Het jaar van Dafne Schippers. De Utrechtse atlete is inmiddels uitgegroeid tot een media-kanon.

Oersterk

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Corrie Bakker was vol bewondering voor Dafne Schippers. Ze was zelf een wereldtopper op de sprint - lid van de 4x100 ploeg die in Mexico '68 nog een etmaal het wereldrecord in handen had. Maar de bewondering was er misschien nog wel meer door haar ogen als de kunstenares die ze later werd. 'Gebeeldhouwd,' zo zei Bakker twee jaar geleden.

Pim van Esschoten

De Dafne Schipper van 2017 is nog krachtiger, sterker, robuuster. Leni Riefenstahl had haar maar al te graag voor haar camera’s gehad om Dafne voor te stellen als een klassieke halfgod.

Toch knallen die supertijden er dit seizoen minder makkelijk uit. Oersterk, ja. Maar daarmee is ze nog niet een sprintster in topvorm. In Hengelo, tijdens de Dutch Athletics Classics ofwel de FBK Games, won ze zondag de 100 meter in 11,08 seconden.

Alsof het niks is.

Maar voor haar niet eens een toptijd. Natuurlijk, die 1.3 meter tegenwind hinderde haar. ‘Je kunt deze tijd dus vergelijken met de 10.99 seconden van Rome, afgelopen donderdag. Twee, drie sprints in vier dagen, ook dat valt niet mee.’ Maar feit is dat ze nog niet is waar ze wil zijn. ‘Ik heb gewoon meer races nodig om in mijn ritme te komen.’

Onder haar nieuwe trainer Rana Reider buffelde ze afgelopen winter in het krachthonk; harder dan ooit. Nu komt het aan op de fine tuning. En dat vraagt geduld. ‘Ik moet nu even tevreden zijn met mindere tijden en er verder niet te veel naar kijken.’

En dat is moeilijk voor de kanonskogel uit Oog in Al. Ze wil immers altijd en overal winnen en toptijden lopen. Ze lacht er zelf om: ‘Dit is dus tegen mijn natuur.’

Misschien zat er achter die lach toch iets van frustratie. Kon Schippers in de lange aanloop naar Rio de Janeiro de druk ook niet heel goed aan? Naderhand zei zo toch: ‘Het is veel te veel geweest.’ Misschien heeft ze nu wel degelijk zorgen dat ze die natuurlijke snelheid kwijt lijkt. De flyer die ze was oogt nu zwaar.

Misschien. Dat geldt ook voor de Nederlandse kampioenschappen (14 – 16 juli) in haar eigen Utrecht. Misschien is ze er niet bij, misschien wel. Ze weet het nog niet, ze kan nog niet zeggen of het wel of niet past in haar programma op weg naar de WK in Londen (augustus).

Wat gaan we doen in Utrecht? Smeken? Want het is de moeite waard om dat gebeeldhouwde lijf ‘ns van dichtbij te zien. En te zien sprinten.