Mijmeringen van Echtelt / voetbalnostalgie

Sporthistorie Voetbal Hans van Echtelt

Afgelopen zondag maakte ik een historisch tochtje. Onderweg naar een amateurwedstrijd op de Koningsweg reed ik rond half twee ’s middags door de Achterdijk. Hoe vaak heb ik deze rit gemaakt, te beginnen in de jaren zestig. Ik reed op mijn brommer dan van Cothen naar Utrecht via deze Achterdijk, meestal op weg naar een thuiswedstrijd van Velox.

Een jaar lang zat voetballer Bob de Gier achterop, hij moest die middag dan meespelen tegen ploegen als Xerxes, Volendam of RBC.

Tijdens de rit moest ik terugdenken aan een bocht waar ik in 1957 stopte, toen nog per fiets. Ik was onderweg naar de topper DOS – Sportclub Enschede, maar er gebeurde op de hoek van de Achterdijk-Oostromsdijke iets onaangenaams. Geen lekke band maar een tegemoet komende fietser hielde me staande.

‘Tonny van der Linden is ziek, hij speelt vanmiddag niet mee’, wist hij – blijkbaar een fan van de Kanaries – me te melden. Gelijk met hem maakte ik rechtsomkeert, ik liet de wedstrijd links liggen. Mijn voorgevoel was juist: zonder Van der Linden verloor DOS kansloos met 0-2, Abe Lenstra maakte de openingsgoal.

Maar dit keer, zestig jaar klater, stopte ik niet op de Achterdijk. Ik ging naar de Koningsweg waar VSC (Velox SVVU Combinatie) zou spelen tegen Schalkwijk. Nummer laatst tegen nummer twee in de 4e Klasse H, dat zou voor mijn huidige dorpsgenoten een ‘makkie’ moeten zijn. Dat viel toch tegen, lang bleef het 1-1 maar uiteindelijk wonnen de bezoekers met 1-3.

Tijdens de wedstrijd ontmoette ik een erelid van VCS, Herman Thijssen, en meteen raakten we aan de praat.

Toevallig kwam de naam van Bob de Gier ineens ter sprake, Herman blijkt ook na zijn Celeritudo-tijd bij Willem II te hebben gespeeld. ‘Bij het trainen ontmoette ik daar ene Bob de Gier die daar studeerde en bij Velox in het eerste speelde. Van trainer Daan van Beek had hij toestemming gekregen om wekelijks in Tilburg mee te trainen omdat hij daar in de kost was. Zondag mocht De Gier gewoon met de selectie van Velox meespelen, in een periode dat ook Willem van Hanegem hier nog voetbalde.’

Ik was verbaasd van die mededeling. Mijn gedachten gingen uit naar de plek waar – op een steenworp afstand – de historische houten tribune had gestaan waarop ik zo vaak met mijn collega’s van de krant Frans Henrichs, Jan Boerop, Luc van Tour en Sander Schoever de wedstrijden van Velox had bekeken.

Voor mij was het bijzonder om in het krantenverslag de naam van mijn dorpsgenoot De Gier te mogen noemen, ik probeerde natuurlijk altijd zo objectief mogelijk over hem te schrijven.

Er is veel veranderd sinds mijn eerste tochtje via de Achterdijk naar Utrecht. Zondagmiddag speelde naast VSC – Schalkwijk ook de buurman Rivierwijkers op hetzelfde moment tegen Zwaluwen Vooruit/Utrecht. Laatstgenoemde vereniging is een fusieclub tussen twee gezworen vijanden op Kanaleneiland en dat mag nog steeds een wonder heten. Ik drukte Bart Merkus nog even de hand langs de zijlijn, hij trainde ooit een jaar Willy Carbo en Jan Wouters.

En die ontmoeting maakte de middag vol voetbalnostalgie een beetje rond, terugrijdend op de Achterdijk was ik er nog vol van.