets raakt zijn helse pijnen zijn deel.

In Basta spaart Van Basten niemand, vooral zichzelf niet. Genadeloos fileert hij zichzelf als trainer. Hij deinst er niet voor terug het eendimensionale denken van zijn vader te schetsen. Wanneer Joop van Basten, zelf geen onaardige voetballer, ontdekt dat zijn jongste zoon over veel talent beschikt heeft hij nauwelijks nog oog voor zijn andere kinderen, de oudere broer Stanley en zus Carla. Beiden weten dan ook niet hoe snel ze het ouderlijk huis moeten ontvluchten en naar het buitenland verkassen, in elk geval een eind van Utrecht vandaan.
Het is voetbal, voetbal en nog eens voetbal voor Joop van Basten en alle aandacht is voor Marco, tot ergernis van moeder Lenie. Dat het huwelijk van zijn ouders niet het predikaat droomrelatie verdient wordt Marco dan ook gaandeweg duidelijk.
Enkele momenten zijn bepalend voor zijn verdere karaktervorming. Het verdrinken van een buurjongen, Jopie, die op een bevroren waterplas in de buurt van Maarssen door het ijs zakt en in de diepte verdwijnt. Ook de hartaanval die zijn moeder krijgt wanneer hij met het Nederlands elftal speelt – met negen dagen later een herseninfarct er bovenop – raakt hem diep. Zijn moeder is een deel van haar geheugen kwijt. Wanneer hij met Ajax tegen FC Utrecht speelt wordt er gescandeerd: ‘Marco, Marco, je moeder die is gek.. ‘
‘Het was weliswaar niet het chicste deel van de supporters, maar dit was wel erg laag.‘ Zijn vader verschijnt sindsdien nooit meer in Galgenwaard.

 

Superster

Marco van Basten is dan al op weg een superster te worden. Op zijn zestiende is hij naar Ajax vertrokken, na eerst bij de Utrechtse clubs EDO en vooral UVV te hebben gevoetbald. Op 9 november 1986 scoort hij in de competitiewedstrijd tegen Den Bosch met een spectaculaire omhaal die de hele wereld overgaat. Vier dagen later wordt op een groot scherm in het Lido in Parijs getoond hoe hij door de lucht zweeft en de bal in de kruising vliegt. Van Basten is daar om de Gouden Schoen in ontvangst te nemen voor zijn 37 doelpunten, het hoogste aantal in alle Europese competities.
Leuk om te lezen is hoe hoezeer de spits geoefend had op die acrobatische actie. Zomers lang was hij met zijn Utrechtse maatjes Edwin Godee en Ricky Testa la Muta naar de Maarsseveense Plassen getrokken. In ondiep water – dan viel je niet zo hard – hadden ze eindeloos getraind op afzetten, timing en heelhuids neerkomen.
Alle hoogte- en dieptepunten passeren de revue in Basta. Hoe hij in een zwart gat viel, last had van paniekaanvallen, zijn relatie met vriendin Liesbeth onder druk kwam te staan, maar ook de verwondering die bezit van hem nam na zijn wonderschone treffer in de EK-finale van 1988. Tegen Rusland scoort Van Basten de 2-0 met een volley vanuit een ‘onmogelijke’ hoek. ‘Toen die voorzet naar beneden kwam dacht ik, nou laat ik in godsnaam dan maar op goal knallen. Ik ben te moe om er iets anders mee te doen. En hij vliegt er zo in. Een doelpunt zoals je dat overkomt.’
De Nederlandse fans wisten het al eerder: ‘’Op de achtste dag schiep God Marco.’’

 

Die vermaledijde enkel

Als een rode draad door het boek loopt de enkel, die vermaledijde enkel die in 1995 na tal van (kijk)operaties het einde betekent van zijn voetballoopbaan. Bij een emotioneel afscheid in San Siro zijn er de tranen van Fabio Capello, de trainer van AC Milan.
De autobiografie is zonder opsmuk. Stilistisch geen literair meesterwerkje, maar niets ontziend, recht voor zijn raap zoals Van Basten praat. Niet dat hij als voetballer graag uitweidde over privézaken, niet voor niets is hij jarenlang een mysterie genoemd. Maar met Basta doet de beste voetballer die Utrecht ooit heeft voortgebracht een boekje open over zijn gevoelsleven, de twijfels die hem naar healers, magnetiseurs en handopleggers bracht. Het is een boeiend relaas van en over een profvoetballer die ooit met een balletdanser vergeleken werd.


Basta, autobiografie Marco van Basten
Auteur: Edwin Schoon.
Uitgever: Lebowski
Paperback, 352 pagina’s, 21,99 euro.