huiskamercafé

‘Een mooie cocktail maken is ook een sport’

Verhaal van een sporter: mijn sport Marie te Marvelde

Albert de Rijk werd in 1946 in Utrecht geboren als tweede kind en enige zoon in een gezin met vier kinderen. Hij is eigenaar van Proeflokaal & Slijterij De Zes Vaatjes, dat op de hoek van de Monseigneur van den Weteringstraat 32 en de Appelstraat is gelegen.

Ruim een eeuw is het gezellige huiskamercafé annex slijterij in bezit van de familie De Rijk. ‘Mijn grootvader kon in 1914 het pand en de ‘tap & slijt’ van de familie Kroon, die het sinds 1877 runde, overnemen. De klanten kwamen met flessen, kannen en kruiken om die te laten vullen. Dat waren alleen mannen, die dan ter plekke ook wel een borreltje lustten.

Het was een ontmoetingsplek in de buurt, waar naast de drank ook de sterke verhalen over de toonbank gingen. Of ze namen plaats op het zogenaamde leugenaarbankje dat nog steeds een plek heeft in het proeflokaal. Toen mijn grootvader overleed was mijn vader pas zeven jaar oud. Oma Riek zette de zaak voort. In eerste instantie met personeel en later met haar tweede man. Mijn vader was aanvankelijk rijtuigschilder bij Werkspoor. Hij nam in 1954 samen met mijn moeder de zaak over.’

De huidige eigenaar is dus de derde generatie De Rijk. Hij heeft een grote passie voor de horeca en is naar zijn eigen zeggen getrouwd
met de zaak. Als enige zoon was hij de gedoodverfde opvolger, hoewel hij in zijn jonge jaren heel andere ambities had. Hij wilde sportleraar worden.

‘Als jochie speelde ik straatvoetbal met de kinderen in de buurt op het plein van de Hieronymusschool aan de andere kant van de singel.
Dat mocht eigenlijk niet, maar zo gauw de conciërge weg was, trapten wij daar lekker een balletje. Er sneuvelde weleens een ruit, maar
dan waren we zo sportief om dat te melden en werd die vergoedt.

Later voetbalde ik bij Velox, waar ook Willem van Hanegem speelde. Toen ben ik naar Hercules gegaan. Ik heb op allerlei plaatsen in het elftal gestaan. Was zelfs keeper, maar speelde toch het liefst rechtsbuiten. Destijds trainden we op weilanden die vol lagen met koeienvlaaien. Ik had er drie jaar mulo opzitten en zal een jaar of zestien, zeventien geweest zijn, toen ik meer zin in sporten had dan in leren. We hadden een assistent-leraar op school die op het CIOS (Centraal Instituut Opleiding Sportleiders) zat. Nou dat wilde ik ook wel, maar …

Bent u geïnteresseerd om dit hele artikel te lezen? Neem een jaarabonnement, halfjaarabonnement of proefabonnement op de Utrechtse Sportkrant en krijg dit artikel binnen enkele uren in uw mailbox.
Vervolgens wordt de Utrechtse Sportkrant elke vrijdag bij u thuisbezorgd en blijft u op de hoogte van lokaal sportnieuws.