Op zoek naar de aantrekkelijkste vorm (1)

Hockey Robert Jan van der Horst

Veiligheid voor alles. Plus natuurlijk een correct verloop van de vele hockeywedstrijden die er wereldwijd per week worden gespeeld, zowel op het kunstgras als in de zaal. Arbiter Coen van Bunge en zijn collega’s zijn er druk mee. Vandaag in deel 1 van het artikel legt internationaal scheidsrechter Van Bunge uit hoe de vooruitgang van de hockeysport er uit ziet.

Een van de prettige kenmerken van het hockey is dat de sport zich kenmerkt door de progressieve wijze waarop de regels van het spel regelmatig aan innovaties onderhevig zijn. ‘Klopt’, zegt Van Bunge, ‘Als we ergens iets kunnen verbeteren, dan zullen we dat doen.’

Het is niet dat de regels van dat moment niet deugen, maar de sport is steeds in beweging. Of steeds in ontwikkeling, zo u wilt. We nemen het WK Hockey dat in 1998 in Utrecht werd georganiseerd als ijkpunt. Een evenement dat de regio ver oversteeg en veel van onze lezers ongetwijfeld in positieve zin is bijgebleven. Voor het mondiale evenement eind vorige eeuw werd de grasmat van stadion Galgenwaard – de thuishaven van voetbalclub FC Utrecht – zelfs voorzien van een kunstgrasveld.

Het lijkt alweer lang geleden, maar goed twintig jaar later is hockey – afgezien van de afmetingen van het veld en die van de goals – zowat een andere sport geworden. Van Bunge: ‘Ik kan me voorstellen dat je dat zo ziet, hoewel het niet zo is dat de spelregels worden aangepast óm het aanpassen. Een wijziging moet ten goede komen aan de sport. Het moet het hockey aantrekkelijker maken om het te gaan beoefenen én het moet hockey aantrekkelijker maken voor de kijker en als televisiesport. We zijn, al met al, steeds bezig het hockey bij te schaven.’

Ook met ingang van seizoen 2019/2020 veranderde er het een en ander. Zoals de indeling van de wedstrijden. Na een proefperiode in internationale competities, waar sinds een aantal jaren wedstrijden werden gespeeld in vier kwarten in plaats van twee helften, werd deze wijziging door de Internationale hockeybond FIH (Fédération Nationale de Hockey) op 1 januari 2019 definitief vastgelegd.

 

Coaching

De KNHB nam deze regel met ingang van het huidige seizoen over. Met een eigen twist, dat wel. Van Bunge: ‘In Nederland hebben we er voor gekozen om de vier kwarten op te splitsen in 17,5 minuut elk. Waar 4 x 15 minuten internationaal de norm is met tijdstops bij een strafcorner. Wij hebben de regelwijziging zo doorgevoerd omdat we als bond eraan gehouden zijn de regels te volgen van de internationale federatie. De splitsing in kwarten zorgt bovendien ervoor dat er meer coaching-momenten zijn, meer rust is en dat vooral jongere spelers daardoor nog beter begeleid worden in hun ontwikkeling.’

De inbreng van spelers en coaches in de totstandkoming van de spelregels is groot, weet Van Bunge. ‘Ze hebben daar een absolute stem in. Als iemand een idee heeft voor een aanpassing, kan hij of zij dat bespreekbaar maken. Eenmaal per jaar worden die voorstellen besproken in de FIH Rules Committee, de spelregelcommissie van de Internationale Hockey Federatie, waarna ze al dan niet worden aangepast.’

 

Toparbiter

Via (nog) bestaande ‘regelgeving’ overigens, schopte Van Bunge het tot de toparbiter die hij nu is. ‘Als jeugdspeler ouder dan zestien jaar ben je bij het hockey verplicht een zogenaamde scheidsrechterskaart – een opleiding tot clubscheidsrechter – te halen. Slaag je daarin, dan kun je ook jeugdwedstrijden fluiten. Dat laatste vond ik zo leuk dat ik besloot om daarin verder te gaan. Op m’n achttiende ben ik om die reden gestopt met zelf spelen. Ik schatte toen in dat ik als scheidsrechter meer bereiken kon bereiken in de sport dan als keeper van de Voorburgse Mixed Hockey Club Cartouche. Een goede keus blijkt achteraf, nu vlieg ik als scheidsrechter de hele wereld over.’

Zijn paspoort zal inmiddels dan ook vol stempels staan. Zo floot Van Bunge de afgelopen weken wedstrijd in Polen en India. Geen onaardige staat van dienst voor de arbiter die Toerisme studeerde aan de HBO Nederland in Rotterdam en van zijn hobby in meerdere opzichten zijn beroep heeft kunnen maken.

Coen van Bunge, geboren op 3 juni 1981, is sinds 1 februari 2019 werkzaam als Senior Medewerker Expertisecentrum Arbitrage bij de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond, gevestigd in Utrecht (Papendorp). Hij is daar verantwoordelijk voor de scheidsrechtersopleidingen. Sinds 2006 is Van Bunge leidsman in de hoofdklasse. Sinds 2008 fluit hij op het veld én in de zaal. De Voorburger heeft onder meer drie Champions Trophies (inclusief twee finales), de Europese Kampioenschappen van 2015 en 2019 en de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro (Brazilië) gefloten. Daarnaast heeft Van Bunge onlangs als eerste Nederlandse scheidsrechter ooit de finale van de Euro Hockey League en de FIH Pro League mede geleid.

Op 14 februari had hij 93 interlands achter zijn naam staan plus 52 ‘caps’ als videoscheidsrechter.


Morgen komt deel 2 van het artikel online.