‘Monument’ voor Ben Zwezerijnen, bokslegende uit Jutphaas

Sportboek en -film recensie Redactie

Timmerman, portier in het nachtleven, bokspromotor, sportschoolhouder, bondscoach. Maar bovenal bokser. Nederlands kampioen bij de profs na een Utrechts titanengevecht met Joop Verbon. Bedwinger van ex-Europees kampioen Fighting Mack. Insiders weten allang over wie het gaat. ‘Liever dood dan verliezen’, heet de biografie die over ‘bokslegende’ Ben Zwezerijnen is verschenen.

Auteur Boris van der Vorst steekt zijn bewondering voor de hoofdpersoon – geboren in het gehucht Jutphaas, nu vallend onder Nieuwegein – niet onder stoelen of banken. Geen onafhankelijke blik dus, maar een ‘monument’ zoals Van der Vorst het noemt voor de man die binnenkort zijn tachtigste verjaardag viert. Is dat erg? Niet wanneer je voor lief neemt dat er  niet al te indringend wordt ingegaan op zijn privéleven. Als portier van een studentendiscotheek – Woolloomooloo in Utrecht –  en van een seksclub moet je ook sterk in je schoenen staan om de vleselijke verleidingen te kunnen weerstaan. De biografie is gelardeerd met een groot aantal foto’s uit de privécollectie, die een fraai beeld geven van de bokscarrière van Zwezerijnen.

Wanneer je door de lofzang heen prikt blijft een man over die soms keihard is – de kinderen krijgen geen zakgeld als ze niet voldoend getraind hebben – maar wel goudeerlijk. En dat is niet standaard in een wereld waarin corruptie en bevoordeling welig tieren. De ene na de andere topbokser van weleer roemt de samenwerking met Ben Zwezerijnen. Arnold Vanderlyde, Don Diego Poeder,  Raymond Joval, Orhan Delibas, ze hebben bij Zwezerijnen getraind in diens boksschool en werden vaak liefdevol opgenomen in huiselijke kring. Allen spreken hun waardering uit voor zijn kennis; mensenkennis maar ook kennis van het metier. Zwezerijen is analytisch van het hoogste niveau.

 

Rechtlijnig

Een leven in de ring, daar zal hij in de verste verte niet aan gedacht hebben toen hij als marinier in Nieuw Guinea de eerste stoten leerde van een korporaal. Figuurlijk bokste Zwezerijnen al voortdurend met meerderen. Wanneer een officier vertelde dat iets roods de kleur groen had, vertikte hij het daarin mee te gaan. Zijn rechtlijnigheid werd niet op prijs gesteld en uiteindelijk werd Zwezerijnen het leger uitgeknikkerd.

Terug in Nederland weet hij in elk geval zeker dat zijn toekomst niet in het timmersvak ligt. En ook niet op het dievenpad, waar zijn vader regelmatig criminele activiteiten ontplooit. ‘De ouwe’ brengt dan ook veel tijd door in de bajes. Toch kan zoon Ben geen hekel aan hem krijgen. Hij heeft in elk geval een goede eigenschap van pa geëerfd en dat is onverzettelijkheid.

Ben Zwezerijnen gaat boksen bij de amateurs, wordt daar mede door de partijdigheid van juryleden nooit Nederlands kampioenen en besluit dan maar prof te worden. Hij bouwt met hulp van zijn ouders en vrouw Riet een eigen bokstempel, De Voltreffer die zal uitgroeien tot een begrip in heel Nederland.

 

Knock out

Dankzij zijn verwoestende rechtse directe en slimme klappen op de lever mag Zwezerijen in 1974 aantreden voor het Nederlandse kampioenschap in het zwaarweltergewicht. Zijn tegenstander? Joop Verbon uit Utrecht. De Utrechtse clash eindigt in de vijfde ronde wanneer Verbon knock out is geslagen. Een overwinning op Fighting Mack lijkt de opstap naar een internationale carrière, maar aanbiedingen blijven uit. Zwezerijnen wordt te zeer gevreesd. Hij besluit te stoppen. Zijn vier zoons treden in de voetsporen van hun vader, de een wat fanatieker dan de ander. Peter, de ‘Lange’, haalt  de Olympische Spelen van Barcelona in 1992, waar zijn vader, tevens bondscoach, hem ziet afhaken zonder dat hij een minuut gebokst heeft. Bij een saunabezoek loopt Peter verwondingen op door een straal stoom.

Het is niet de enige klap die Ben Zwezerijnen te verwerken krijgt in zijn leven. Zijn rechtervuist heeft hij kapot geslagen omdat hij zelden trainde met zwachtels. ‘Die hand heb een vermogen gekost Twee en een halve ton aan operaties. Door die paardenslager van een Strikwerda (bekende Utrechtse chirurg, red.) En als er weer eens iets gebroken was, verwaarloosde ik het genezingsproces. Mijn pink staat haaks op mijn hand en mijn ring- en middelvingen heb ik nooit meer kennen strekken.’

Een must voor alle boksliefhebbers, dat is deze biografie over een ’ruwe bolster, blanke pit’ zeker.

 

Liever dood dan verliezen. Ben Zwezerijnen, een Nederlandse bokslegende.

Auteur: Boris van der Vorst

Uitgever: Arko Sports Media

Gebonden, 306 pagina’s; 22,50 euro.