Nominaties Sportploeg Utrecht 2018

Overig nieuws Pim van Esschoten/SportUtrecht

De nominaties voor de Sportprijs Utrecht zijn bekend. In een serie van zeven artikelen worden de sporters voorgesteld waarop tot 8 februari gestemd kan worden. De prolongatie van de landstitel is alle reden voor Kampong om opnieuw te worden genomineerd voor Sportploeg van het Jaar. Was de titelstrijd van 2017 al een spannende, die van 2018 was zo mogelijk nog enerverender. Net als Kampong, prolongeerde ook De Volharding de Nederlandse titel in de ploegentijdrit. In de strijd tussen verenigingen rijden zowel amateurs als profs mee. De Volharding legde de 52 kilometer in Dronten af in 58 minuten en 29.59 seconden.

Lees hieronder meer over de genomineerden en stem daarna voor deze categorie op https://sportprijs-utrecht.nl/stemmen-sportploeg-2018/.


 

Er zitten mooie verhalen achter de tweede landstitel

Kampong en het intense geluksgevoel

Soms vertelt een enkel moment, zo op het oog niet eens belangrijk, een verhaal. Toen Kampong in het derde en beslissende duel om de landstitel dan toch Amsterdam versloeg, liet captain Sander de Wijn de eer aan Constantijn Jonker. De goaltjesdief (meer dan 200 doelpunten in de Hoofdklasse) mocht de kampioensbeker in ontvangst nemen, voor eigen publiek.

Net als Quirijn Caspers was het Jonkers laatste jaar. Ze debuteerden beiden in 2004 in de Hoofdklasse bij Kampong. En degradeerden prompt. Hun hele hockeyleven zaten ze bij de club en hebben zogezegd álles meegemaakt, ook de opmars naar de Nederlandse top daarna. Met twee landstitels. Maar Jonker (31) dreigde de apotheose van een mooie loopbaan te missen als gevolg van een hersenschudding, begin maart. Hij herstelde bijtijds en toen hij het thuisveld betrad onder luid applaus, maakte dat emotioneel veel los bij Jonker.

Zo zaten er meer verhalen in die tweede landstitel voor Kampong. Van Philip Meulenbroek, die juist in de Jonkerloze weken opstond en belangrijke doelpunten maakte. Van Jasper Luijkx, volgens zijn coach Alexander Cox ‘misschien wel de beste man op het veld’ in het beslissingsduel. Afgezien nog van de heldenrol van keeper David Harte of de bevrijdende 2-1 van het koppel De Wijn-Kemperman.

De titel in 2017 was in veel opzichten mooi. Die van 2018 was anders, maar niet minder intens. ‘Allebei speciaal,’ zegt Cox. ‘Wat je voor altijd bijblijft zijn die eerste seconden na afloop. Maar ook de uren daarna. En de volgende dag als je wakker wordt.’

Ook Constantijn Jonker sprak van een ‘intens geluksgevoel’. De titel, de beker en het afscheid op het veld waar – zoals hij zei – zo’n groot gedeelte van zijn leven lag. Het kon niet mooier voor hem. Dat gevoel bleef toen een week later de EHL-finale werd verloren van Bloemendaal. Het was gewoon op bij Kampong.


 

Voor de tweede keer naar winst in Nederlands clubkampioenschap met een parkoersrecord

Afzien in de polder met De Volharding

Ooit zei hij zich niet te kunnen voorstellen dat een renner moet lossen in een ploegentijdrit. ‘Dan zet je je niet genoeg in,’ zegt Jarno Gmelich Meijling (29). Maar op 29 september 2018 voelde hij voor het eerst dat het lastig zou worden. ‘Na elke bocht, bij het optrekken, vreesde ik niet meer te kunnen inpikken in het wiel.’

Met de ploeg van De Volharding fietste hij voor de tweede keer naar winst in het Nederlands clubkampioenschap, met renners uit alle categorieën door elkaar heen. Jos van Emden, Luuc Bugter, Marten Kooistra, Etienne van Empel, Niels Eekhof en Jarno Gmelich Meijling kwamen in Dronten tot een parkoersrecord. De afstand van 52 kilometer werd met een gemiddelde van 53.340 km/u afgelegd. Sneller dan een jaar eerder, toen ook Wilco Kelderman meereed, al was dat in de regen.

‘Je doet het z’n zessen,’ zegt Jarno, die tot en met afgelopen seizoen fietste bij de continentale wielerploeg Metec-TKH. Van Emden is tijdritspecialist en prof (Jumbo-Visma). ‘Maar hij rijdt echt geen 52 kilometer op kop. Hij maakt wel langere beurten en dan kunnen wij uitrusten. Nou ja, uitrusten… Op kop rij je boven je limiet, als je moet inpikken blijf je onder de verzuring. En hoe langer je onder de limiet kunt blijven, hoe beter je bent als het je weer op kop rijdt.’

Gmelich Meijling komt uit Almere, is een jongen van de polder. Afzien vindt hij mooi. ‘De eerste veertig kilometer zijn goed te doen, de laatste tien is anders. Ik kan dan nog wel mijn bijdrage leveren. Maar Jos zit zo mooi diep op zijn fiets in die houding en kan dan nog dat vermogen wegtrappen. Het is dan echt doorbijten.’

Hij begrijpt nu beter dat er renners zijn die afhaken in een ploegentijdrit. Compassie heeft hij ook met de ploegen op het NCK die er tien minuten langer over doen. ‘Want het doet net zoveel pijn, hoor.’