Op zoek naar de aantrekkelijkste vorm (2)

Hockey Robert Jan van der Horst

In het tweede deel van het artikel over de voortdurende verandering van hockey gaat internationaal scheidsrechter Coen van Bunge (38) in op specifieke regelwijzigingen die het hockey almaar aantrekkelijker moeten maken en het een sport van deze tijd maken. Bij Van Bunge geen twijfel over de uitkomst van de wijzigingen van de afgelopen jaren.

In 1996 werd bijvoorbeeld de buitenspelregel afgeschaft. Dagblad Trouw en weekblad HP/De Tijd besteedden er destijds ruim aandacht aan in hun kolommen. Te veel werd veranderd om de commercie een dienst te bewijzen, was de heersende mening van geraadpleegde kenners. Het is maar hoe je er tegenaan kijkt.

Welke verandering heeft in de ogen van Van Bunge het meeste effect gesorteerd? ‘Dat is zonder twijfel de self pass geweest’, zegt hij zonder aarzelen. ‘Die heeft het spel zoveel sneller en zoveel aantrekkelijker gemaakt.’ De self pass houdt in dat spelers bij een vrije slag, inslag, uitslag, lange hoekslag en de beginslag de bal zelf mogen meenemen en dus de bal niet eerst hoeven af te geven aan een medespeler. Vooral het tempo in de wedstrijd ging er door omhoog omdat de partij waartegen de overtreding werd gemaakt het spel veel sneller kon hervatten. Deze regel werd op 1 augustus 2009 van kracht.

 

Videoscheidsrechter

Hockey zou hockey niet zijn als bij de arbitrage tevens gebruik werd gemaakt van technologische hulpmiddelen. De videoscheidsrechter is daar het meest aansprekende voorbeeld van. Al in 2006 kan elektronisch worden teruggekeken als de juistheid van beslissingen door één van de twee duo-scheidsrechters – ieder heeft de leiding over de helft van een speelveld – in twijfel wordt getrokken. Van Bunge: ‘Anders dan bij voetbal kan elk team eenmaal per wedstrijd één claim doen op de videoarbitrage. Heeft de appellerende partij gelijk, dan blijft de claim staan. Zo niet, dan vervalt dit recht voor de claimende partij voor de rest van de wedstrijd.’

Bij de invoering van de videoscheidsrechter bij het hockey (2006) ligt de overeenkomst met introductie van de Video Assistant Referee – de veel bediscussieerde VAR – begin dit seizoen in het betaalde voetbal, zoveel jaar na dato, voor de hand. Van Bunge wijst daarbij op een significant verschil. ‘Bij hockey is het het team dat een appel kan doen op de videoscheidsrechter en dat is bij voetbal niet zo.’

Wel lastig is het voor Van Bunge om een oordeel te geven over de vermeende laksheid waarmee de voetbalbonden spelregelwijzigingen willen of kunnen doorvoeren. ‘Het is lastig om die twee sporten op dat gebied met elkaar te vergelijken. In het voetbal spelen heel andere belangen. Grotere commerciële belangen bijvoorbeeld. Bovendien hebben wijzigingen door de mondiale omvang van het voetbal een veel grotere impact dan bij het hockey. Trouwens, het is de regel in het hockey dat in het olympisch jaar geen spelregelwijzigingen worden doorgevoerd. Wat dat betreft is er in 2020 niets te verwachten.’

 

Veiligheid

Veel wijzigingen in de spelregels ziet Van Bunge op korte dus termijn niet. Mogelijk wel in het postolympische jaar. ‘We kijken ook naar ontwikkelingen op het gebied van de veiligheid van de hockeysport. Neem bijvoorbeeld de strafcorner waarbij, zeker op topniveau, de bal hard op het doel wordt geslagen. Dat kan mensen afschrikken om te gaan hockeyen. De vraag is of we de strafcornersituatie in de toekomst daarom moeten aanpassen. Mijn inschatting is dat er binnen vijf jaar op dat gebied een spelregelwijziging komt en het zou mooi zijn als ik daaraan een steentje kan bijdragen.’


Lees hier het eerste deel van dit artikel.