Monumentale triomf Dylan van Baarle in Parijs-Roubaix

Wielrennen Redactie

De zilveren medaille die Dylan van Baarle vorig jaar behaalde op het WK heeft onvermoede krachten losgemaakt bij de oud-Veenendaler. Dat hij een typische renner is voor klassiekers was al langer bekend. Dit jaar brak hij eindelijk door met de tweede plaats in de Ronde van Vlaanderen, gevolgd door een triomf in ‘het monument’ Parijs-Roubaix. Op grootse wijze reed hij na een solo het Velodrome op om even later de befaamde kei in ontvangst te mogen nemen.

Een aandeel in de sucessen van de 29-jarige Van Baarle heeft bondscoach Koos Moerenhout. Hij bracht hem het vertrouwen bij dat hij het kón. Bij zijn ploeg INEOS Grenediers was dat geloof er al langer. De rijke Britse formatie haalde hem in 2018 om hand- en spandiensten te verrichten voor de kopmannen in de bergen maar ook voor de zware eendagskoersen. Van Baarle verliet Veenendaal, waar hij als Westlander was neergestreken om goed te kunnen trainen op onder meer de Utrechtse Heuvelrug, voor het mondaine Monaco. Daar vertoefden meer renners van INEOS en kon hij zich ook bekwamen in het klimwerk.

In de tegenaanval

In de 119e editie van Parijs-Roubaix liet hij een kilometer of vijftig voor de finish al zijn tanden zien. Hij ontsnapte als enige van de favorieten uit een groepje achtervolgers en ging op jacht naar de koplopers, van wie de  Mohoric de gevaarlijkste was.

Van Baarle werd weer bijgehaald maar ging twintig kilometer verder opnieuw in de tegenaanval. Het wachten was wie van de groten het voortouw zou nemen. Dat was Van Aert en Van der Poel moest passen. Met Stefan Küng voegde Van Aert zich bij Jasper Stuyven en de drie liepen snel in op de mannen vooraan.

Daar had Van Baarle zich ook gevoegd maar hij wilde meer. Hij versnelde en Mohoric en Yves Lampaert moesten hem laten gaan. Hun achterstand liep steeds meer op. Door een haag van wielerfans en omringd door stofwolken moest Van Baarle geconcentreerd blijven, zoals zijn ploeggenoot Ben Turner toonde door op de kasseien onderuit te gaan. Het overkwam ook Lampaert toen een toeschouwer al klappend iets te ver naar voren boog.

Met de mond open en een verbeten blik stampte de diesel Van Baarle door. Zijn voorsprong groeide tot boven de minuut en aangemoedigd door ploegleider Servais Knaven bereikte hij de wielerbaan. Even later was zijn eerste overwinning in een zogeheten monument een feit. Wout van Aert won de sprint van het groepje van vier, voor de Zwitser Stefan Küng. Moegestreden finishte Mathieu van der Poel als negende.

De stralende lach te midden van de zwarte vegen in zijn gezicht sprak boekdelen. ‘Het besef is er nog niet helemaal. Ik kon het ook niet geloven toen ik de Velodrome opreed,’ glunderde Dylan van Baarle. ‘Ik keek om me heen of er nog andere jongens waren maar ik was helemaal alleen. Het is echt te gek. Om tweede te worden in de Ronde van Vlaanderen en hier te winnen in Roubaix, dit monument te winnen. Ik heb er geen woorden voor.’