Mister IJFC Arend Oomen ging even naar Geinoord

Voetbal Hans van Echtelt

Het is een mooi historisch briefje.  Afkomstig van de 15-jarige Arend Oomen die in 1961 graag op zaterdag wilde voetballen en dat kon destijds niet bij IJFC. Als jeugdspeler nam hij de fiets naar Vreeswijk en trok tijdelijk het blauwwitte shirt aan. Het Vreeswijkse avontuur duurde overigens slechts enkele weken en toen keer Arend snel weer terug naar de IJsselsteinse club waar hij zou uitgroeien tot het icoon van IJFC.

Dat Arend al op 37-jarige leeftijd tot erelid werd benoemd, mag veelzeggend heten. ‘Er ontbreekt alleen nog een lintje blij’, merkt hij lachend op, wanneer we contact met hem hebben in een verzorgingshuis in Rijssen. Zijn sportieve staat van dienst is indrukwekkend: jarenlang aanvoerder van het eerste elftal, jeugdtrainer en tijdelijke coach van het eerste elftal, en ga zo maar door. ‘Ja, ik heb er heel wat uurtjes doorgebracht.’

Oomen (nu 77) reageert niet verrast wanneer we hem ‘de meest talentvolle speler noemen die ooit bij IJFC heeft gevoetbald’. Hij vindt het een terecht compliment. Dat hij in tegenstelling tot clubgenoten als Langerak, Boverhof, Oostrom en Hammouti nooit het betaald voetbal heeft gehaald, heeft een oorzaak. ‘Ik zou een testwedstrijd bij Velox gaan spelen maar in een oefenpartijtje liep ik een week eerder een vervelende blessure op. Dus dat feest is helaas nooit doorgegaan.’

Van zijn korte periode bij Geinoord weet hij weinig. ‘Ik heb maar een paar wedstrijdjes meegespeeld en mocht ook nog aan een sportdag met leeftijdgenoten meedoen en werd zowaar nog derde.’ Hij weet wel dat andere IJsselsteiners onder wie Hein de Bruyn een paar jaar bij Geinoord gebleven zijn en er zelfs kampioen geworden zijn. ‘Neen, dat heb ik daar net niet meegemaakt. Maar gelukkig wel een paar keer met IJFC.’