‘Onvergetelijke jeugd bij Sporting’

Voetbal Hans van Echtelt

Wie kan navertellen dat hij op 15-jarige leeftijd al in een eerste elftal belandde? Die vraag kan positief beantwoord worden door Rob Alflen (nu 52) die als piepjonge junior doordrong in de basis van Sporting. Hij weet zoveel jaar na dato niet meer tegen wie hij mocht debuteren bij de grote jongens. ‘Maar we speelden toen eerste klasse van de afdeling Utrecht, dus het niveau was niet geweldig hoog,’ zo probeert Alflen zijn prestatie van destijds wat te relativeren.

Rob Alflen.

Geen enkele andere speler uit de 50-jarige historie van de Utrechtse fusieclub (ontstaan in 1970 uit een fusie tussen Sint Maarten en Oranje ’57) heeft ooit deze sportieve prestatie kunnen evenaren. Maar Rob komt dan ook uit een ultra sportieve familie. Zijn vader Loek was een van de beste worstelaars die Utrecht ooit heeft voorgebracht. Deelnemer aan de Olympische Spelen van 1960 en liefst negentien keer nationaal kampioen.

Zijn vader was ook een trouwe bezoeker van de velden aan de Voorveldse Polder. Loek was timmerman in de bouw maar probeerde geen wedstrijd van zijn zoon Rob over te slaan. Op historische foto’s is hij – klein van gestalte – te zien als teamleider naast Robbie die dan al en paar koppen groter is dan zijn vader. Rob: ‘We hadden een talentvolle juniorengroep met Gert Verhoef als absolute uitblinker. Die kon zeker zo goed voetballen als ik en nog beter koppen ook. Maar hij heeft het betaald voetbal helaas niet gehaald, Gert was een slechte loper, vandaar.’

 

Twee-eenheid

Rob en zijn vader waren gedurende zijn hele loopbaan een hechte twee-eenheid. Dat begon al toen hij zich als jochie van zes wilde aanmelden bij Sporting ’70 en er nog geen plaats voor mini-pupillen bij de fusieclub bleek te zijn.  ‘We moesten samen teleurgesteld naar huis, maar een paar weken later hing er een aanplakbiljet in de kantine dat ze toch spelertjes in mijn leeftijdsgroep gingen trainen. Toen ik heel veel later een contract ging tekenen bij Ajax, was mijn vader er natuurlijk ook bij. En zaten we aan tafel met de zaakwaarnemer van Peter Gerards en Rob Jansen, die bij belangrijke contracten ook altijd van de partij was.’

Maar tussen Sporting en Ajax zat de lange tussenweg die bij FC Utrecht werd afgelegd. Had Rob op de Voorveldse Polder te maken gehad met jeugdtrainers als Han van de Broek en Gerard Hendriks, nu kwam de technische begeleiding in handen van mannen als Henk Vonk, Jan Verkaik en Ed van Stijn. ‘Ik was niet al te zeker van mezelf in die periode, bij iedere bespreking dacht ik dat ik weggestuurd zou worden. Maar gelukkig kreeg ik na verloop van tijd een  koelkastcontract en kwam het A-team binnen mijn bereik.’

 

Debuut

Alflen debuteerde als rechtsbuiten tegen FC Twente, een wedstrijd die hij niet gemakkelijk zal vergeten. ‘We kwamen die middag met 2-0 voor en ik werd een half uur voor tijd vervangen omdat de pijp volgens mij helemaal leeg was. Van buiten het veld zag ik dat Twente alsnog langszij kwam en FC Utrecht dus met 2-2 van het veld stapte.’ In de kleedkamer kwam het tot een felle woordenwisseling tussen trainer Nol de Ruiter en de toenmalige middenvelder Jan Wouters. ‘Je had Robbie Alflen nooit mogen wisselen, dan was dit niet gebeurd,’ foeterde Jan. Dat was natuurlijk wel een leuke opsteker voor mij als debutant.

Hoewel zijn Sporting-periode al lang achter hem ligt, denkt  Alflen met weemoed terug aan zijn jeugd bij deze club. ‘Ik heb het als onvergetelijke jaren ervaren, ik vond Sporting een fijne club waar de druk om te presteren bij trainers, leiders en ook ouders niet zo nadrukkelijk gold. We hadden gelukkig genoeg ruimte voor spelvreugde en daar heb ik alleen maar baat bij gehad ook in mijn verdere ontwikkeling, ook later als trainer. Wanneer ik de plakboeken opensla die mijn moeder heel trouw altijd heeft bijgehouden, zie ik dat bij vrijwel alle beelden terug. Dit jubileum van de club is een mooie gelegenheid om er weer eens wat vaker in te bladeren.’