Nog zes ritten heeft Kelderman om de Portugees te breken

Wielrennen Hans van Ommeren

Zes ritten wachten Wilco Kelderman nog. Zes ritten waarin de Barnevelder tenminste vijftien seconden sneller moet zijn dan een tot voor kort onbekende Portugees. Zes ritten, als het peloton niet wordt lamgelegd door een virus. De autoriteiten zullen niet dwarsliggen, maar wat gaan de ploegen en de renners doen wanneer bij de massale test op de tweede rustdag er nieuwe coronabesmettingen in de Giro d’Italia worden geconstateerd?

Nu de Tour de France de slotdag op de Champs-Élysées heeft gehaald – ondanks dat baas Christiaan Prudhomme het virus onder de leden bleek te hebben – zal de organisatie van de Ronde van Italië koste wat kost hetzelfde nastreven. Voor de Italiaanse autoriteiten is het wielerevenement al evenzeer een prestigeobject: ‘Als het in Frankrijk kan, kan dat ook bij ons.’

De derde week heeft enkele etappes in petto die op papier om te smullen zijn. De strijd om de roze trui zal zich naar verwachting toespitsen op een tweestrijd tussen de huidige drager João Almeida en zijn naaste belager Wilco Kelderman. Een luttele vijftien tellen zit er tussen hen, de nummer drie Jai Hindley heeft al bijna drie minuten achterstand. Bovendien is dat een ploeggenoot van Kelderman en ook al vertrekt die aan het eind van het seizoen, de ploegbazen van Sunweb zullen toch in de eerste plaats de kaart van de Nederlander trekken.

 

Beruchte Stelvio

Dinsdag kunnen de matadoren zich warm rijden in een heuveletappe. Het barst pas goed los op woensdag, wanneer het peloton vier beklimmingen voor de kiezen krijgt. De slotklim naar finishplaats Madonna di Campiglio is ruim 15 kilometer lang. Donderdag trekt het peloton opnieuw door de Dolomieten, onder meer via de Passo dello Stelvio, een van de hoogste bereikbare cols (2758 meter) in Europa die op recreanten een grote aantrekkingskracht heeft.

Het profiel van de etappe van donderdag in de Giro, met de beruchte ruim 2700 meter hoge Passo dello Stelvio.

De beruchte Stelvia is niet het eindpunt van etappe 18. Dat ligt op het kunstmatig aangelegde Laghi di Cancano. Vorig jaar ging Annemiek van Vleuten in de Giro Rosa zodanig te keer op de slotklim dat ze door Elisa Longo Borhini ‘een alien’ werd genoemd.

Een dag later kan het peloton even uitblazen in een vlakke etappe, maar zaterdag volgt dan de koninginnenrit. In bijna 200 kilometer moeten 5300 hoogtemeters worden overwonnen. Het begint al lekker met de beklimming van de Colle dell’Agnello. In 2016 verloor Steven Kruijswijk in de afdaling de roze trui toen hij na een stuurfout in een sneeuwmuur belandde. De etappe werd gewonnen door Vincenzo Nibali die later ook de Giro won. Kruijswijk had maar wat graag dat trauma willen uitwissen, maar moest na een positieve coronatest op de eerste rustdag naar huis. Nibali is nog in koers en staat op 3.29 van Almeida. Via de Col d’Izoard  en de Colle del Monginevro mogen de renners beginnen aan de slotklim naar wintersportoord Sestrière.

 

Voetsporen Dumoulin

Met een tijdrit van bijna 16 kilometer naar het Domplein in Milaan wordt de Giro zondag 25 oktober afgesloten. Drie jaar geleden sloeg Tom Dumoulin toe in een soortgelijke chronorit. Terwijl Jos van Emden de dagzege greep schreef Dumoulin dankzij een uitgebalanceerde race tegen het uurwerk als eerste Nederlander de Giro op zijn naam.

Wilco Kelderman kan in zijn voetsporen treden. Hij weet zich gesteund door een sterk Team Sunweb, met daarin onder meer Utrechter Martijn Tusveld. Daarentegen kraakte João Almeida zondag weliswaar, maar hij brak nog niet. De 22-jarige Portugees beschikt over een ongekende vechtlust en heeft niets te verliezen. In tegenstelling tot de 29-jarige Kelderman, waar het besef zal leven: het is nu of nooit.