Nobel

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Ineens brak de zon door op zijn gezicht. Tom Dumoulin zei: ‘Ik ga door.’ Het was de dag die je wist dat zou komen. Bij de ommekeer voor Team NL in Tokio paste die bijna gelukzalige blik in de ogen van de toprenner, die zo lang worstelde met het zijn van een toprenner. Met zilver om de nek maakte hij het mooie nieuws wereldkundig. Bij het sluiten van de markt zijn Olympische Spelen altijd een optelsom van teleurstellingen, net-niet, blunders en off-days én van meevallers, verrassingen en topprestaties. Niks nieuws. Bovendien, dat geldt voor alle landen.

Al moet gezegd dat aan de Hollandse bloopers in de eerste dagen geen einde leek te komen (los van de positieve coronatests). Alsof er een vloek was uitgesproken.

Teleurstellingen, een gevolg van verwachtingen. En die waren hoog opgeschroefd met de berekening van Gracenote (een databureau). 16-14-18 werd voorspeld. Acht-en-veertig plakken in totaal, zesde plek in de medaillespiegel. Hatsikidee! Na enkele dagen vloog het telraampje het venster uit. Niks medailleregen. Het was kut. O nee, dat was vijf jaar terug in Rio de Janeiro hét woord. Het lijkt erop dat de sporters daarna op de vingers zijn getikt door de leiding bij NOC*NSF. Bij verlies zeggen ze nu dat het ‘zuur’ is. Al blijft het natuurlijk kut.

Als olympische junk zie ik veel, al is geregeld zappen naar buitenlandse zenders prettig om los te komen van louter Holland dit en Holland dat. Een aanrader, al kom je soms helemaal verkeerd uit en zit je te kijken naar wat voetballeuteraars aan een tafel met een oud-hockeykampioen uit Bilthoven. De laatste sprak als een verwarde baanofficial die zojuist bij het oversteken in onzachte aanraking was gekomen met Niek Kimman op z’n BMX’je. Hij vroeg of die andere studiogast, een tv-viroloog, kon ophoepelen.

Het volgende dieptepunt kwam snel. De presentator haalde de olympische gedachte aan, dat meedoen belangrijker is dan winnen. Oftewel, neem die Spelen vooral niet al te serieus.

Het was 1894 toen De Coubertin de strijd boven het winnen stelde. Het was twee jaar voor de eerste moderne Olympische Spelen en de grondlegger omschreef wat hij voor zich zag. Nobele sporters, die het beste uit zichzelf zouden halen. 127 jaar later sprak de wonderbaarlijke Annemiek van Vleuten na haar gouden tijdrit álles te hebben gedaan om in Tokio op haar best te zijn. Klaar voor de strijd. ‘De medaille is de bonus.’

De strijd van Van Vleuten en de worsteling van Dumoulin; hoe nobel.