Een onvergetelijke trip naar Limburg

Sporthistorie Voetbal Hans van Echtelt

Zaterdag 17 december wacht FC Utrecht de uitwedstrijd tegen Roda JC, voor beide ploegen het laatste eredivisieduel in 2016. Dat affiche roept bij sportjournalist Hans van Echtelt nostalgische herinneringen op aan een eerdere confrontatie tussen de twee clubs. Zaterdag 26 april 1980 staat FC Utrecht op het punt een belangrijke stap te zetten richting Europees voetbal en Van Echtelt mag – als sportjournalist en trouw volger van de club – als enige de reis van nabij meemaken, evenals het speciale Limburgse trainingskamp.

Was het een druilerige of een zonovergoten ochtend, die gedenkwaardig dag in april? Feit is dat er bij FC Utrecht, ruim 24 uur voor een cruciaal competitietreffen, een ongewone bedrijvigheid heerst. De fusieclub maakt zich op voor een trip naar Limburg die achteraf historische betekenis zal krijgen. FC Utrecht kan een belangrijke stap zetten richting Europees voetbal in de uitwedstrijd tegen rivaal Roda JC.

Trainer Han Berger vindt het duel in Kerkrade zo belangrijk dat hij in samenspraak met manager Cor Hesselberth een trainingskamp heeft belegd. De ploeg reist een dag eerder uit de Domstad weg om een hotel in Zuid-Limburg te betrekken. Daar zal het elftal zich voorbereiden op het cruciale duel met Roda, de ploeg die wordt getraind door de eerste FC-trainer, Bert Jacobs.

Voor mij heeft de Limburgse trip ook een extra dimensie omdat ik op uitnodiging van Berger als enige journalist het hele trainingskamp van begin tot eind mag meemaken, inclusief de reis met de spelersbus. De jonge trainer, sinds januari 1976 in dienst van de club als opvolger van Jan Rab, heeft een speciale reden om mij mee te vragen, maar die is van persoonlijke aard. Uiteraard neem ik de uitnodiging graag aan, namens het Utrechts Nieuwsblad volg ik de prestaties van de club op de voet.

In Limburg arriveren we bij hotel Krijtland met een geschikte accommodatie om te trainen. Spelers en begeleiding krijgen een programma uitgereikt waaraan we ons die zaterdag en zondag stipt moeten houden. Aan het begin van de zaterdagavond houdt Berger een tactisch praatje. Ook daarbij mag ik aanwezig zijn zodat ik het speelplan voor de volgende dag al een beetje in mijn hoofd heb. Daarna gaan we aan tafel. Bij toeval kom ik samen met doelman Hans van Breukelen, de huidige technisch directeur van de KNVB en de aartsvader van het nieuwe fenomeen PIM (prestatie- en innovatiemanager, brrr) naast Willem van Hanegem te zitten en dat blijft niet zonder verbale gevolgen.

Wanneer de soep wordt opgediend merkt De Kromme laconiek in onze richting op: ‘Moeten Van Breukelen en jij niet even een gebedje doen, jullie zijn toch allebei streng katholiek. En zat jij niet op het seminarie en was Hans vroeger geen misdienaar? We kijken elkaar even verbluft aan en besluiten de daad bij het woord te voegen door even te bidden voor het eten. Het lot wil dat Van Breukelen zijn gebedje eerder heeft afgeraffeld dan ik. Waarop Van Hanegem het niet kan laten om te zeggen: ‘Zeg, Van Echtelt. Stotter jij ook al als je zit te bidden?’

We hebben de lachers aan de hele tafel aan onze kant, logisch. Ik beschouw het als een goed voorteken voor de wedstrijd van morgen, de sfeer lijkt me optimaal. Maar Roda JC is geen ploeg om te onderschatten met spelers als topscorer Eriksen – Deens international die al heel jong overleed aan Alzheimer – diens landgenoot Nielsen, Marijt, Degens, De Jong en natuurlijk routinier Jan Jongbloed in het doel. Daar kan FC Utrecht ook een gedegen elftal tegenover zetten met de volgende rugnummers: Van Breukelen (1); Van Tamelen (4), Wildbret (2), Du Chatinier(3), Flight (5); Tervoort (20), Van Hanegem (34) , De Kruyk (18); Van Staa (30), Van Veen (31) en Rietveld 26). En dan ook de reserves Henk van der Vlag en Willy Carbo. Een team dat in de loop van het seizoen een sterke serie op de mat heeft gelegd en is opgeklommen naar de subtop.

 

Vijf punten

In Kerkrade moet dus de basis gelegd worden voor de bekroning, nog vijf punten zijn in totaal genoeg voor Europees voetbal. Na Roda JC volgen nog de wedstrijden tegen FC Twente (thuis) en PEC/Zwolle (uit), getraind door Fritz Korbach. Een zege in Kerkrade zou betekenen dat Roda vrijwel zeker als directe concurrent afvalt en FC Utrecht nog maar een klein stukje is verwijderd van het ultieme sportieve doel.

Wanneer Jan Keizer de volgende dag om half drie het beginsignaal geeft ontwikkelt zich een spannend duel met weinig krachtsverschil. Maar een vernietigend afstandsschot van Ton de Kruyk betekent de zo belangrijke 0-1 waarna Leo van Veen op gehaaide wijze de 0-2 voor zijn rekening neemt, na een assist van Wim van Hanegem.

De spanning neemt enorm toe wanneer Andre Broeks de aansluitende treffer op het scorebord zet en Roda, aangemoedigd door een fel meelevende Bert Jacobs, op jacht gaat naar de gelijkmaker. Er ontstaat ruimte voor de bezoekers, op de perstribune zie ik mijn Limburgse collega’s angstig toekijken wanneer Leo van Veen aan een soloactie begint die eindigt in het net achter de kansloze Jan Jongbloed: 1-3. Han Berger, na afloop: ‘Niet alleen een belangrijke maar ook een heel mooie goal. Leo kapte drie tegenstanders uit en legde de bal in de verste hoek.’

De buit is binnen, er is een ware euforie binnen en buiten het veld want er is een kleine duizend man uit Utrecht meegereisd naar Kaalheide. Scheidsrechter Keizer krijgt zelfs een knuffel van een uitgelaten Willy Carbo en dat gebeurde de Volendammer niet op iedere wedstrijddag.

De terugreis zal hilarisch verlopen. We maken als spelersgroep een tussenstop in Eindhoven. In het Van der Valk-hotel krijgen we een maaltijd aangeboden door het verheugde bestuur, maar voordat het zover is lopen de spelers door de eetzaal een spontane polonaise waarbij de bekende FC-clubliederen ten gehore worden gebracht. Ook Keizer, die toevallig zijn terugreis naar Volendam heeft onderbroken voor een hapje, en een aantal toevallige passanten wordt van tafel geplukt en moet meelopen in de polonaise, hetgeen zij zonder morren doen. Ook de meereizende journalist wordt bij zijn kladden gepakt en host mee. Een uitnodiging om tijdens het eten achter de piano te gaan zitten, sla ik gedecideerd af.

Een jaar later zal pas blijken hoe juist die beslissing van me in Eindhoven was.

 

Verlaten

Een seizoen later, bij een trainingskamp in Norg, overkomt me in Hotel Karsten een soortgelijke uitnodiging van De Kromme. ‘Hans, kan je voor mij een stukje Beethoven spelen, dat van Elise vind ik zo’n leuk stukkie’, fluistert hij in mijn oor tijdens het avondeten. Ik ben ijdel genoeg om dit keer wel aan dat verzoek gehoor te geven en ga achter de piano zitten om het muziekwerkje netjes tot een mooi einde te brengen. Als ik na het spelen achterom kijk om een lichte buiging te maken, zie ik ineens een geheel verlaten eetzaal. Op een wenk van Van Hanegem heeft de hele spelersgroep de zaal verlaten en speel ik dus Beethoven voor een vertrokken publiek. Maar dat wist ik dus een jaar eerder nog niet toen ik in Eindhoven de terugreis onderbrak uit Kerkrade.

De polonaise na de zege op Roda JC wordt twee weken later herhaald in Zwolle. Debutant Ton Gruters uit Schalkwijk scoort in de 90ste minuut de bevrijdende gelijkmaker tegen PEC dat via twee goals van Ron Jans brutaal een 2-0 voorsprong heeft genomen. Leo van Veen doet weliswaar een kwartier voor tijd iets terug, 2-1, maar pas op het allerlaatste moment wordt dankzij de goal van Gruters Europees voetbal voor het eerst in het bestaan van FC Utrecht veilig gesteld. Toch zou die belangrijke gelijkmaker niets waard zijn geweest wanneer FC Utrecht niet op zondag 26 april in Kerkrade zo’n waardevolle overwinning had behaald op de brigade van Bert Jacobs. Ik prijs me nog steeds gelukkig dat ik die triomf van zo dichtbij meemaakte.